Reparatie en hergebruik
Reparatie en hergebruik vormen een belangrijk onderdeel van een circulaire economie. Dienstverleners, producenten, gemeenten en vergunningverleners en toezichthouders hebben vragen over wanneer reparatie en hergebruik, zeker in relatie tot afvalstoffen, zijn toegestaan. De veel gestelde vragen over wet- en regelgeving worden hier beantwoord. Andere zaken die met reparatie en hergebruik te maken hebben, zoals een financieel tekort, logistiek, ontbrekende kennis of onvoldoende marktvraag, komen niet aan bod.
1. Doelgroep
Dit onderdeel van het CMP is geschreven voor aanbieders van reparatie en hergebruik, producenten, gemeenten en vergunningverleners en toezichthouders. Hieronder worden deze doelgroepen uitgelicht.
Zowel reparatie en hergebruik voor particulieren (‘business to consumer’) als aanbieders van reparatie en hergebruik voor de zakelijke markt (‘business to business’) komen aan bod. De informatie is minder, of niet, relevant voor particulieren.
1.1 Aanbieders van reparatie en hergebruik
Bedrijven en organisaties die zich bezighouden met reparatie en/of hergebruik van producten, zoals zakelijke dienstverleners, kringlooporganisaties, circulaire bouwhubs, startups en winkeliers vinden hier meer informatie over wet- en regelgeving in relatie tot reparatie en hergebruik. Dit geldt ook voor repair cafés, omdat deze juridisch gezien een natuurlijke persoon alsook een rechtspersoon kunnen zijn. Afhankelijk van de situatie kunnen deze partijen bij reparatie en hergebruik te maken krijgen met wet- en regelgeving.
1.2 Producenten
Om tot een circulaire economie te komen moeten producenten hun producten geschikt maken voor reparatie en hergebruik. Hiervoor is het ontwerp van het product, zoals de materiaalkeuze en hoe het product is samengesteld, cruciaal. Producenten kunnen consumenten ook instructies meegeven over de manier waarop de producten gerepareerd kunnen worden. Producenten lezen met welke wet- en regelgeving zij te maken hebben die gerelateerd is aan het bevorderen van reparatie en hergebruik.
1.3 Gemeenten
Gemeenten spelen een belangrijke rol als het gaat om reparatie en hergebruik. Gemeenten zijn eigenaar of opdrachtgever van de milieustraat. Gemeenten zijn ook vergunningverlener en toezichthouder voor bedrijven en organisaties die zich met reparatie en hergebruik bezighouden. Tot slot hebben steeds meer gemeenten een circulair ambachtscentrum waar milieustraat, repair café en kringlooporganisaties samenkomen. Gemeenteambtenaren lezen hier voor de milieustraat, repair café en kringlooporganisatie welke wet- en regelgeving geldt in relatie tot reparatie en hergebruik. Als vergunningverlener en toezichthouder lezen ze aan welke regels over reparatie en hergebruik bedrijven en organisaties zich moeten houden en wat de mogelijkheden zijn.
1.4 Vergunningverleners en toezichthouders
Vergunningverleners en toezichthouders lezen hier aan welke regels over reparatie en hergebruik bedrijven en organisaties zich moeten houden en wat de mogelijkheden zijn. Dit onderdeel van het CMP bevat geen bindend toetsingskader voor het bevoegd gezag. Ook zijn er geen toetsingskaders voor het stellen van decentrale regelgeving van toepassing.
2. Belang voor circulaire economie
Waardebehoud staat in een circulaire economie centraal. Zolang een product bruikbaar is, hoeft geen nieuw product gemaakt te worden en hoeven ook geen nieuwe grondstoffen gebruikt te worden. Reparatie en hergebruik dragen bij aan de verlenging van de levensduur van materialen en producten. Daarmee is reparatie en hergebruik belangrijk voor een circulaire economie. Aan reparatie en het geschikt maken voor hergebruik van (afgedankte) producten zijn wel regels verbonden. Het maakt bijvoorbeeld uit of sprake is van een afvalstof of een niet-afvalstof. De activiteiten zullen soms beoordeeld moeten worden via een vergunningaanvraag. Daarnaast wordt toezicht gehouden op de naleving van de gestelde regels. De regels staan in de vorm van veel gestelde vragen en antwoorden beschreven in paragraaf 3 Beleid en wetgeving.
2.1 Reparatie opties
Consumenten kunnen met het kapotte product dat ze willen laten repareren veel kanten op. Er is van oudsher al een reparatiesector met daarin bijvoorbeeld kleermakers, schoenmakers, fietsenmakers en loodgieters. Verschillende producenten hebben tegenwoordig een eigen reparatieafdeling of brengen hun reparaties onder bij verschillende derde partijen of gecertificeerde service centra. Ook verschillende retailers hebben reparateurs in dienst en bieden de mogelijkheid tot reparatie aan.
De consument kan naast de gevestigde reparatiesector ook terecht bij repair cafés. Deze worden steeds vaker gecombineerd met kringlooporganisatie, milieustraat en/of een onderwijsinstelling. Daardoor ontstaat een circulair ambachtscentrum. Op die manier geven gemeenten praktische invulling aan een circulaire economie op lokaal niveau, waarbij de meerwaarde voor mens en milieu direct zichtbaar is. Er bestaat geen uniform circulair ambachtscentrum. De losse onderdelen van een circulair ambachtscentrum, zoals de milieustraat, kringlooporganisatie en repair café, worden daarom apart behandeld. Voor meer informatie over circulaire ambachtscentra, zie www.circulairambachtscentrum.nl.
2.2 Afvalstof of niet-afvalstof
Dit stuk gaat over reparatie en hergebruik. Juridisch gezien kan het gaan over afvalstoffen of niet-afvalstoffen. Dat juridische onderscheid kan voor wat verwarring zorgen. Hier wordt uitgelegd hoe het zit. Allereerst hergebruik. Alles behalve grondstoffen kan hergebruikt worden. Hergebruik is dus mogelijk op productniveau, materiaalniveau, onderdelenniveau, enzoverder. Een houder kan een product (laten) repareren met de intentie het zelf, of een ander, opnieuw te (laten) gebruiken. Gebruik, reparatie en hergebruik vallen dan allemaal onder de noemer niet-afvalstof.
Als de houder zich van een product ontdoet, of dat van plan is, dan is sprake van een afvalstof. De afvalwetgeving is dan van kracht. Een afvalstof kan worden voorbereid voor hergebruik. Het kan dan ook gaan om reparatie. Na deze voorbereiding voor hergebruik kan beoordeeld worden of het product, component of materiaal geschikt is voor verder gebruik. Hierbij zijn de volgende voorwaarden voor einde-afvalstatus van belang:
- de producten, componenten of materialen zijn bestemd om te worden gebruikt voor specifieke doelen;
- er is een markt voor of vraag naar de producten, componenten of materialen;
- de producten, componenten of materialen voldoen aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
- het gebruik van de producten, componenten of materialen heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.
In Beleid en wetgeving wordt nader ingegaan op het belang van het onderscheid tussen afvalstoffen en niet-afvalstoffen per situatie. Waar relevant wordt doorverwezen naar het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof. Zie ook onderstaande figuur.
Uitgeschreven tekst figuur 1
Dit is een stroomschema dat bedoeld is om aan te geven dat reparatie op producten en op afval van toepassing kan zijn. Het laat de verhouding zien van de begrippen reparatie en hergebruik in relatie tot de wettelijke kaders voor afval of product.
Het schema bestaat uit twee horizontale kaders. Het bovenste kader gaat over product en productwetgeving. Het onderste kader gaat over afval en afvalwetgeving.
In het bovenste kader staat product en productwetgeving. In drie blokken staat achtereenvolgens aangegeven dat een product wordt gebruikt, gerepareerd en hergebruikt.
In het midden, op de grens tussen de twee kaders, staat een blok over het ontdoen van een product. Op het moment dat een eigenaar zich na gebruik van een product ontdoet, valt het in het kader afval en afvalwetgeving. Binnen het onderste kader staat dat dit afval wordt voorbereid voor hergebruik. Dat gebeurt door het te controleren, schoon te maken of te repareren. Het afval is daarna geschikt voor hergebruik. Een pijl in het schema laat zien dat het product dan terugkeert naar het bovenste kader. Het valt opnieuw in het kader product en productwetgeving.
3. Beleid en wetgeving
In deze paragraaf worden wettelijke kaders en beleid over reparatie en hergebruik uitgelegd. Voor de volgende actoren worden praktische vragen over reparatie en hergebruik beantwoord en relevante wet- en regelgeving toegelicht:
- Producenten
- Aanbieders voor de zakelijke markt
- Milieustraten
- Kringlooporganisaties
- Repair cafés
- Startups
- Winkeliers
In Overzicht wetgeving wordt een overzicht gegeven van alle relevante product-, stoffen- en afvalwetregelgeving. Waar relevant verwijzen we daar naar door.
3.1 Producenten
Producenten bepalen welke producten ze op de markt brengen. Zij bepalen van welke grondstoffen hun producten zijn gemaakt, hoe deze zijn opgebouwd, hoe degelijk de producten zijn en hoe lang deze functioneel blijven bij zorgvuldig gebruik. De keuzes van producenten beïnvloeden hierdoor hoe lang een product gebruikt of hergebruikt kan worden.
De keuzes die producenten maken voor het samenstellen van producten bepalen hoe eenvoudig het is om producten te (laten) repareren. Producenten kunnen ervoor zorgen dat losse onderdelen van producten beschikbaar zijn voor reparatie. Zij kunnen er ook voor kiezen om onderdelen niet te lijmen, maar omkeerbare bevestigingen te gebruiken zoals schroeven of klikverbindingen. Daarnaast kunnen producenten goede informatie ter beschikking stellen over de samenstelling en de constructie van het product, details meegeven over onderdelen en de beschikbaarheid daarvan. Producenten zijn verplicht door Europese wetgeving om garanties af te geven op hun producten. Als koper van een product heb je ook verschillende rechten. Het CMP gaat niet over het consumentenrecht en verwijst daarom naar de Consumentenbond en de Consuwijzer van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Meer informatie staat op de website van de consumentenbond en op de website van consuwijzer.
3.1.1 Ecodesign voor duurzame producten verordening
Onder de Europese Ecodesign voor Duurzame Producten Verordening (Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR)), die in juli 2024 in werking is getreden, kunnen eisen gesteld worden aan productontwerp. De Verordening heeft als doel de milieuduurzaamheid en circulariteit van producten te verbeteren door ontwerpeisen te stellen waaraan producten moeten voldoen voordat ze in de handel mogen worden gebracht. De Europese Commissie besluit per productgroep welke ontwerpeisen passend zijn. Deze eisen kunnen er bijvoorbeeld aan bijdragen dat producten (energie)zuinig in gebruik zijn, langer meegaan, beter te repareren zijn, beter recyclebaar zijn of gerecyclede materialen bevatten. Circulaire businessmodellen worden hiermee gestimuleerd. Ook wordt met deze EU Verordening het Digitaal Product Paspoort geïntroduceerd. Dit paspoort geeft inzicht in de circulariteitsaspecten van een product. Voor producten waarvoor Ecodesign eisen gelden, wordt het verplicht om een Digitaal Product Paspoort bij te voegen.
De ESPR is de herziening van de huidige Ecodesign Richtlijn (2009/125/EG) die al van kracht is. Via deze Ecodesign Richtlijn had de Europese Commissie voor energiegerelateerde producten, zoals stofzuigers en wasmachines, al de mogelijkheid om productverordeningen op te stellen met ontwerpeisen. De bestaande productverordeningen bevatten vaak eisen over het energieverbruik en waterverbruik van een product. Er bestaat een lijst met alle productgroepen waarvoor verordeningen van kracht zijn. Meer informatie hierover is te vinden op de website UPV Afval Circulair of Overzicht wetgeving.
3.1.2 Stimuleren van reparatie
Bestaande consumentenwetgeving (zie Overzicht wetgeving) stelt de consument in staat om het defecte product kosteloos te laten repareren door de verkoper (onder artikel 7:21 lid 1(b) van het Burgerlijk Wetboek moet de verkoper een non-conform product herstellen). Na de garantieperiode moet de consument over het algemeen betalen voor reparatie of het product op eigen kosten vervangen. Zie voor meer informatie de website van de consumentenbond en de website van consuwijzer.
De Europese Commissie (EC) heeft op 22 maart 2023 een nieuw wetsvoorstel voor een Richtlijn gepresenteerd om de keuze voor reparatie te stimuleren (zie ook het BNC-fiche van het kabinet inzake de Richtlijn gemeenschappelijke regels voor stimuleren reparatie). De tekst van de Richtlijn is al vastgesteld en is in de zomer van 2024 gepubliceerd. De lidstaten hebben vanaf dat moment nog twee jaar om de Richtlijn in nationale wetgeving te implementeren. De Richtlijn heeft betrekking op de producten waarvoor Ecodesign eisen gelden. Producenten worden onder andere verplicht om, op verzoek van de consument, defecte producten te repareren in plaats van te vervangen. De producent mag hier kosten voor in rekening brengen. Verder verplicht de Richtlijn lidstaten er onder andere toe om een nationaal platform op te zetten zodat consumenten gemakkelijker in contact komen met geschikte reparateurs. In Nederland is al een dergelijk reparateursregister in ontwikkeling, bekijk daarvoor de website Nationaal Reparateursregister. De Richtlijn moet eraan bijdragen dat het makkelijker wordt voor consumenten om een defect product te (laten) repareren in plaats van te vervangen door een nieuw product.
3.1.3 Van productverkoop naar dienstverlening
De hierboven genoemde EU wetgeving draagt eraan bij dat steeds meer bedrijven hun diensten uitbreiden met nieuwe of aanvullende verdienmodellen. Naast verkoop van nieuwe producten kunnen producenten onderhouds- en eventuele reparatiediensten aanbieden. Deze dienstverlening kan leiden tot langere gebruiksduur en vermindering van nieuw grondstoffengebruik.
3.2 Aanbieders voor de zakelijke markt
Aanbieders voor de zakelijke markt verlenen diensten aan zakelijke klanten, niet aan particulieren. Door het grote volume van deze markt en de vaak uniforme producten (bijvoorbeeld kantoorstoelen en bureaus) is de invloed van deze sector groot als zij kiest voor gerepareerde en/of tweedehands producten. Veel van deze organisaties, zoals leveranciers van kantoormeubilair, projectinrichters, business-to-business circulaire (bouw)hubs, ICT dienstverleners en handelaren in tweedehands producten voeren reparaties uit of hergebruiken producten. Onderhoud en reparatie worden vaak meegenomen als voorwaarden in contracten met hun klanten. Reparatie en hergebruikwerkzaamheden (zoals voorradenbeheer, kwaliteitsbeoordeling, onderhoud en retourlogistiek) worden daardoor een centraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Hieronder wordt een aantal vragen behandeld die kunnen spelen bij aanbieders voor de zakelijke markt. Het bedrijf kan voor specifieke situaties contact leggen met het bevoegd gezag.
3.2.1 Zijn er regels die belemmeren dat oude partijen, zoals onverkochte voorraden, opgekocht kunnen worden voor hergebruik?
Nee. Als de houder oude partijen zoals onverkochte voorraden wil verkopen ten behoeve van hergebruik, is opkopen ten behoeve van hergebruik mogelijk.
Om te bepalen of de oude partijen afvalstoffen zijn of niet, is de intentie van de houder van belang. Als de houder de producten aanbiedt (verkoopt of doneert) dan is sprake van niet-afvalstoffen. Daarmee is handel met de oude partijen mogelijk. Als de houder zich wil ontdoen van de oude partijen, is er sprake van een afvalstof. In dat geval mogen de oude partijen alleen worden afgegeven aan personen die bevoegd zijn afvalstoffen te ontvangen (artikel 10.37 Wet milieubeheer). Soms is het lastig om te beoordelen of er sprake is van aanbieden (verkopen of doneren) of ontdoen. Zie voor meer informatie de Handreiking voortgezet gebruik bij milieustraten en de Handreiking juridische aspecten van een circulair ambachtscentrum. De afvalstoffen kunnen worden voorbereid voor hergebruik. Dat betekent dat eenvoudige handelingen, zoals een controle, reparatie of reiniging worden uitgevoerd. Na deze handelingen kunnen de afvalstoffen de einde-afvalstatus krijgen, waarna het product weer op de markt kan worden gebracht.
Om tot de einde-afvalstatus te komen moet sprake zijn van een handeling van nuttige toepassing én moet het product, component of materiaal voldoen aan de vier voorwaarden van artikel 1.1 lid 6 van de Wet milieubeheer voor de einde-afvalstatus:
- de producten, componenten of materialen zijn bestemd om te worden gebruikt voor specifieke doelen;
- er is een markt voor of vraag naar de producten, componenten of materialen;
- de producten, componenten of materialen voldoen aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
- het gebruik van de producten, componenten of materialen heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.
De houder van de afvalstof beoordeelt in eerste instantie zelf of voldaan is aan de vier voorwaarden voor de einde-afvalstatus. Zo’n beoordeling kan eenvoudig of iets meer ingewikkeld zijn afhankelijk van de herkomst/samenstelling van het product, de componenten of de materialen en de wijze van toepassing. In het algemeen geldt dat de beoordeling wat lastiger is als het nieuwe gebruik afwijkt van het oorspronkelijke gebruik. Bijvoorbeeld als je een houten tafel niet weer als tafel wilt gebruiken maar dat je er snijplanken voor in de keuken van wilt maken. Dan is er volgens wettelijke definities geen sprake van hergebruik maar van recycling. Zie voor meer informatie het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof.
3.2.2 Mag je reparaties uitvoeren aan opgekochte partijen voordat je ze doorverkoopt?
Ja. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen reparatie van een afvalstof tot een herbruikbaar product en reparatie van een niet-afvalstof. Voor reparatie van een afvalstof geldt de afvalwetgeving. Voor reparatie van een niet-afvalstof is dat niet het geval. De beoordeling of iets afvalstof of niet-afvalstof is, hangt af van verschillende punten. Bekijk hiervoor ook paragraaf 2.2 Afvalstof of niet-afvalstof en vraag 1 van paragraf 3.2 Aanbieders voor de zakelijke markt.
Als het om reparatie van afgedankte elektr(on)ische apparaten gaat, dan betreft het reparatie van elektr(on)ische afvalstoffen. Dan is de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Raeea) van belang. Deze regeling heeft als doel bij te dragen aan duurzame productie en gebruik van elektr(on)ische apparatuur. Daarin zijn regels opgenomen over het op de juiste manier verwerken van elektr(on)ische apparaten (artikel 11 Raeea). Voor bepaalde verwerkingshandelingen is een Cenelec conformiteitsverklaring, ook wel certificaat, vereist (artikel 11 lid 3 Raeea). Bekijk voor meer informatie het stroomschema Cenelec van de ILT en de Handreiking hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparatuur.
3.2.3 Zijn er regels die belemmeren dat je reparaties van spullen zoals kantoormeubilair of computers uitvoert bij een zakelijke klant?
Nee. In dit geval is geen sprake van een afvalstof, omdat het gerepareerde apparaat wordt geretourneerd aan de oorspronkelijke eigenaar. Er is vanuit de houder dus geen intentie om zich van het materiaal te ontdoen, want de houder wil het apparaat na reparatie weer terug krijgen.
3.3 Milieustraten
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een milieustraat te hebben waar inwoners hun grofvuil kwijt kunnen. Het bevoegd gezag controleert of de milieustraat voldoet aan de algemene regels. Daarnaast houdt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toezicht op alle handelingen met afgedankte elektr(on)ische apparatuur.
Op de milieustraat van de gemeente worden veel spullen gebracht die mogelijk nog gerepareerd of hergebruikt kunnen worden. Steeds meer gemeenten willen bekijken of die spullen te hergebruiken of repareren zijn en willen mogelijkheden hiervoor toevoegen aan de milieustraat. Daarbij hebben ze verschillende vragen over wat wel en niet mag en wenselijk is voor het milieu. Ook vragen zij zich af of daarvoor wetgeving geldt en hoe die moet worden uitgelegd. Om deze reden is er een handreiking voortgezet gebruik voor milieustraten opgesteld die bedoeld is om gemeenten hiermee te helpen. Zie de Handreiking voortgezet gebruik voor milieustraten.
3.3.1 Mogen een milieustraat en kringlooporganisatie op hetzelfde terrein staan?
Ja dat mag, als het omgevingsplan van de gemeente hier ruimte voor biedt.
3.3.2 Mag een kringlooporganisatie spullen die nog van waarde zijn op de milieustraat meenemen en verkopen?
Ja, mits het in lijn is met twee kaders: de regels over afvalstof of niet-afvalstof en de Wet Markt en Overheid. Deze worden hieronder toegelicht. Als het afvalstoffen betreft waarvoor ook een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geldt, dan moet de kringlooporganisatie daarover afspraken maken met de producentenorganisatie.
Afvalstof of niet-afvalstof
Materialen mogen alleen worden verkocht als het geen afvalstof is. Op een milieustraat kan dat doordat beoordeeld wordt dat het om voortgezet gebruik gaat. Het materiaal wordt dan als niet-afvalstof aangeboden op de milieustraat. Als het wel als afvalstof aangeboden wordt op de milieustraat kan alsnog beoordeeld worden dat het om niet-afvalstof gaat. Het materiaal of het product heeft dan, met andere woorden, de einde-afvalstatus bereikt. Om tot de einde-afvalstatus te komen moet er sprake zijn van een handeling van nuttige toepassing én moet het materiaal voldoen aan de vier voorwaarden van artikel 1.1 lid 6 van de Wet milieubeheer voor de einde-afvalstatus:
- de producten, componenten of materialen zijn bestemd om te worden gebruikt voor specifieke doelen;
- er is een markt voor of vraag naar de producten, componenten of materialen;
- de producten, componenten of materialen voldoen aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
- het gebruik van de producten, componenten of materialen heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.
De houder van de afvalstof beoordeelt in eerste instantie zelf of voldaan is aan de vier voorwaarden voor de einde-afvalstatus. De houder is de persoon die het materiaal heeft. Dat zijn dus verschillende mensen na elkaar. In dit specifieke voorbeeld van de milieustraat wordt de medewerker van de milieustraat bedoelt: hij of zij voert de beoordeling uit. Zo’n beoordeling kan eenvoudig of iets meer ingewikkeld zijn afhankelijk van de herkomst/samenstelling van het product, de componenten of de materialen en de wijze van toepassing. In het algemeen geldt dat de beoordeling wat lastiger is als het nieuwe gebruik afwijkt van het oorspronkelijke gebruik. Bijvoorbeeld als je een houten tafel niet weer als tafel wilt gebruiken maar dat je er snijplanken voor in de keuken van wilt maken. Dan ben je volgens wettelijke definities aan het recyclen. Zie voor meer informatie het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof en de Handreiking voortgezet gebruik op milieustraten.
Wet Markt en Overheid
De Wet Markt en Overheid stelt beperkingen op aan overheden die actief zijn op de markt. Via een gemeentelijk 'algemeen belang besluit' kan geregeld worden dat de economische activiteiten of bevoordelingen niet langer onder de Wet Markt en Overheid worden geplaatst. Hieronder volgt iets meer uitleg.
Als een gemeente goederen of diensten aanbiedt aan derden op de markt, dan verricht de gemeente economische activiteiten. Op dat moment is de overheid marktpartij en treedt zij in concurrentie met particuliere ondernemingen. De Wet Markt en Overheid is dan van toepassing. Daarin zijn onder andere voor de overheid vier belangrijke gedragsregels opgenomen om te voorkomen dat er ongelijke concurrentieverhoudingen ontstaan tussen overheidsbedrijven en private ondernemingen. Deze zijn:
- overheden moeten ten minste de integrale kosten van hun goederen of diensten in hun tarieven doorberekenen;
- overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen ten opzichte van concurrerende bedrijven;
- overheden mogen de gegevens die ze vanuit hun publieke taak verkrijgen niet gebruiken voor economische activiteiten die niet dienen ter uitvoering van de publieke taak. Dit verbod geldt niet als andere overheidsorganisaties of bedrijven ook over de gegevens kunnen beschikken; en
- als een overheid op een bepaald terrein een bestuurlijke rol heeft voor bepaalde economische activiteiten en ook zelf die economische activiteiten uitvoert, dan mogen niet dezelfde personen betrokken zijn bij de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheid en bij het verrichten van de economische activiteiten van de overheidsorganisatie.
Op een milieustraat lijken vooral de eerste twee punten het meest relevant. Denk als het gaat om de integrale kosten aan de operationele kosten, de afschrijvingskosten, de onderhoudskosten en de vermogenskosten). Eigenlijk geldt hier dat niet onder de kostprijs geopereerd mag worden. Artikel 25j van de Mededingingswet geeft aan dat een overheid een overheidsbedrijf niet mag bevoordelen. Het gaat dan om financiële bevooroordeling maar ook om bijvoorbeeld gebruik van naam en beeldmerk (marketing) waar private ondernemingen concurrentienadeel van kunnen hebben.
De gemeenteraad kan door middel van een algemeen belang besluit vaststellen dat een economische activiteit plaatsvindt, of dat een overheidsbedrijf mag worden bevoordeeld in het algemeen belang. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een goed of dienst wél gratis of tegen een prijs onder de kostprijs mag worden aangeboden of dat een overheidsbedrijf mag worden bevoordeeld.
Aan de gemeente wordt tenslotte meegegeven dat het van belang is dat de gemeente bij het aanbieden of verkopen van deze materialen, producten of componenten open en transparant is, en in beginsel geen voorkeursbehandeling geeft aan afzonderlijke bedrijven.
3.3.3 Mag iets wat als afvalstof binnenkomt op de milieustraat worden gerepareerd in het daar aanwezige repair café
Ja, dat mag. Let wel op dat dit het repareren van een afvalstof betreft. Daarvoor geldt wet- en regelgeving die hieronder wordt toegelicht.
In artikel 3.156 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is bepaald dat het voorbereiden voor hergebruik van ingezamelde of afgegeven afvalstoffen een milieubelastende activiteit is. Repareren van een ontvangen afvalstof op een milieustraat valt hier onder. Er geldt geen vergunningplicht voor deze milieubelastende activiteit, wel een informatieplicht (artikel 3.158 Bal). De milieustraat moet het bevoegd gezag informeren dat en waar deze milieubelastende activiteit plaats gaat vinden. Ook moet de verwachte startdatum worden vermeld. Daarnaast geldt een aantal algemene regels waar de locatie aan moet voldoen bij het verrichten van de milieubelastende activiteit. Zie hiervoor artikel 3.157 Bal.
Het omgevingsplan van de gemeente geeft aan welke activiteiten op welke locaties toegestaan zijn. Een repair café op de milieustraat is toegestaan als dat past in het omgevingsplan van de gemeente. Daarnaast kan een omgevingsplan algemene regels met betrekking tot een activiteit bevatten of de eis dat er een omgevingsvergunning nodig is voor een specifieke activiteit. Check daarom het omgevingsplan van de gemeente waar de milieustraat en het repair café gevestigd zijn.
Als het om reparatie van afgedankte elektr(on)ische apparaten gaat dan betreft het reparatie van elektr(on)ische afvalstoffen. Dan is de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Raeea) van belang. Deze regeling heeft als doel bij te dragen aan duurzame productie en gebruik van elektr(on)ische apparatuur. Daarin zijn regels opgenomen over het op de juiste manier verwerken van elektr(on)ische apparaten (artikel 11 Raeea). Voor bepaalde verwerkingshandelingen is een Cenelec conformiteitsverklaring, ook wel certificaat, vereist (artikel 11 lid 3 Raeea). Bekijk voor meer informatie het stroomschema Cenelec van de ILT en de Handreiking hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparatuur.
Nadat de reparatie is afgerond, is het product in principe klaar voor hergebruik mits het voldoet aan de eisen die gesteld worden in de voorwaarden einde-afvalstatus. Bekijk hiervoor het antwoord op vraag 4 van Milieustraten en het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof.
3.3.4 Mag de milieustraat gebruikt worden als verkooplocatie van nieuwe producten die van aldaar afgedankte afvalstromen gemaakt zijn?
Ja, dat mag. De Wet Markt en Overheid (waarmee de mededingingswet is gewijzigd) is van toepassing wanneer een overheid een economische activiteit uitoefent. Dat betekent: zich naast andere aanbieders op een markt begeeft en mogelijk concurrent is. De overheid moet zich dan aan de vier regels uit de mededingingswet houden: alle kosten doorberekenen, overheidsbedrijven niet bevoordelen, gegevens gebruiken onder dezelfde voorwaarden en functies scheiden. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van deze gedragsregels. Zie ook het antwoord op vraag 2 van Milieustraten.
Hier speelt ook het vraagstuk of iets een afvalstof of een niet-afvalstof is. Materialen mogen alleen worden verkocht als het geen afvalstof is of wordt. Of met andere woorden: als het voortgezet gebruik betreft of het product de einde-afvalstatus heeft bereikt. Om tot de einde-afvalstatus te komen moet er sprake zijn van een handeling van nuttige toepassing én moet het product, component of materiaal voldoen aan de vier voorwaarden van artikel 1.1 lid 6 van de Wet milieubeheer voor de einde-afvalstatus:
- de producten, componenten of materialen zijn bestemd om te worden gebruikt voor specifieke doelen;
- er is een markt voor of vraag naar de producten, componenten of materialen;
- de producten, componenten of materialen voldoen aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
- het gebruik van de producten, componenten of materialen heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.
De houder van de afvalstof beoordeelt in eerste instantie zelf of voldaan is aan de vier voorwaarden voor de einde-afvalstatus. Zo’n beoordeling kan eenvoudig of iets meer ingewikkeld zijn afhankelijk van de herkomst/samenstelling van het product, de componenten of de materialen en de wijze van toepassing. In het algemeen geldt dat de beoordeling wat lastiger is als het nieuwe gebruik afwijkt van het oorspronkelijke gebruik. Bijvoorbeeld als je een houten tafel niet weer als tafel wilt gebruiken maar dat je er snijplanken voor in de keuken van wilt maken. Dan ben je eigenlijk aan het recyclen. Zie voor meer informatie het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof.
3.3.5 Mogen materialen die nog bruikbaar zijn gratis worden weggegeven, aan inwoners, een kringlooporganisatie of andere ondernemers?
Zie antwoord op vraag 2 van Milieustraten.
3.3.6 Mogen voorwerpen en apparaten gedemonteerd worden voor het hergebruik van onderdelen?
Als het om reparatie van afgedankte elektr(on)ische apparaten gaat dan betreft het reparatie van elektr(on)ische afvalstoffen. Dan is de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Raeea) van belang. Deze regeling heeft als doel bij te dragen aan duurzame productie en gebruik van elektr(on)ische apparatuur. Daarin zijn regels opgenomen over het op de juiste manier verwerken van elektr(on)ische apparaten (artikel 11 Raeea). Voor bepaalde verwerkingshandelingen is een Cenelec conformiteitsverklaring, ook wel certificaat, vereist (artikel 11 lid 3 Raeea). Bekijk voor meer informatie het stroomschema Cenelec van de ILT en de Handreiking hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparatuur.
Andere voorwerpen en apparaten, die geen elektr(on)isch afvalstoffen betreffen, mogen wel gedemonteerd worden met het oog op het hergebruik van onderdelen. Dit geldt voor al het materiaal van metaal, hout, kunststoffen, textiel, papier, karton en verbindingstukken. Hier is dan sprake van een nuttige toepassing van het materiaal in de vorm van recycling. Nadat de recycling is afgerond, kan een beoordeling worden gemaakt of er sprake is van einde-afval. Meer informatie daarover leest u in het antwoord op vraag 4 van Milieustraten.
3.4 Kringlooporganisaties
In kringlooporganisaties (waaronder ook Business to Consumer circulaire (bouw)hubs) worden tweedehands spullen verkocht. Spullen krijgen door kringlooporganisaties een langere gebruiksduur, wat een bijdrage levert aan een circulaire economie. Gebruik van nieuwe grondstoffen wordt immers uitgesteld of vermeden.
Bij kringlooporganisaties kunnen zich situaties voordoen waarbij het soms onduidelijk is of bepaalde activiteiten zijn toegestaan. Hieronder komen een paar voorbeelden aan bod, waarbij uitgelegd wordt hoe hiermee omgegaan moet worden.
3.4.1 Mogen milieustraat en kringlooporganisatie op hetzelfde terrein staan?
Ja dat mag, als het omgevingsplan van de gemeente hier ruimte voor biedt.
3.4.2 Mogen reparaties van spullen die naar een kringlooporganisatie zijn gebracht worden uitgevoerd in de kringlooporganisatie?
Ja dat mag. Spullen worden aangeboden bij een kringloop met het oog op hergebruik. De winkel controleert bij ontvangst en accepteert alleen geschikte spullen. Dat er mogelijk nog een kleine reparatie nodig is doet hier niet aan af. Per geval zal een degelijke afweging moeten worden gemaakt over de mogelijkheid van het hergebruik. Als sprake is van hergebruik geldt de afvalwetgeving niet. Wel gelden mogelijk andere regels. Kijk hiervoor in het omgevingsplan van de gemeente waar de kringlooporganisatie is gevestigd.
Als het om reparatie van afgedankte elektr(on)ische apparaten gaat dan betreft het reparatie van elektr(on)ische afvalstoffen. Dan is de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Raeea) van belang. Deze regeling heeft als doel bij te dragen aan duurzame productie en gebruik van elektr(on)ische apparatuur. Daarin zijn regels opgenomen over het op de juiste manier verwerken van elektr(on)ische apparaten (artikel 11 Raeea). Voor bepaalde verwerkingshandelingen is een Cenelec conformiteitsverklaring, ook wel certificaat, vereist (artikel 11 lid 3 Raeea). Bekijk voor meer informatie het stroomschema Cenelec van de ILT en de Handreiking hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparatuur. Voor kringlooporganisaties en repairshops is ook een poster gemaakt waarop staat wat wel en niet is toegestaan. Bekijk de poster via de website van de ILT.
3.4.3 Mag een kringlooporganisatie spullen op de milieustraat die nog van waarde zijn meenemen en verkopen?
Zie het antwoord op vraag 2 van Milieustraten.
3.4.4 Mag een kringlooporganisatie elektr(on)ische apparatuur opknappen voor verkoop?
Ja dat mag, afhankelijk van de situatie. Als het om reparatie van afgedankte elektr(on)ische apparaten gaat dan betreft het reparatie van elektr(on)ische afvalstoffen. Dan is de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Raeea) van belang. Deze regeling heeft als doel bij te dragen aan duurzame productie en gebruik van elektr(on)ische apparatuur. Daarin zijn regels opgenomen over het op de juiste manier verwerken van elektr(on)ische apparaten (artikel 11 Raeea). Voor bepaalde verwerkingshandelingen is een Cenelec conformiteitsverklaring, ook wel certificaat, vereist (artikel 11 lid 3 Raeea). Bekijk voor meer informatie het stroomschema Cenelec van de ILT. Voor kringlooporganisaties en repairshops is ook een poster gemaakt waarop staat wat wel en niet is toegestaan. Bekijk de poster via de website van de ILT.
3.4.5 Bij wie moet de consument zijn als een product gekocht in de kringlooporganisatie stuk gaat?
De kringlooporganisatie. Het verkooppunt van het product is voor de consument de plek waar hij of zij terug kan wanneer het product gebreken vertoont. Als het product bij een kringlooporganisatie gekocht is dan kan de consument daar dus ook terecht. Of een kringlooporganisatie verplicht is om de consument te helpen met het oplossen van de gebreken -denk aan reparatie of een vervangend product- of het retourneren van het aanschafbedrag ligt aan de beoordeling van de situatie. De inhoud van de oorspronkelijke koopovereenkomst is hiervoor leidend. Als bij verkoop minder details van het product bekend zijn en dus ontbreken in de overeenkomst (denk aan leeftijd en of het ooit gerepareerd is) dan kan de consument daar ook minder rechten aan ontleden. Ook de aard van het verkooppunt moet meegenomen worden: van een kringlooporganisatie mag minder inhoudelijke expertise verwacht worden dan van een gespecialiseerd bedrijf. Denk bijvoorbeeld aan een wasmachine: van een gespecialiseerd wasmachineleverancier mag meer kennis verwacht worden dan van een kringlooporganisatie. Dit is vastgelegd in artikel 7.17 van het Burgerlijk Wetboek (conformiteitseis). Het CMP gaat niet over het consumentenrecht. Meer informatie daarover staat op de website van de consumentenbond en op de website van consuwijzer.
3.5 Repair cafés
In steeds meer plaatsen in het land worden reparatiecentra, ook wel repair cafés, opgezet. Dit initiatief komt vanuit burgers zelf, soms verenigd in een stichting. De centra draaien op vrijwilligers en met de activiteiten worden geen inkomsten gegenereerd. In een repair café kunnen inwoners defecte spullen laten repareren. De spullen kunnen van alles zijn, zoals elektr(on)ische apparaten, fietsen, meubels en kleding. Vrijwilligers met geschikte expertise proberen deze spullen te repareren. De inwoner wordt hierbij betrokken en krijgt in sommige gevallen uitleg en instructie. Dat draagt bij aan de zelfredzaamheid van burgers. Het repair café vervult ook een sociale functie.
Bij repair cafés kunnen zich situaties voordoen waarbij het soms onduidelijk is of bepaalde activiteiten zijn toegestaan. Hieronder komen een paar voorbeelden aan bod, waarbij uitgelegd wordt hoe hiermee omgegaan kan worden.
3.5.1 Mag iets dat als afvalstof binnenkomt op de mileustraat worden gerepareerd op het daar aanwezige repair café?
Zie het antwoord op vraag 3 van Milieustraten.
3.5.2 Heb ik een CENELEC certificaat nodig als ik een elektr(on)isch apparaat wil repareren zodat het weer gebruikt kan worden?
Dat hangt ervan af. Als het om reparatie van afgedankte elektr(on)ische apparaten gaat dan betreft het reparatie van elektr(on)ische afvalstoffen. Dan is de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (Raeea) van belang. Deze regeling heeft als doel bij te dragen aan duurzame productie en gebruik van elektr(on)ische apparatuur. Daarin zijn regels opgenomen over het op de juiste manier verwerken van elektr(on)ische apparaten (artikel 11 Raeea). Voor bepaalde verwerkingshandelingen is een Cenelec conformiteitsverklaring, ook wel certificaat, vereist (artikel 11 lid 3 Raeea). Bekijk voor meer informatie het stroomschema Cenelec van de ILT en de Handreiking hergebruik en voorbereiden voor hergebruik van (afgedankte) elektrische en elektronische apparatuur. Voor kringlooporganisaties en repairshops is ook een poster gemaakt waarop staat wat wel en niet is toegestaan. Bekijk de poster via de website van de ILT.
3.5.3 Mogen elektr(on)ische apparaten in het repair café gedemonteerd worden voor onderdelen voor hergebruik?
Ja dat mag, maar let daarbij op het volgende: demontage van afvalstoffen is niet hetzelfde als reparatie van afvalstoffen. Demontage wordt niet uitgevoerd om een product weer in werkende staat te brengen en leidt niet tot voortgezet gebruik van de oorspronkelijke functie. Demontage wordt onder andere uitgevoerd om nog werkende onderdelen van een niet te repareren product te gebruiken voor reparatie van een te repareren product. Er gelden hierbij twee wettelijke kaders:
- Allereerst geldt dat als het om elektr(on)isch apparatuur gaat, mogelijk een Cenelec-certificaat is vereist voor het demonteren van bruikbare onderdelen. Zie ook vraag 2 van Repair cafés.
- Daarnaast is demontage van afval een milieubelastende activiteit waardoor een vergunning is vereist, tenzij het gaat om een siervoorwerp of gebruiksvoorwerp dat bestemd is voor hergebruik (artikel 3.186 Bal). Ook geldt dat opslag van meer dan 100m2 afgedankte elektronische en elektrische apparaten (AEEA) een milieubelastende activiteit is waarvoor een vergunning is vereist (artikel 3.185 lid 3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)).
3.5.4 Bij wie moet de consument zijn als een product dat gerepareerd is in het repair café weer stuk gaat na de reparatie?
Het is voor de hand liggend dat reparaties die nog binnen de commerciële garantietermijn vallen worden uitgevoerd via het oorspronkelijke verkooppunt. Ook is het daarnaast verstandig om naar de oorspronkelijke verkoper terug te gaan als een product eerder kapot gaat dan gebruikelijk is. Een reparatie-overeenkomst met een reparateur die niet optreedt voor de verkoper is een overeenkomst van opdracht. Hier hangt het van de individuele omstandigheden af wat je van een reparatie mag verwachten. Bij repair cafés mag je niet te veel verwachten aangezien het een gratis en vrijwillig burgerinitiatief is. Repair cafés kunnen daarom in het algemeen ook niet aansprakelijk worden gesteld voor uitgevoerde reparaties. Een consument kan uiteraard weer teruggaan naar het repair café wanneer iets toch weer stuk gaat. Het CMP gaat niet over het consumentenrecht. Meer informatie daarover staat op de website van de consumentenbond en op de website van consuwijzer.
3.6 Start-ups
In de transitie naar een circulaire economie zien we veel ondernemerschap gericht op opwaardering van afvalstromen ontstaan. Enthousiaste, vaak kleine bedrijven worden vaak door de gemeente geholpen, bijvoorbeeld met een locatie voor de bedrijvigheid.
Voor startende ondernemers gelden dezelfde regels als voor gevestigde ondernemers. Het verschil met gevestigde ondernemers is dat startende ondernemers doorgaans minder kennis en relatief weinig tijd hebben voor het doorlopen van de nodige procedures. Voldoen aan wet- en regelgeving, ook gerelateerd aan reparatie en hergebruik, kost kleine ondernemingen daarmee relatief veel tijd. Dat maakt dat zij apart aandacht verdienen. Hieronder komen een paar voorbeelden aan bod, waarbij uitgelegd wordt hoe hiermee omgegaan kan worden.
3.6.1 Heb je als startende ondernemer een vergunning nodig wanneer je afvalstoffen omzet naar producten?
Dat ligt eraan. Voor activiteiten met afvalstoffen geldt in de basis een vergunningplicht. In hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is aangegeven welke uitzonderingen van toepassing zijn. Verder kan in de gemeente van vestiging een specifieke regeling opgenomen zijn in het omgevingsplan. Neem contact op met het bevoegd gezag, bijvoorbeeld je gemeente of de omgevingsdienst, om uit te zoeken of je een vergunning nodig hebt.
3.6.2 Mag je als startende ondernemer een product maken van afval?
Ja, mits je voldoet aan de wettelijke vereisten, namelijk een vergunning hebt om de afvalstoffen te mogen ontvangen en verwerken. In je productieproces ga je met de afvalstoffen aan de slag. Om het uiteindelijke product op de markt aan te kunnen bieden moet het bovendien een einde-afvalstatus krijgen. Om tot de einde-afvalstatus te komen, moet sprake zijn van een handeling van nuttige toepassing én moet het product, component of materiaal voldoen aan de volgende voorwaarden (op basis van artikel 1.1 lid 6 van de Wet milieubeheer):
- de producten, componenten of materialen zijn bestemd om te worden gebruikt voor specifieke doelen;
- er is een markt voor of vraag naar de producten, componenten of materialen;
- de producten, componenten of materialen voldoen aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
- het gebruik van de producten, componenten of materialen heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten voor het milieu of de menselijke gezondheid.
De houder van de afvalstof beoordeelt in eerste instantie zelf of voldaan is aan de vier voorwaarden voor de einde-afvalstatus. Zo’n beoordeling kan eenvoudig of iets meer ingewikkeld zijn afhankelijk van de herkomst/samenstelling van het product, de componenten of de materialen en de wijze van toepassing. In het algemeen geldt dat de beoordeling wat lastiger is als het nieuwe gebruik afwijkt van het oorspronkelijke gebruik. Bijvoorbeeld als je een houten tafel niet weer als tafel wilt gebruiken maar dat je er snijplanken voor in de keuken van wilt maken. Dan ben je eigenlijk aan het recyclen. Zie voor meer informatie het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof.
3.6.3 Bij wie moet de consument zijn als een product stuk gaat?
Bestaande consumentenwetgeving (zie Overzicht wetgeving) stelt de consument in staat om het defecte product binnen de garantietermijn kosteloos te laten repareren door de verkoper (onder artikel 7:21 lid 1(b) van het Burgerlijk Wetboek moet de verkoper een non-conform product herstellen). Na de garantieperiode moet de consument betalen voor reparatie of het product op eigen kosten vervangen.
De Europese Commissie (EC) heeft op 22 maart 2023 een nieuw wetsvoorstel voor een Richtlijn gepresenteerd om de keuze voor reparatie te stimuleren (zie ook het BNC-fiche van het kabinet inzake de Richtlijn gemeenschappelijke regels voor stimuleren reparatie). Met dit initiatief worden producenten verplicht om, op verzoek van de consument, productgroepen tot tien jaar na de aankoop te repareren. De producent mag hier kosten voor in rekening brengen. Het betreft hier alleen die producten die onder Ecodesign-wetgeving vallen. Verder verplicht de richtlijn lidstaten er onder andere toe om een nationaal platform op te zetten zodat consumenten gemakkelijker in contact komen met geschikte reparateurs. In Nederland bestaat al een dergelijk reparateursregister, bekijk daarvoor de website Nationaal Reparateursregister. Het voorstel van de EC moet eraan bijdragen dat het makkelijker wordt voor consumenten om een defect product te (laten) repareren in plaats van te vervangen door een nieuw product.
3.7 Winkeliers
In de retail wordt in steeds grotere mate aandacht besteed aan reparatie en hergebruik. Kledingmerken en meubelwinkels bieden bijvoorbeeld vaker (gratis) reparatiemogelijkheden aan. Of ze verkopen tweedehands spullen.
Bij winkeliers kunnen zich situaties voordoen waarbij het soms onduidelijk is of bepaalde activiteiten zijn toegestaan. Hieronder komen een paar voorbeelden aan bod, waarbij uitgelegd wordt hoe hiermee omgegaan kan worden.
3.7.1 Mag je een reparatiehoek inrichten in je winkel?
Ja, dat mag. Let daarbij wel op dat er voor reparatiewerkzaamheden specifieke eisen kunnen gelden. Denk bijvoorbeeld aan het repareren van elektrische en elektronische apparatuur, zie daarvoor vraag 2 van Aanbieders voor de zakelijke markt. Om zeker te weten of je aan alle regels voldoet, kan je het beste contact opnemen met je vergunningverlener bij het bevoegd gezag. Als je niet vergunningplichtig bent, kijk dan in hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer welke regels voor jouw winkel van toepassing zijn. En zie voor meer informatie de website van IPLO.
3.7.2 Mag ik gratis reserve onderdelen uitdelen?
Ja, dat mag. Bij sommige meubelwinkels kan men bijvoorbeeld al kleine reserveonderdelen zoals schroeven, knoppen of pluggen gratis online nabestellen. Grotere onderdelen nabestellen kan ook vaak. Daar zijn mogelijk kosten aan verbonden.
3.7.3 Mag ik als winkelier tweedehands spullen innemen om in mijn winkel te verkopen?
Dit mag, mits sprake is van hergebruik van spullen en geen sprake is van inname van afvalstoffen. Om te kunnen bepalen of sprake is van hergebruik of dat het een afvalstof betreft, is het van belang om vast te stellen wat de intentie van de houder is met de spullen. Als de houder de spullen afgeeft met het doel deze een tweede leven te geven, is waarschijnlijk sprake van hergebruik en is geen sprake van een afvalstof. Er moet dan wel beoordeeld worden dat de spullen nog wel geschikt zijn voor hergebruik. Bijvoorbeeld dat het product schoon en niet kapot is. Per geval zal een afweging moeten worden gemaakt over de mogelijkheid van het hergebruik, op basis van alle feiten en omstandigheden van dat geval.
Als de houder de intentie heeft om zich van de spullen te ontdoen, is sprake van een afvalstof. In dat geval mogen de spullen alleen worden afgegeven aan personen die bevoegd zijn afvalstoffen te ontvangen (artikel 10.37 Wet milieubeheer). Indien na eenvoudige handelingen, zoals een controle, reparatie of reiniging, het product weer op de markt kan worden gebracht, is sprake van voorbereiding voor hergebruik. Wanneer de spullen daar niet voor in aanmerking komen kunnen ze worden gerecycled. Nadat het voorbereiden voor hergebruik, of de recycling is afgerond, kan een beoordeling worden gemaakt of er sprake is van einde-afval. Zie voor meer informatie het onderwerp Afvalstof of niet-afvalstof.
Met andere woorden: als een klant de oude spullen afgeeft met de intentie om het af te danken en niet bedoeld voor hergebruik, dan is het afval. U mag dit materiaal alleen innemen als u bevoegd bent om afvalstoffen in te nemen volgens de regels van artikel 10.37 Wet milieubeheer. Als de intentie van de klant is om de afgegeven spullen te laten hergebruiken en het is daarvoor ook geschikt, dan is het geen afvalstof en mag u dit wel innemen en weer verkopen.
4. Toetsingskaders CMP
Dit onderdeel van het CMP bevat geen bindend toetsingskader voor het bevoegd gezag. Ook zijn er geen toetsingskaders voor het stellen van decentrale regelgeving van toepassing. Onder wetgeving en begrippen is de wetgeving toegelicht en wordt uitgelegd wat de mogelijkheden zijn.
5. Toekomstplannen
Het beleid en de kennis over circulaire economie is in ontwikkeling. Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Het CMP wordt daarom regelmatig geactualiseerd.
Dit stuk is geschreven aan de hand van voorkomende situaties uit de praktijk. Deze zijn verwoord als veel gestelde vragen en antwoorden. In de toekomst zullen deze vragen en antwoorden worden aangevuld.
Meer informatie over de ontwikkeling van het CMP en hoe stakeholders daarbij worden betrokken leest u in Wat is het CMP.
6. Hulpmiddelen en meer informatie
Deze paragraaf bevat hulpmiddelen en meer informatie voor gemeenten en ondernemers. Ook is voor die doelgroepen weergegeven waar meer informatie over consumentengedrag te vinden is.
6.1 Gemeenten
Op de website van het programma Circulaire Ambachtscentra vindt u meer kennis en handvatten voor het opzetten van reparatie en hergebruik door gemeenten.
Handige hulpmiddelen zijn:
6.2 Ondernemers
Op de website van het Ondernemersplein vindt u meer informatie over de regels waar u als ondernemer aan moet voldoen.
Andere handige hulpmiddelen zijn:
6.3 Consumentengedrag
Bedrijven en gemeenten kunnen consumenten stimuleren om vaker producten te (laten) repareren of her te gebruiken. Om dit gedrag te stimuleren, zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar:
Houder
De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.
Ontdoen
Een handeling waarbij de houder het materiaal afdankt, waardoor het afval wordt. Een stof wordt afval als iemand het voornemen heeft om zich te ontdoen, door de handeling zelf en door de plicht om zich te ontdoen. Dit leidt tot verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstof.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Afvalstoffenhouder
Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Houder
De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.
Ontdoen
Een handeling waarbij de houder het materiaal afdankt, waardoor het afval wordt. Een stof wordt afval als iemand het voornemen heeft om zich te ontdoen, door de handeling zelf en door de plicht om zich te ontdoen. Dit leidt tot verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstof.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Afvalstoffenhouder
Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.