Circulair materiaalgebruik
Dit onderdeel beschrijft op basis van verschillende uitgangspunten wat circulair materiaalgebruik inhoudt. Het geeft daarnaast aan welke afwegingen kunnen worden gemaakt bij het meer circulair toepassen van grondstoffen en materialen in producten. De praktijk laat zien dat er geen vastomlijnd stappenplan is om voor elke situatie een uitspraak te doen of iets circulair is of niet.
Het doel van dit onderdeel is om informatie te bieden die je kunt gebruiken als je een keuze wilt maken in situaties waarin (meer) circulair materiaalgebruik van belang is. Het onderdeel doet geen absolute uitspraken over hoe die keuze in specifieke gevallen uitpakt: uiteindelijk zal per geval en omstandigheid een afweging gemaakt moeten worden.
1. Doelgroep
De informatie in dit onderdeel is bedoeld voor zowel de marktpartijen (de keten van productie tot afvalverwerking) als de overheid (vergunningverlener, toezichthouder en beleidsmaker). Die verschillende doelgroepen worden hieronder kort en in algemene zin benoemd. Alle doelgroepen worden uitgenodigd om de eigen praktijk naast de uitgangspunten (en afwegingen) van dit onderdeel te houden. Doel is beter inzichtelijk te krijgen waar de ruimte voor verbetering zit om meer circulair te worden.
In de keten
- Bedrijven en ontwerpers die producten op de markt brengen: Bedrijven willen graag (meer) circulair worden maar weten niet altijd goed hoe. Voor nieuwe producten worden zo weinig mogelijk grondstoffen gebruikt. Ze gaan lang mee, zijn gemaakt van secundaire grondstoffen en/of hernieuwbare grondstoffen en zijn goed meermaals te recyclen. Ondernemers en ontwerpers komen met innovaties, nieuwe producten, waarbij de vraag opkomt of de innovaties ook passen in een circulaire economie.
- Klanten, inkopers, consumenten: De gebruikers van producten en diensten willen kunnen beoordelen of wat ze aanschaffen ook circulair is. Hier gaat het om inkopende instanties en gebruikers.
- Afvalinzamelaars en afvalverwerkers: In een circulaire economie wordt afval (zo veel mogelijk) voorbereid voor hergebruik en gerecycled. Het is van belang dat afvalverwerkers diverse vormen van recycling kunnen vergelijken, en kunnen kiezen voor een zo hoogwaardig mogelijke recycling.
De sturende overheid
- Vergunningverleners en toezichthouders: Zij beoordelen of de activiteiten voldoen aan beleid, wet- en regelgeving. Zo kan een vergunningverlener een belangrijke rol spelen bij het toetsen van nieuwe vormen van afvalverwerking. Ook kan een vergunningverlener de focus leggen op circulariteit en stilstaan bij de impact elders in de keten, bijvoorbeeld door invulling te geven aan de onderdelen grondstoffenverbruik en afvalpreventie. Ook vergunningverleners en toezichthouders hebben dus belang bij deze kennis.
- Beleidsmakers bij overheden: De overheid zet instrumenten in om te sturen richting een circulaire economie. Denk aan fiscale regelingen, subsidieprogramma’s en duurzame inkoopcriteria. Beleidsmakers spelen hier een belangrijke rol in. Het is belangrijk dat het beleid en de instrumenten op zo'n wijze ingezet worden dat deze circulaire werkwijzen ondersteunen.
2. Uitgangspunten en afwegingen in de keten
Het Nederlandse doel om in 2050 circulair te zijn is richtinggevend. Tegelijkertijd is de circulaire economie eigenlijk een middel om meer duurzaamheid te bereiken door minder en efficiënter gebruik van grondstoffen. In de lineaire economie winnen we grondstoffen, verwerken die tot materialen en producten en gooien dit na gebruik weg. In een circulaire economie worden afvalstoffen zo veel mogelijk gerecycled. Daarnaast worden andere strategieën ingezet die hieronder worden toegelicht.
Op dit moment wordt al veel van ons afval gerecycled. Het is echter niet altijd zeker of de gekozen vorm van recycling ook het meest bijdraagt aan de realisatie van een circulaire economie. Bij specifieke sectoren, zoals consumptieartikelen, vindt slechts een klein deel van afval de weg terug naar dezelfde of gelijkwaardige producten. We willen in een circulaire economie dat afval zo hoogwaardig mogelijk wordt gerecycled. Zie ook Hoogwaardige verwerking. In een duurzame, circulaire economie wordt er gestreefd naar zo weinig mogelijk waardeverlies. Daarmee wordt de intrinsieke waarde bedoeld van het materiaal of de grondstof. Grondstoffen en materialen worden op een verantwoorde manier gebruikt en opnieuw gebruikt, waardoor de milieueffecten hiervan binnen de planetaire grenzen blijven.
In het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) wordt een circulaire economie als middel verbonden aan vier maatschappelijke opgaven: het tegengaan van klimaatverandering, een schoner milieu en een schonere leefomgeving, het herstel van biodiversiteit en een grotere leveringszekerheid van grondstoffen. Om aan die opgaven invulling te geven, werken we aan de transitie naar een circulaire economie waarmee we ons grondstoffengebruik terugdringen.
Vier strategieën
In Wat is het CMP wordt in meer detail uitgelegd wat een circulaire economie betekent en waar het beleid op gericht is. Daarin staat dat er in de basis vier circulariteitsstrategieën zijn die we kunnen inzetten om het grondstoffengebruik meer circulair te maken en daarmee terug te dringen.
Beschrijvende tekst figuur:
Cirkelvormige infographic die is verdeeld in vier gelijke segmenten. De segmenten representeren de vier circulariteitstrategieën waaraan het Circulair Materialenplan bijdraagt. In het midden van de cirkel staat: “Circulair Materialenplan”, met pijlen naar de vier strategieën:
- Verminderen grondstofgebruik (rechtsboven)
- Vervangen grondstoffen (rechtsonder)
- Verlengen levensduur (linksonder)
- Verwerken materialen (linksboven)
Dit onderdeel gaat over circulair materiaalgebruik heeft betrekking op alle vier die strategieën:
- 'Vermindering grondstoffen' door af te zien van een product of efficiënter te produceren;
- 'Substitutie grondstoffen' door primaire grondstoffen te vervangen;
- 'Levensduurverlenging' door onder andere hergebruik en reparatie;
- 'Hoogwaardige verwerking' door recycling.
De beste manier om minder grondstoffen te gebruiken, is afzien van een product (onderdeel van de eerste strategie). Daardoor hoeft het niet gemaakt te worden en bespaar je grondstoffen, materialen en energie. In een circulaire economie wordt daarom eerst de vraag gesteld of een product echt nodig is.
Wordt een product wel gemaakt, dan komt de materiaalkeuze (en de daaraan voorafgaande grondstofkeuze) in beeld. De materiaalkeuze is een deel van de oplossing om te komen tot een circulair systeem. Zo zou het vervangen van primaire abiotische grondstoffen door duurzaam geproduceerde hernieuwbare grondstoffen en secundaire grondstoffen (en grondstoffen met minder milieudruk) altijd een overweging moeten zijn bij de start van een ontwerpproces. Het is belangrijk om te beseffen dat de functie van een product of bouwwerk sturend is voor de materiaalkeuze. De materialen moeten het mogelijk maken dat de functie van het product kan worden uitgevoerd. Ook moet het product veilig zijn en blijven en daarmee aansluiten bij de bovengenoemde derde en vierde strategie.
Wat je hier kan lezen
Dit onderdeel schetst in paragraaf 2.1 Ketenverantwoordelijkheid en -samenwerking eerst het belang van samenwerking in de keten. Vervolgens komen in paragraaf 2.2 Uitgangspunten uitgangspunten aanbod die helpen bij het maken van keuzes om materialen zo lang mogelijk toe te kunnen passen. Het is goed denkbaar dat een bedrijf afhankelijk is van een ander voor de aanvoer van grondstoffen en weer voor een ander bedrijf voor de afzet. Het zorgen voor circulariteit gaat dan ook verder dan het meewegen van ondergenoemde uitgangspunten voor een afzonderlijk bedrijf. De uitgangspunten raken al gauw de hele keten.
De uitgangspunten hebben direct betrekking op de grondstoffen, materialen en producten. In een kringloop gaan ze door de handen van verschillende ketenpartijen. Daarom kunnen deze uitgangspunten grotendeels aan specifieke actoren in de kringloop gekoppeld worden. In paragraaf 2.3 Vragen en afwegingen staan we stil bij vragen en afwegingen die gemaakt moeten worden. Soms lukt het namelijk niet om iets aan alle uitgangspunten te laten voldoen en moeten keuzes gemaakt worden. Deze paragraaf gaat daar verder op in.
Geen afvinklijst
Zoals al eerder aangegeven bevat dit onderdeel geen afvinklijst die aan het eind een uitkomst geeft of we te maken hebben met circulair materiaalgebruik of niet. Ook zijn onderstaande uitgangspunten niet uitputtend. Het doel is om informatie te geven op basis van uitgangspunten en mogelijke vragen en afwegingen om per geval en afhankelijk van de situatie tot een weloverwogen afweging te komen.
Wil je de milieudruk van een product of specifieke situatie weten, overweeg dan om een LCA (levenscyclusanalyse) of mLCA (multicyclus) te doen. Zie daarvoor de Leidraad maken van mLCA (pdf, 1.4 MB).
2.1 Ketenverantwoordelijkheid en -samenwerking
In een circulaire economie heeft de keten een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de producten kunnen worden hergebruikt en het uiteindelijke afval gerecycled wordt. Met de keten doelen we hier op alle spelers die een rol spelen in de cyclus van het product –van ontwerpers, producenten, gebruikers, exporteurs tot afvalinzamelaars en recyclers-. Die verantwoordelijkheid eindigt niet na één individuele zet. Bijvoorbeeld:
- Als de opdrachtgever circulariteit niet meeneemt in de opdracht, of de financier hier geen voorwaarden aan stelt, dan zal het mogelijk ook niet in de uitvoering terecht komen.
- Als de ontwerper een product niet deugdelijk ontwerpt, kan het onnodig snel in de afdankfase komen.
- Als de ontwerper iets heeft ontworpen wat recyclebaar is, dan is het recyclen ervan nog niet gegarandeerd.
- Als een gebruiker zorgvuldig omgaat met een boekenkast dan kan die boekenkast nog steeds gemaakt zijn van niet duurzame grondstoffen.
- Er wordt een weg aangelegd waarbij biovezels in het asfalt vermengd zijn. Als dat op dit moment niet recyclebaar is, kan het in de toekomst dan wel?
Ketensamenwerking is noodzakelijk om een functionerend circulair systeem op te zetten. Dat systeem verbindt spelers in de hele productketen, waarbij men streeft naar waardebehoud en waarbij alle spelers ook voordeel hebben van de samenwerking. De productie-, product- en de afvalketen kunnen ook een internationaal karakter hebben. Export van producten voor hergebruik is dan circulair wanneer het uiteindelijke afval –na een tweede of misschien derde gebruik- hoogwaardig gerecycled wordt. Hierdoor blijven waardevolle materialen langer in de keten.
Beschrijvende tekst bij figuur 2:
Cirkelvormige infographic die is verdeeld in vier gelijke segmenten. De segmenten representeren de vier fasen in de productieketen:
- Ontwerp
- Productie
- Gebruik
- Verwerking
Het is pas circulair als het circulair is
Pas als de gehele keten circulair werkt kun je een materiaal of product ook echt circulair noemen. Hoewel de toekomst nieuwe mogelijkheden zal bieden, moet uitgegaan worden van de huidige situatie met de huidige technische en organisatorische mogelijkheden. Er kan niet zonder meer worden vertrouwd op een mogelijke innovatieve manier van verwerken in de toekomst die nu nog niet beschikbaar is.
Denk bijvoorbeeld aan samengestelde producten zoals thermoharde composieten (waar onder andere rotorbladen voor windmolens van worden gemaakt) of autobanden. Producten met bijzondere eigenschappen die vaak bijdragen aan verduurzaming (zoals duurzame energie opwekken, of brandstofbesparing), maar op dit moment ook een uitdaging zijn voor hoogwaardige recycling.
Om circulair materiaalgebruik in de keten te verbeteren wordt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat:
- Diverse kwaliteiten gerecycled materiaal aansluiten bij de wensen van producenten die deze materialen weer kunnen toepassen.
- Producenten van duurzaam geproduceerde hernieuwbare grondstoffen, rekening houden met de wensen van producenten van eindproducten.
- Er garanties komen voor een lange levensduur, door:
- repareerbaarheid en het faciliteren van reparaties, waaronder een innamesysteem voor reparatie;
- bij elektronica met software: updates.
- Na afdanking: de waarde van materiaal zo goed mogelijk behouden wordt, door:
- duidelijke demontage-instructies voor gebruikers of het bedrijf dat iets komt vervangen;
- terugname- of inzamelsysteem gericht op hergebruik van nog bruikbare delen.
- Een producent geen toevoegingen toevoegt voor het maken van een bepaald product waardoor het voor de recycler gemakkelijker is om een hoogwaardig recyclaat te maken dat een producent opnieuw kan inzetten bij productie van nieuwe materialen of producten.
2.2 Uitgangspunten
Onderstaand een overzicht van de uitgangspunten met de bijbehorende doelgroepen.
| Uitgangspunt | Ketenfase | Doelgroep | |
|---|---|---|---|
| 1 | Produceer en koop niks wat niet nodig is | Voorkomt een productketen |
Producent |
| 2 | Ontwerp en produceer met minder materiaal | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 3 | Ontwerp en produceer met (duurzaam geproduceerde) hernieuwbare grondstoffen of met secundaire grondstoffen | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 4 | Ontwerp en produceer voor optimale levensduur | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 5 | Ontwerp en produceer voor hoogwaardige recycling | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 6 | Ontwerp en produceer voor standaardisatie | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 7 | Ontwerp en produceer voor functionele aanpasbaarheid | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 8 | Gebruik geen zorgstoffen | Ontwerp Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 9 | Gebruik bij productie circulaire hulpstoffen en hernieuwbare energie | Productie | Producent Bedrijfsleider Ontwerper |
| 10 | Behoud de waarde van producten en grondstoffen zo lang mogelijk | Gebruik | Inkoper Gebruiker |
| 11 |
Houd vooraf al rekening met de verwijdering van niet te recyclen stoffen |
Verwerking | Producent Ontwerper Gebruiker Afvalinzamelaar Afvalverwerker |
Een sleutelrol voor de ontwerper en de producent
Circulair ontwerpen is essentieel voor de overgang naar een circulaire economie. Door circulair te ontwerpen creëert én behoudt een product door de hele keten waarde. Het ontwerp van een product of bouwwerk speelt ook een centrale rol bij het beschikbaar houden van grondstoffen. Een lange levensduur en hergebruik zijn beter mogelijk als het product te repareren is en als kapotte onderdelen kunnen worden vervangen. Hoogwaardige recycling is lastiger wanneer materialen (in productonderdelen) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hetzelfde geldt voor materialen waarvoor geen recyclesysteem bestaat of opgezet kan worden.
Er zijn diverse programma’s, regelingen en wetten en (bijbehorende) websites die ontwerpregels (zoals Safe and Sustainable by Design) bieden voor circulaire producten. Hieronder worden elf uitgangspunten uitgelicht.
2.2.1 Produceer en koop niks wat niet nodig is
De eenvoudigste (en meest effectieve) manier om geen beroep te doen op grondstoffen en materialen is door ze niet aan te schaffen en af te zien van een product. Is een nieuw product écht nodig, of kan het huidige product nog langer mee? Welke functie heeft het en kan het ook anders, zonder product? Kan er via hergebruik (tweedehands) of door te delen bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van wat er al is? Is productverkoop en individueel eigendom nodig of kunnen spullen via een verhuursysteem aangeboden worden waardoor spullen efficiënter gebruikt worden?
Concreet kan het dan gaan over het niet aanschaffen van meubilair als het huidige nog goed is, ICT-middelen voor werk en privé combineren (ontdubbelen) of het aanleggen van wijken met een deelvervoer-visie, dat leidt tot minder autowegen en parkeerplaatsen en juist meer groen en openbare ruimte.
2.2.2 Ontwerp en produceer met minder materiaal
Dit uitgangspunt draait om het koesteren van grondstoffen. Gebruik ze bewust en voorkom onnodig gebruik. Kijk, als vertrekpunt voor ontwerp, daarom goed naar de functie van het te maken product. Hoe minder grondstoffen en materialen gebruikt worden hoe beter. In de basis geldt: hoe minder grondstoffenconsumptie, hoe minder omvangrijk ook de opgave voor kwalitatief goede recycling. Dit gaat dus om het beperken van materiaalgebruik in het productontwerp.
2.2.3 Ontwerp en produceer met (duurzaam geproduceerde) hernieuwbare grondstoffen of met secundaire grondstoffen
De ambitie van het kabinet is om meer hernieuwbare grondstoffen en secundaire grondstoffen in te zetten om zo het gebruik van primaire abiotische grondstoffen te verminderen. Duurzaam geproduceerde biogrondstoffen, zijn primaire biotische grondstoffen uit een voorraad die zonder schade aan de biodiversiteit doorlopend kan worden vernieuwd. Daarmee zijn het hernieuwbare grondstoffen voor biobased materialen. Denk bijvoorbeeld aan hout: een boom groeit bijvoorbeeld vijftig jaar. Het hout wordt gebruikt en uiteindelijk wordt het verbrand. De CO2 die daarbij vrijkomt wordt weer opgenomen door groeiende bomen. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat er niet meer bomen worden gekapt dan dat er aangroeien, waarmee de houtconsumptie per saldo niet moet leiden tot ontbossing. Maar het betekent bijvoorbeeld ook dat de bodem waar de boom groeit niet moet verarmen of met kunstmest bemest wordt en dat er geen pesticiden worden gebruikt die nadelige ecologische effecten hebben.
Secundaire grondstoffen bestaan uit recyclaat (uit afval) en uit bijproducten die na het vrijkomen, inzamelen of voorbewerken weer als materiaal in het productieproces worden ingezet.
Biogrondstoffen
Als het om biogrondstoffen gaat gelden ook de principes van een circulaire economie. Ze moeten duurzaam geproduceerd zijn, dat wil zeggen naar draagkracht van de aarde waarbij de grondstofproductie niet leidt tot (illegale) boskap, afname van biodiversiteit of degradatie van land. Er kan onderscheid gemaakt worden in primaire en secundaire biogrondstoffen. Secundaire zijn bijvoorbeeld hergebruikt of gerecycled hout en teruggewonnen cellulose uit afvalwater. Op dit moment is er concurrentie tussen de inzet van hernieuwbare grondstoffen in materialen en als energiedragers. In paragraaf 3.4.3 Duurzaamheid biogrondstoffen van 'Overzicht wetgeving in de keten' staat het overheidsbeleid omtrent biogrondstoffen weergegeven.
In essentie:
- toepassing als materiaal is het meest hoogwaardig en wordt beleidsmatig gestimuleerd;
- toepassing voor elektriciteit, warmte en licht wegtransport is laagwaardig. Er wordt beleidsmatig ingezet op afbouw;
- toepassing als brandstof voor scheepvaart, luchtvaart en zwaar wegtransport wordt gezien als overbruggingstoepassing totdat hernieuwbare niet-biobased energiedragers beschikbaar zijn.
Om te voorkomen dat er concurrentie ontstaat met voedselproductie moet het gebruik van (land voor) voedselgewassen en voor productie van biogrondstoffen samen gezien worden. Daarbij kan onderlinge afhankelijkheid inclusief biodiversiteit op basis van meerjarige levensduuranalyse geoptimaliseerd worden: een win-win. De mogelijkheden om een deel van het huidige abiotische grondstoffengebruik te vervangen door duurzame biogrondstoffen (denk aan bioplastics of houten gebouwen) kent uitdagingen. De ruimte voor de productie van biogrondstoffen is namelijk ook nodig voor bijvoorbeeld natuur, woningen en wegen, en een groot deel van deze grondstoffen wordt gebruikt voor de voedselvoorziening. Verder leidt substitutie van abiotische door biotische grondstoffen niet per se tot een afname van milieueffecten, maar kan die ook leiden tot een verschuiving van minder broeikasgasuitstoot naar meer land- en watergebruik en daarmee samenhangende effecten op de biodiversiteit en klimaat. Ook moet bij het gebruik van biotische grondstoffen rekening worden gehouden met het effect op levensduur en recycleerbaarheid zie ook paragraaf 2.2.4 Ontwerp en produceer voor optimalisatie levensduur en paragraaf 2.2.5 Ontwerp en produceer voor hoogwaardige recycling.
Aan de andere kant ontstaan er mogelijk ook kansen. Bijvoorbeeld in de vorm van verdienmodellen voor landbouwbedrijven om gewassen te telen voor producten gemaakt van biogrondstoffen. Of omdat producten gemaakt van biogrondstoffen koolstof uit de atmosfeer gebonden hebben die pas weer vrijkomen wanneer de producten verbrand (of gecomposteerd) worden.
Secundaire grondstoffen
Wanneer materialen uit afgedankte producten worden teruggewonnen spreken we van secundaire grondstoffen. Als deze opnieuw worden ingezet voor producten spreken we van recycling. Er zijn heel veel verschillende niveaus van recycling. De kwaliteit van het recyclaat van een materiaal is mede bepalend voor hoe hoogwaardig je de grondstof weer kan toepassen, en dus wat je mogelijkheden zijn.
Producten maken van secundaire grondstoffen kent veel uitdagingen. Afhankelijk van het type grondstof, de bron en de recycling varieert de kwaliteit. Deze is anders, en vaak lager, dan de primaire grondstoffen die men gewend is. Dit vraagt om meer oplettendheid en betrokkenheid tijdens het productieproces. Ook is het soms ingewikkeld om duidelijkheid te kunnen geven over de afkomst (en daarmee samenhangend de eventuele aanwezige zorgstoffen), de technische specificaties en de betrouwbaarheid.
Een andere uitdaging is de onzekerheid over langere termijn leveringszekerheid. De aanvoer van secundaire grondstoffen is afhankelijk van de aanvoer van afvalstoffen. Als die omvang, samenstelling of kwaliteit wijzigt, wijzigt daarmee ook de omvang, samenstelling en kwaliteit van de secundaire grondstoffen. Door deze onzekerheden zijn productiebedrijven soms ook terughoudend om secundaire grondstoffen toe te passen.
De laatste uitdaging die hier wordt uitgelicht is de prijs. Allereerst kan de prijs die van secundaire grondstoffen behoorlijk schommelen vanwege bovengenoemde zaken. Fundamenteler is echter dat de prijs van secundaire grondstoffen completer is dan die van primaire grondstoffen omdat bij die laatste de maatschappelijke kosten (voor milieu en ook sociale aspecten in de keten) niet zijn doorberekend. Bij secundaire grondstoffen zijn die in principe wel onderdeel van de marktprijs, waardoor deze per saldo hoger uitvallen. Dit ongelijke speelveld in het nadeel voor secundaire grondstoffen leidt er vaak toe dat maakbedrijven kiezen voor de goedkoopste optie: primaire grondstoffen.
Toch worden steeds meer secundaire grondstoffen in producten toegepast. Als een ontwerper zich goed informeert over de eigenschappen van verschillende secundaire grondstoffen kan hiermee rekening worden gehouden in het productontwerp. Dit voorkomt dat na ontwerp blijkt dat productie alleen mogelijk is met primaire grondstoffen. Ook de kwaliteit, de schommelingen daarin en de prijseffecten daarvan kunnen in de keten (met leveranciers maar ook met de klanten) besproken worden.
Zie ook Hoogwaardige verwerking en paragraaf 2.2.5 Ontwerp en produceer voor hoogwaardige recycling.
2.2.4 Ontwerp en produceer voor optimalisatie levensduur
Door in het ontwerp de levensduur van een product te optimaliseren gaat het langer mee en zijn er minder grondstoffen nodig om de behoeftes van de consument te vervullen. Soms is het echter beter om een product of onderdeel van het product eerder te vervangen, bijvoorbeeld als het stroomverbruik inefficiënt is. Denk aan een te oude koelkast die veel meer stroom (fossiele energie) verbruikt dan een nieuwe. Vermijd in ieder geval het produceren van wegwerpproducten of producten van lage kwaliteit. Voorbeelden van het optimaliseren van de levensduur zijn:
- het beschikbaar houden van onderdelen voor reparatie;
- het aanbieden van updates van eventuele software voor elektronische apparatuur;
- het mogelijk maken reparaties uit te voeren. Dat kan bijvoorbeeld door:
- het mogelijk te maken producten uit elkaar te halen en in elkaar te zetten, door bijvoorbeeld reversibele verbindingen (niet lijmen, maar schroeven);
- reparatiehandleidingen beschikbaar te stellen.
Het ontwerp van het product is niet de enige factor die meespeelt in de levensduur. Ook gedragsaspecten, zoals hechting aan het product en goede omgang met en goed onderhoud van het product zijn van belang.
2.2.5 Ontwerp en produceer voor hoogwaardige recycling
Houd bij het ontwerp al rekening met de uiteindelijke recycling. Laat je bij het ontwerp leiden door de vraag of het product aan het eind, wanneer het afval wordt, weer hoogwaardig gerecycled kan worden. Niet alleen technisch, maar ook praktisch. Blijft het in dezelfde productketen, of gaat het naar een andere? Denk na over meerdere cycli van productie, gebruik, verwerking, productie enzovoorts. Welke grondstoffen worden gebruikt? Welke samenstellingen zijn er en zijn die weer uit elkaar te halen? Welke verbindingen worden toegepast en zijn die weer los te maken? Vermijd samengestelde onderdelen die, in samengestelde vorm, niet kunnen worden gerecycled. Kies bijvoorbeeld voor verpakkingen uit mono-materialen (in plaats van laminaten), modulair opgebouwde en niet-verlijmde producten en productonderdelen en vermijd toevoegingen die het recyclen nadelig kunnen beïnvloeden (zoals biobased vezels in beton). En door bijvoorbeeld niet meer te werken met mengsels van kunststoffen, combinaties van kunststoffen en biogrondstoffen of niet van elkaar te scheiden combinaties van kunststoffen, neemt de recyclebaarheid van een product toe. Het leidt na de eerste toepassing tot meer en zuiverder secundair materiaal. De kwaliteit van secundaire materialen wordt zo vergroot en daarmee de mogelijkheden om materialen meer en vaker te recyclen.
In een circulaire economie kunnen twee cycli worden onderscheiden: de biotische cyclus en technische cyclus (bron). De biotische cyclus heeft betrekking op bio-afbreekbare materialen die niet opnieuw kunnen worden gebruikt (in de technische cyclus). Via composteren en vergisten kunnen waardevolle nutriënten weer worden teruggebracht op de bodem door in te zetten als meststof.
Het gescheiden houden van de verschillende materialen is van belang, zodat ze ieder uiteindelijk goed kunnen worden gerecycled, op hun eigen manier. Iets wat geen biotische oorsprong heeft, breekt uiteindelijk niet nuttig af in de biotische cyclus. Deze grondstoffen horen in de technische cyclus. Maar ook biobased producten die niet biologisch afbreekbaar zijn, horen in de technische cyclus. Denk bijvoorbeeld aan sommige biobased plastics. Hoewel iets van biotische oorsprong (biobased) in de biotische cyclus kan afbreken (als ze bioafbreekbaar zijn) en daarmee circulair kan zijn, kunnen biobased én biologisch afbreekbare grondstoffen ook gerecycled worden in de technische cyclus. Denk aan katoen of hout. Deze vorm van recycling wordt voor die producten doorgaans hoger gewaardeerd dan biologische afbraak, omdat je de vezels (van katoen of hout) blijft gebruiken in een nieuwe toepassing en daarmee nieuwe grondstoffen uitspaart. Bovendien is biotische afbraak ook na een tweede toepassing vaak alsnog mogelijk.
Daarom wordt ook voor biologisch afbreekbare materialen die technisch recyclebaar zijn het zo lang mogelijk recyclen via de technische cyclus als wenselijke manier van verwerking gezien. Zo heeft in een circulaire economie in algemene zin het verminderen, hergebruiken en recyclen prioriteit boven composteren van afval. Bioafbreekbare kunststoffen vallen bijvoorbeeld namelijk uiteen tot voornamelijk water en CO2 en leveren amper een bijdrage aan de compost op. Het composteren/vergisten van bio-afbreekbare gebruiksvoorwerpen wordt mede daarom niet gezien als circulaire oplossing. Wanneer in de technische cyclus houden van deze producten niet meer mogelijk is, heeft verbranden met energieterugwinning in het algemeen de voorkeur boven composteren.
In specifieke gevallen levert het gebruik van bioafbreekbare kunststoffen echter wél voordelen op, bijvoorbeeld wanneer deze gebruikt worden als inzamelmiddelen en er daarmee meer organisch materiaal in de kringloop wordt gehouden of vervuiling in de compost wordt verminderd. Voorbeelden van toepassingen met zulke additionele voordelen zijn fruitstickers, theezakjes en koffiepads, en gft-zakken.
2.2.6 Ontwerp en produceer voor standaardisatie
Standaardiseren betekent dat eenzelfde aanpak gevolgd wordt. Met standaardisatie zorg je dat een product zo breed mogelijk toepasbaar is en beter is voorbereid op combinaties met andere producten en toekomstig gebruik. Door de mogelijkheid om het product breed toe te passen kan de gebruiksduur verlengd worden en zijn uiteindelijk minder producten nodig. Denk hierbij aan toepassing van bulkmaterialen, standaard afmetingen, standaard aansluitingen en standaard materiaalkeuzes. Enkele voorbeelden zijn standaard afmetingen in keukens (apparatuur en kasten), oplaadsystemen voor elektronica, hervulbare (bier)flesjes, etc. Standaardisatie kan toegepast worden binnen één bedrijf, binnen een sector (meerdere bedrijven) of sector-overstijgend.
2.2.7 Ontwerp en produceer voor (functionele) aanpasbaarheid
Functionele aanpasbaarheid in het ontwerp betekent dat in het ontwerp ruimte gecreëerd wordt voor andere functionaliteiten. Door te ontwerpen en te produceren voor (functionele) aanpasbaarheid wordt het bijvoorbeeld mogelijk om een etage-indeling te veranderen door te zorgen dat niet-dragende muren kunnen worden hergebruikt of verplaatst. Ook gaat het bijvoorbeeld om het leggen van modulaire vloerbedekking (tegels, planken) zodat alleen versleten delen vervangen hoeven te worden in plaats van de hele vloerbedekking. Of denk aan gereedschap en machines met diverse opzetstukken zodat niet voor elke taak een geheel ander apparaat nodig is.
In plaats van een traditioneel materiaal als vertrekpunt te nemen en van daaruit langzaam te verbeteren, is het soms beter om een product radicaal te veranderen.
2.2.8 Gebruik geen zorgstoffen
Zorgstoffen zijn stoffen die door bepaalde eigenschappen schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de volksgezondheid. Nederland en Europa zetten in op de transitie naar een niet-toxische circulaire economie. Dat wil zeggen dat:
- grondstoffen en materialen zo lang en zo hoogwaardig mogelijk (opnieuw) worden gebruikt,
- zorgstoffen alleen worden toegepast:
- waar dat noodzakelijk is voor de productie of functionaliteit van een product of
- waar dat gunstig is voor de levensduur (repareerbaarheid) van een product of
- voor de hoeveelheden grondstoffen die voor een product nodig zijn,
- emissies van zorgstoffen vermeden worden of geminimaliseerd in alle schakels van de productketen (productie, gebruik, recycling).
Zorgstoffen kunnen een functie hebben in productieprocessen of bepaalde benodigde of gunstige eigenschappen aan materialen en producten geven. Een zorgstof kan een product een langere levensduur geven door het bijvoorbeeld beter bestand te maken tegen slijtage of defecten, of voor een betere repareerbaarheid te zorgen. Een slijtvaster of sterker materiaal kan ook betekenen dat een product met minder (dunner) materiaal is te maken. Zorgstoffen kunnen ook tijdens productieprocessen ontstaan of kunnen op verschillende wijze in materialen en producten terechtkomen. Uiteindelijk komen zorgstoffen ook in afvalstoffen terecht. Bij afvalverwerking en met name bij recycling tot nieuwe materialen of producten is aandacht nodig voor mogelijke blootstelling van mens of milieu aan deze stoffen.
Aan steeds meer zorgstoffen zijn wettelijke beperkingen gesteld, met name als ze als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn aangemerkt. De meest vergaande beperking is dat ze niet meer geproduceerd en op de markt gebracht mogen worden. In materialen of producten gelden maximaal toegestane gehalten van bepaalde zorgstoffen. Maar er zijn ook zorgstoffen waarvoor de toepassing nog niet gereguleerd is.
Voor meer informatie over dit onderwerp wordt verwezen naar het hoofdstuk ZZS en overige zorgstoffen.
2.2.9 Gebruik bij productieproces circulaire hulpstoffen en hernieuwbare energie
Als je iets circulair wil produceren, dan heeft dat ook betrekking op het gebruik van alle grond- en hulpstoffen in het productieproces. Denk bijvoorbeeld ook aan verpakkingen in de logistieke keten, aan snijresten en aan chemicaliën die worden ingezet om een chemische reactie te bewerkstelligen of als katalysator. Dit betreft ook het gebruik van zoet water (bijvoorbeeld bij de productie van katoen), in grote delen van de wereld een schaarse grondstof.
In een circulaire economie moeten grondstoffen en materialen met hernieuwbare energie worden geproduceerd, gebruikt en gerecycled. Immers: niet-hernieuwbare energie komt van fossiele bronnen waarbij het onttrekken ervan niet in evenwicht is met het aanvullen. Dat geldt door de hele keten heen. Met de energietransitie wordt gewerkt aan de verduurzaming van de energiebronnen. Belangrijk uitgangspunt is de trias energetica:
- Minimaliseer het energiegebruik. Denk aan energiezuinigheid van productieprocessen, materieel en voertuigen, zodat er zo min mogelijk energie verspild wordt.
- Zet duurzame, hernieuwbare, energiebronnen in.
- Gebruik fossiele energiebronnen zo efficiënt mogelijk.
De inzet van fossiele, niet-hernieuwbare energie past feitelijk niet in een circulaire economie omdat fossiele energie niet circulair te maken is.
2.2.10 Behoud waarde van producten en grondstoffen zo lang mogelijk
Hoe langer grondstoffen en materialen waardevol zijn, hoe langer ze ook als zodanig gewaardeerd worden. Door te focussen op waardebehoud zullen grondstoffen langer in de keten blijven. Zo is de economische waarde van een tweedehands laptop hoger dan die van de losse onderdelen ervan, en zijn de losse onderdelen weer meer waard dan de secundaire (dat wil zeggen teruggewonnen) grondstoffen die uit het recyclingproces komen. Uiteraard gaat waardebehoud wel om al deze stappen en de verlenging van het gebruik van zowel het product als de onderdelen daarvan, inclusief de grondstoffen. Dat kan bij de eerste gebruiker zijn, maar ook een volgende.
2.2.11 Houd vooraf al rekening met de verwijdering van niet te recyclen stoffen
Ook in een circulaire economie ontstaat afval, waaronder afval dat niet meer gerecycled kan worden. De voorspelling is dat de hoeveelheid niet recyclebaar afval dat wordt verbrand of gestort in een circulaire toekomst zal afnemen, omdat er meer en beter gerecycled wordt. Maar niet alles zal gerecycled kunnen worden. Er zal een niet te recyclen residu overblijven. Daarover gaat dit uitgangspunt. In dat niet-recyclebare afval zitten bijvoorbeeld zeer zorgwekkende stoffen waardoor het afval niet meer toegepast kan worden. Goed afvalbeheer in de vorm van storten of verbranden is daarmee zelfs essentieel voor een circulaire economie: het onttrekken van de onwenselijke stromen tijdens recycling leidt tot hogere kwaliteit recyclaat. Zie ook Hoogwaardige verwerking.
2.3 Vragen en afwegingen
In eerdere paragrafen zijn uitgangpunten behandeld die een rol spelen bij keuzes in de ontwerpfase, gebruiksfase en afvalfase van een materiaal. We merken dat er in de praktijk veel vragen zijn over de afwegingen tussen deze uitgangspunten omdat vaak blijkt dat er spanning zit tussen die uitgangspunten onderling. Kortom, de praktijk kan weerbarstiger zijn dan de theorie. Welke afweging je dan maakt verschilt per geval en situatie. Er wordt hier ter illustratie een aantal vraagststukken beschreven met daarbij een voorbeeld van een gemaakte afweging in het volgen van de uitgangspunten. Deze zijn bedoeld ter inspiratie, om zelf circulaire oplossingen te bedenken.
2.3.1 Moet ik additieven toevoegen als die de levensduur verlengen, maar recycling moeilijk maken?
Het kan voorkomen dat additieven leiden tot minder primair materiaalgebruik of tot levensduurverlening, maar recycling hinderen. Enkele voorbeelden zijn:
- Niet-oplosbare coatings op papier. Die verlengen de levensduur van, bijvoorbeeld, boeken en posters, maar dit zorgt ervoor dat papiervezels niet allemaal te recyclen zijn.
- Door glas- staal- en basaltvezelwapening in beton is minder tot geen staal nodig, maar het materiaal is mogelijk moeilijker te recyclen.
- Niet-afbreekbare lakken en lijmen bij houtgebruik. Naast dat lak levensduurverlengend werkt, kan het ook hergebruik juist bevorderen omdat dat het hout goed houdt. Er is alleen een nieuwe laklaag nodig. Lak en lijm kunnen mechanische recycling echter bemoeilijken. Verwerking in de biotische kringloop is sowieso niet meer mogelijk.
- Vervangers van cement in betonproductie toepassen. Deze verlagen de milieudruk in de eerste cyclus, maar maken recycling vaak lastiger. Bovendien verlagen ze de kwaliteit van gerecycled beton als deze betonvariant bij recycling gemengd wordt met beton waar deze vervangers niet in zitten.
Voorbeeld toevoegen additieven
Een architect maakt een ontwerp voor een biobased gebouw en gebruikt daarin hout voor gevelafwerking. Om dit hout een lange levensduur te geven, past de aannemer middelen toe die de levensduur van het hout verlengen: een impregnaat. Die middelen bevatten echter zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Bovendien maakt het gebruik van die middelen hergebruik of recycling op een later moment voor de recycler lastig. Dat was nou ook weer niet de bedoeling. Na dit inzicht zijn door de aannemer, in overleg met de architect en de recycler oplossingen bedacht. De gevelbekleding wordt nu gemaakt met houtsoorten zonder toevoeging van middelen die kunnen worden blootgesteld aan de elementen en daar minder door verslechteren (in dit geval douglas). Bovendien heeft de aannemer ook iets gedaan aan de dakconstructie (een overhelling toegepast in het ontwerp) waardoor de gevel minder wordt blootgesteld aan neerslag.
2.3.2 Maak ik het losmaakbaar of gebruik ik minder materiaal?
Losmaakbare verbindingen maken het mogelijk producten of constructies te demonteren. In plaats van het hele product of de constructie te vervangen, kunnen losse onderdelen vervangen worden. Dit is prettig bij bijvoorbeeld een defect of beschadiging, of omdat het onderdeel gemoderniseerd moet worden. Een losmaakbare verbinding resulteert soms echter wel in meer materiaalgebruik. En het streven naar zo min mogelijk materiaalgebruik is ook een van de uitgangspunten voor circulair materiaal gebruik. Bijvoorbeeld: het gebruik van gelijmde onderdelen in plaats van losmaakbare verbindingen die vaak meer materiaal vergen. Hoe gaan we daar mee om?
Voorbeeld losmaakbaar of minder materiaal
Een aannemer wil graag modulaire bruggen aanbieden. Dit zijn bruggen die gestandaardiseerde onderdelen bevatten waardoor ze makkelijk vervangbaar zijn of afgebroken en opnieuw elders opgebouwd kunnen worden. De aannemer laat een ontwerp voor een modulaire brug opstellen door een ontwerper. Die geeft aan dat een modulaire constructie om meer materiaalgebruik vraagt. Uit een LCA-studie (levenscyclusanalyse) volgt dat het hogere materiaalgebruik milieutechnisch goed te motiveren is mits de modulaire bruggen ten minste drie keer worden hergebruikt. De milieuwinst wordt nóg groter als de gebruikte materialen niet nieuw, maar van hernieuwbare of gerecyclede oorsprong zijn. Daarom wordt een recycler betrokken bij het ontwerp voor het leveren van de juiste kwaliteit recyclaat voor de modulaire brugdelen. Hoewel er in dit voorbeeld méér materiaalgebruik wordt ingezet dan bij een brug die niet modulair gemaakt wordt, is het tóch wenselijk voor de modulaire optie te kiezen. Voorwaarde is dan wel dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met de opdrachtgever waarbij deze een goed plan maakt om hergebruik in de toekomst ook mogelijk te maken.
2.3.3 Maak ik het losmaakbaar of ga ik voor een langere levensduur?
Bij het ontwerp van een product kan repareerbaarheid en levensduur op gespannen voet staan met elkaar. Wanneer onderdelen van het product worden vastgelijmd komt dat de levensduur waarschijnlijk ten goede. Zo maken vocht en vuil minder kans. Nadeel is dat het recyclen van onderdelen na gebruik veel minder goed gaat. De vraag is dan welk circulair uitgangspunt zwaarder weegt in het ontwerp. Ook hier biedt het bekijken van de beste milieuprestaties over het geheel genomen in de tijd een uitkomst. Denk aan de volgende situaties:
- Verlijmen van elektronica zoals zonnepanelen of smartphones zodat ze water- en vuilbestendig zijn. Recycling is door verlijmen echter moeilijker.
- Demontabele meubels. Eenvoudiger te transporteren en de trap op te krijgen. Maar na een paar keer vast- en losmaken worden de verbindingen en het meubel zelf instabieler.
Voorbeeld losmaakbaar of langere levensduur
Een fabrikant van zonnepanelen twijfelt of hij de panelen in elkaar lijmt of met schroefverbindingen in elkaar zet. Hij weet dat schroefverbindingen ontmanteling en daarmee hoogwaardige recycling mogelijk maken. Maar lijmen zorgt er dus juist weer voor dat de levensduur langer is dan bij een schroefverbinding. Met dit vraagstuk stapt hij naar zijn ontwerpafdeling. Ontwerpers houden wel van een uitdaging, en snel komen ze met een oplossing. Ze ontwerpen de panelen nu zodanig dat de bovenkant eigenlijk als een soort dakje over de onderkant valt. Die overkapping zorgt voor de waterafvoer zodat het water niet het paneel kan binnendringen. Bovendien kunnen de twee delen prima met schroeven vastgezet worden. Daarmee kan de recycler de zonnepanelen makkelijker ontmantelen, de schaarse grondstoffen recyclen en deze terugleveren aan de fabrikant.
2.3.4 Hoe pas ik biogrondstoffen zo circulair mogelijk toe?
In een circulaire economie zijn hernieuwbare grondstoffen in de vorm van biogrondstoffen erg belangrijk. Deze biobased materialen kunnen interessant zijn voor verschillende toepassingen. Denk aan bouwmaterialen (hout) of isolatiemateriaal (hennep, vlas).
Bij de productie van biogrondstoffen, en de biobased materialen, moet bij de teelt ook op de milieudruk worden gelet. Bossen zijn hernieuwbaar en daarmee is hout een hernieuwbare grondstof, maar er moet geen roofbouw gepleegd worden. Denk bij een duurzame productie van biogrondstoffen ook aan kringlooplandbouw. Daarnaast moet ook bij het toepassen van biobased materialen aandacht zijn voor het hergebruik en het recyclen na levensduur. Oftewel: de uitgangspunten in dit onderdeel gelden ook voor biobased materialen.
Voorbeeld biogrondstoffen circulair toepassen
Een aannemer wil biobased materialen toepassen in het kunstwerk, om daarmee minder cement toe te hoeven passen en aan te kunnen geven dat hernieuwbare, biobased grondstoffen worden gebruikt. Dat laatste past helemaal bij de kant die het bedrijf op wil, namelijk laten zien dat men bijdraagt aan een circulaire economie.
Daarom voegt de aannemer natuurvezels toe aan zijn de betonmix. Daardoor hoeft hij minder cement toe te voegen en levert het per saldo een betere milieuscore op. De aannemer kan het beton nu ‘biobased’ noemen, wat heel mooi klinkt en goed past bij de nieuwe strategie van het bedrijf. Het blijkt echter uit een studie dat door het toepassen van de natuurvezels, de kwaliteit, en daarmee de levensduur van het beton achteruit gaat. Daarnaast levert uiteindelijke recycling van het beton een lagere kwaliteit recyclaat. Dit biobased beton wordt aan het einde van de levensduur door de recycler namelijk gezamenlijk verwerkt met ander beton waarbij de natuurvezels wijdverspreid in betonrecyclaat terecht komen. Met dit inzicht kiest de aannemer er uiteindelijk toch voor om het proces aan te passen. In plaats van de biobased vulstoffen, maakt de aannemer de stap naar het toepassen van gerecycled beton. Dit blijkt uiteindelijk een meer circulaire oplossing te zijn in deze situatie.
3. Toetsingskaders CMP
Dit onderdeel helpt doelgroepen om de juiste vragen te stellen zodat tot een weloverwogen besluit kan worden gekomen. Bijvoorbeeld of een toepassing van een grondstof/materiaal of product circulair of meer circulair is dan een andere toepassing, of met welke optimalisaties een initiatief nog meer circulair wordt. Vaak is er namelijk meer dan één manier om meer circulair te werken. Het onderdeel is informatief van aard en niet kaderstellend voor vergunningverleners en toezichthouders.
4. Toekomstplannen
Het beleid en de kennis over circulaire economie is in ontwikkeling. Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Het CMP wordt daarom regelmatig geactualiseerd. Meer informatie over de ontwikkeling van het CMP en hoe stakeholders daarbij worden betrokken leest u in Wat is het CMP?.
5. Hulpmiddelen en meer informatie
Hulpmiddelen
Bekijk voor meer informatie of handige hulpmiddelen:
Bronvermelding
Voor dit onderdeel van het CMP zijn de volgende documenten gebruikt:
- CE Delft (2023). Naar duurzame producten met de principes van circulariteit.
- PBL (2023). Integrale Circulaire Economie Rapportage.
Secundaire materialen
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Hernieuwbare grondstof:
Hernieuwbare grondstoffen zijn primaire grondstoffen uit een voorraad die doorlopend kan worden vernieuwd. Biogrondstoffen zijn hernieuwbare grondstoffen.
Bijlage 1 ICER 2023.
Abiotisch
Grondstoffen gewonnen uit niet-levende bronnen (mineralen, inclusief metalen, en fossiel).
Bijlage 1 ICER 2023.
mLCA
mLCA staat voor multi-cyclus Life Cycle Analysis. Dit is een studie waarin meerdere vormen van een systeem – bijvoorbeeld het systeem afvalverwerking - met elkaar worden vergeleken,
- door het betrekken van alle emissies, gebuikte of geleverde energie, gebruikte grondstoffen, etc. over de hele levenscyclus van een materiaal,
- waarbij waar mogelijk meerdere cycli in de analyse worden betrokken, en
- uitgevoerd en gerapporteerd volgens Leidraad maken van mLCA (pdf, 1.4 MB).
Biogrondstoffen
Alle typen van biotische substantie van plantaardige of dierlijke origine (inclusief microbiële origine), zoals grondstoffen, materialen, producten, residuen en afvalstoffen uit de landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur, industrie en huishoudens (bijvoorbeeld groente-, tuin-, en fruitafval). Deze definitie is vergelijkbaar met het begrip biomassa.
biotische cyclus en technische cyclus
https://www.ellenmacarthurfoundation.org/circular-economy-diagram
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
Secundaire materialen
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Hernieuwbare grondstof:
Hernieuwbare grondstoffen zijn primaire grondstoffen uit een voorraad die doorlopend kan worden vernieuwd. Biogrondstoffen zijn hernieuwbare grondstoffen.
Bijlage 1 ICER 2023.
Abiotisch
Grondstoffen gewonnen uit niet-levende bronnen (mineralen, inclusief metalen, en fossiel).
Bijlage 1 ICER 2023.
mLCA
mLCA staat voor multi-cyclus Life Cycle Analysis. Dit is een studie waarin meerdere vormen van een systeem – bijvoorbeeld het systeem afvalverwerking - met elkaar worden vergeleken,
- door het betrekken van alle emissies, gebuikte of geleverde energie, gebruikte grondstoffen, etc. over de hele levenscyclus van een materiaal,
- waarbij waar mogelijk meerdere cycli in de analyse worden betrokken, en
- uitgevoerd en gerapporteerd volgens Leidraad maken van mLCA.
Biogrondstoffen
Alle typen van biotische substantie van plantaardige of dierlijke origine (inclusief microbiële origine), zoals grondstoffen, materialen, producten, residuen en afvalstoffen uit de landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur, industrie en huishoudens (bijvoorbeeld groente-, tuin-, en fruitafval). Deze definitie is vergelijkbaar met het begrip biomassa.
biotische cyclus en technische cyclus
https://www.ellenmacarthurfoundation.org/circular-economy-diagram
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
Biomassa
Alle typen van biotische substantie van plantaardige of dierlijke origine (inclusief microbiële origine), zoals grondstoffen, materialen, producten, residuen en afvalstoffen uit de landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur, industrie en huishoudens (bijvoorbeeld groente-, tuin-, en fruitafval). Deze definitie is vergelijkbaar met het begrip biogrondstoffen.