Afvalstoffen of afval
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Niet-afvalstof
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen die geen afvalstof zijn.
VIHB-registratie
Registratie door bedrijven die op Nederlands grondgebied bedrijfsafval of gevaarlijke afvalstoffen inzamelen, vervoeren, verhandelen en/of hierin bemiddelen op de landelijke lijst van Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars (VIHB-lijst).
niwo.nl
Handelaar in afvalstoffen
Natuurlijke of rechtspersoon die als verantwoordelijke optreedt bij het bedrijfsmatig aankopen en vervolgens verkopen van afvalstoffen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zie ook paragraaf 2.2. van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB) voor uitleg over de activiteit handelen in afval.
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Houder
De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.
Toetsingskader
Het toetsingskader is het onderdeel van het CMP dat het beleid bevat waar ieder bestuursorgaan rekening mee moet houden bij het uitoefenen van een bevoegdheid, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
Besluit
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 1:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Einde-afvalstof
Afvalstoffen die een behandeling van recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 6 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.5 Einde afval van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Bijproduct
Stoffen, mengsels of voorwerpen die het resultaat zijn van een productieproces dat niet in de eerste plaats is bedoeld voor de productie van die stoffen, mengsels of voorwerpen, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 4 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.6 Bijproduct van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
REACH
REACH is de Europese verordening (EG) Nr. 1907/2006 over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
Criteria (zoals bedoeld bij ‘Afvalstof of niet-afvalstof’)
Dit zijn de criteria die volgen uit de Europese verordeningen en Nederlandse regelingen die gaan over einde-afval of bijproduct. (In het onderwerp ‘Afvalstof of niet-afvalstof’ worden ook de begrippen vereisten en voorwaarden gebruikt).
Voorwaarden (zoals bedoeld bij ‘Afvalstof of niet-afvalstof’)
Vereisten (zoals bedoeld bij ‘Afvalstof of niet-afvalstof’)
Dit zijn de vereisten die zijn te vinden in het toetsingskader van het CMP. (In het onderwerp ‘Afvalstof of niet-afvalstof’ worden ook de begrippen criteria en voorwaarden gebruikt).
Bestuurlijk rechtsoordeel
Een zelfstandig en definitief bedoeld oordeel van een bestuursorgaan over de toepasselijkheid van een wettelijk voorschrift aangaande de toepassing waarvan dat orgaan bevoegdheden heeft.
Uitspraak 201607055/2/A3 - Raad van State
Overbrenging
Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:
- tussen Nederland en een ander land; of
- tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
- tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
- tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
- vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
- binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
- vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.
Ontdoen
Een handeling waarbij de houder het materiaal afdankt, waardoor het afval wordt. Een stof wordt afval als iemand het voornemen heeft om zich te ontdoen, door de handeling zelf en door de plicht om zich te ontdoen. Dit leidt tot verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstof.
Jurisprudentie
Alle beslissingen met uitleg (of uitspraken) van rechterlijke instanties. De belangrijkste uitspraken over de vraag of iets een afvalstof of niet-afvalstof is zijn afkomstig van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uitspraken vormen in het algemeen een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen.
Jurisprudentie | Begrip | Rechtspraak
Kaderrichtlijn afvalstoffen
Richtlijn 2008/98/EG van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312).
Rekening houden met
Bevoegd gezag moet rekening houden met het CMP bij het uitoefenen van een taak of bevoegdheid voor zover de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen (artikel 10.14 Wet milieubeheer). Dit betekent dat een bevoegd gezag in het algemeen het CMP moet volgen, maar dat zij in bijzondere gevallen, mits zij daar een voldoende motivering voor hebben, mogen afwijken van het CMP. In bijzondere gevallen kunnen andere belangen dan het belang dat wordt gediend met het CMP de doorslag geven. Het bestuursorgaan moet daar dan wel goede redenen voor hebben en dit moet deugdelijk worden gemotiveerd.
Doelmatig beheer van afvalstoffen
Zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende Circulair Materialenplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5 Wet milieubeheer.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bouwstof
Materiaal dat is bestemd om te worden toegepast, waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium en aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, met uitzondering van vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie.
Artikel 1 lid 1 Besluit bodemkwaliteit
Op grond van de milieubelastende activiteit ‘toepassen als bouwstoffen’ mogen alleen bouwstoffen worden toegepast die voldoen aan de voor bouwstoffen geldende kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit. Deze kwaliteitseisen gelden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving bijvoorbeeld niet voor het toepassen van bouwstoffen binnen een gebouw, als de bouwstoffen zo worden toegepast dat geen contact met hemelwater, oppervlaktewater of grondwater kan optreden.
Hergebruik
Elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Hergebruik is een vorm van voortgezet gebruik.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
Afvalhiërarchie
De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:
- de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
- de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.
Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.
Voorzorgsbeginsel
Het voorzorgsbeginsel is het beginsel dat inhoudt dat bedrijven en overheden verplicht zijn om maatregelen te nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Zie Voorzorg in de Omgevingswet op de PLO-website voor meer informatie over toepassing van dit begrip onder de Omgevingswet.
Nuttige toepassing
Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt tot welke handelingen in ieder geval behoren handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Onder dit begrip vallen de volgende treden van de afvalhiërarchie: voorbereiden voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing. Bij nuttige toepassing moeten de afvalstoffen, gelet op het arrest Edilizia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU van 28 juli 2016, C-147/15, Città Metropolitana di Bari v Edilizia Mastrodonato Srl, ECLI:EU:C:2016:606), volgens de meest recente wetenschappelijke en technische kennis geschikt te zijn voor het vervangen van primaire materialen. Zie de Leidraad indelen verwerkingshandelingen (pdf, 1.7 MB) voor meer informatie.
Verwijdering
Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Installatie
Zie Dit verstaat het Bal onder een installatie op de IPLO-website voor de verschillende invullingen van dit begrip.
Opslaan
Alle handelingen waarbij afvalstoffen voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch worden gehouden. Verplaatsen, stapelen, etc. kan hier onder vallen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (opbulken, sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc.) valt hier niet onder. Onder opslaan valt ook het overslaan van afvalstoffen.
Zorgstoffen
Alle stoffen die door bepaalde eigenschappen schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de volksgezondheid en een probleem kunnen vormen bij het verwerken van afvalstoffen waar ze in voorkomen of bij de toepassing waarvoor afvalstoffen gebruikt worden. Voorbeelden van zorgstoffen zijn - onder andere - medicijnresten, pathogenen, potentiële ZZS of bepaalde zware metalen.
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
Minimumstandaard
De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid van de menselijke gezondheid en het milieu, en vormt op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 4 en 13 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Afvalstoffen of afval
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Niet-afvalstof
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen die geen afvalstof zijn.
Jurisprudentie
Alle beslissingen met uitleg (of uitspraken) van rechterlijke instanties. De belangrijkste uitspraken over de vraag of iets een afvalstof of niet-afvalstof is zijn afkomstig van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uitspraken vormen in het algemeen een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen.
Jurisprudentie | Begrip | Rechtspraak
VIHB-registratie
Registratie door bedrijven die op Nederlands grondgebied bedrijfsafval of gevaarlijke afvalstoffen inzamelen, vervoeren, verhandelen en/of hierin bemiddelen op de landelijke lijst van Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars (VIHB-lijst).
niwo.nl
Handelaar in afvalstoffen
Natuurlijke of rechtspersoon die als verantwoordelijke optreedt bij het bedrijfsmatig aankopen en vervolgens verkopen van afvalstoffen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zie ook paragraaf 2.2. van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking voor uitleg over de activiteit handelen in afval.
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Houder
De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.
Toetsingskader
Het toetsingskader is het onderdeel van het CMP dat het beleid bevat waar ieder bestuursorgaan rekening mee moet houden bij het uitoefenen van een bevoegdheid, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
Besluit
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 1:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Einde-afvalstof
Afvalstoffen die een behandeling van recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 6 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.5 Einde afval van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Bijproduct
Stoffen, mengsels of voorwerpen die het resultaat zijn van een productieproces dat niet in de eerste plaats is bedoeld voor de productie van die stoffen, mengsels of voorwerpen, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 4 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.6 Bijproduct van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
REACH
REACH is de Europese verordening (EG) Nr. 1907/2006 over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
Criteria (zoals bedoeld bij ‘Afvalstof of niet-afvalstof’)
Dit zijn de criteria die volgen uit de Europese verordeningen en Nederlandse regelingen die gaan over einde-afval of bijproduct. (In het onderwerp ‘Afvalstof of niet-afvalstof’ worden ook de begrippen vereisten en voorwaarden gebruikt).
Voorwaarden (zoals bedoeld bij ‘Afvalstof of niet-afvalstof’)
Vereisten (zoals bedoeld bij ‘Afvalstof of niet-afvalstof’)
Dit zijn de vereisten die zijn te vinden in het toetsingskader van het CMP. (In het onderwerp ‘Afvalstof of niet-afvalstof’ worden ook de begrippen criteria en voorwaarden gebruikt).
Bestuurlijk rechtsoordeel
Een zelfstandig en definitief bedoeld oordeel van een bestuursorgaan over de toepasselijkheid van een wettelijk voorschrift aangaande de toepassing waarvan dat orgaan bevoegdheden heeft.
Uitspraak 201607055/2/A3 - Raad van State
Overbrenging
Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:
- tussen Nederland en een ander land; of
- tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
- tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
- tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
- vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
- binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
- vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.
Ontdoen
Een handeling waarbij de houder het materiaal afdankt, waardoor het afval wordt. Een stof wordt afval als iemand het voornemen heeft om zich te ontdoen, door de handeling zelf en door de plicht om zich te ontdoen. Dit leidt tot verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstof.
Kaderrichtlijn afvalstoffen
Richtlijn 2008/98/EG van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312).
Rekening houden met
Bevoegd gezag moet rekening houden met het CMP bij het uitoefenen van een taak of bevoegdheid voor zover de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen (artikel 10.14 Wet milieubeheer). Dit betekent dat een bevoegd gezag in het algemeen het CMP moet volgen, maar dat zij in bijzondere gevallen, mits zij daar een voldoende motivering voor hebben, mogen afwijken van het CMP. In bijzondere gevallen kunnen andere belangen dan het belang dat wordt gediend met het CMP de doorslag geven. Het bestuursorgaan moet daar dan wel goede redenen voor hebben en dit moet deugdelijk worden gemotiveerd.
Doelmatig beheer van afvalstoffen
Zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende Circulair Materialenplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5 Wet milieubeheer.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bouwstof
Materiaal dat is bestemd om te worden toegepast, waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium en aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, met uitzondering van vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie.
Artikel 1 lid 1 Besluit bodemkwaliteit
Op grond van de milieubelastende activiteit ‘toepassen als bouwstoffen’ mogen alleen bouwstoffen worden toegepast die voldoen aan de voor bouwstoffen geldende kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit. Deze kwaliteitseisen gelden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving bijvoorbeeld niet voor het toepassen van bouwstoffen binnen een gebouw, als de bouwstoffen zo worden toegepast dat geen contact met hemelwater, oppervlaktewater of grondwater kan optreden.
Hergebruik
Elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Hergebruik is een vorm van voortgezet gebruik.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
Afvalhiërarchie
De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:
- de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
- de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.
Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.
Voorzorgsbeginsel
Het voorzorgsbeginsel is het beginsel dat inhoudt dat bedrijven en overheden verplicht zijn om maatregelen te nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Zie Voorzorg in de Omgevingswet op de PLO-website voor meer informatie over toepassing van dit begrip onder de Omgevingswet.
Nuttige toepassing
Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt tot welke handelingen in ieder geval behoren handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Onder dit begrip vallen de volgende treden van de afvalhiërarchie: voorbereiden voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing. Bij nuttige toepassing moeten de afvalstoffen, gelet op het arrest Edilizia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU van 28 juli 2016, C-147/15, Città Metropolitana di Bari v Edilizia Mastrodonato Srl, ECLI:EU:C:2016:606), volgens de meest recente wetenschappelijke en technische kennis geschikt te zijn voor het vervangen van primaire materialen. Zie de Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie.
Verwijdering
Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Installatie
Zie Dit verstaat het Bal onder een installatie op de IPLO-website voor de verschillende invullingen van dit begrip.
Opslaan
Alle handelingen waarbij afvalstoffen voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch worden gehouden. Verplaatsen, stapelen, etc. kan hier onder vallen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (opbulken, sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc.) valt hier niet onder. Onder opslaan valt ook het overslaan van afvalstoffen.
Zorgstoffen
Alle stoffen die door bepaalde eigenschappen schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de volksgezondheid en een probleem kunnen vormen bij het verwerken van afvalstoffen waar ze in voorkomen of bij de toepassing waarvoor afvalstoffen gebruikt worden. Voorbeelden van zorgstoffen zijn - onder andere - medicijnresten, pathogenen, potentiële ZZS of bepaalde zware metalen.
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
Minimumstandaard
De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid van de menselijke gezondheid en het milieu, en vormt op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 4 en 13 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Afvalstoffenhouder
Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer