Vormen van recycling beoordelen
Dit onderwerp van het CMP beschrijft welke vormen van recycling we kennen en waarom het soms nodig is om onderscheid tussen vormen van recycling te maken. Vervolgens wordt ingegaan op hoe we onderscheid kunnen maken tussen meer en minder hoogwaardige recycling.
1. Doelgroep
Voor de vergunningverlener van initiatieven voor het verwerken van afvalstoffen is het beoordelen van de hoogwaardigheid van een voorgestelde vorm van verwerking van afval een cruciaal onderdeel van het werk. In dit onderwerp wordt toegelicht hoe deze beoordeling moet worden gedaan.
In het verlengde hiervan is deze informatie ook voor afvalverwerkers en initiatiefnemers van nieuwe initiatieven voor afvalverwerking van belang. Hierin kunnen zij antwoord vinden op de vragen: hoe beoordeelt een vergunningverlener mijn initiatief, welke referentie wordt daarbij gehanteerd en komt mijn plan in aanmerking voor een vergunning?
2. Belang voor circulaire economie
In Instrumenten voor sturing is toegelicht waarom het belangrijk is dat in een circulaire economie afval zo hoogwaardig mogelijk en zonder risico’s voor milieu en volksgezondheid wordt verwerkt. Ook is daar aangegeven dat de afvalhiërarchie en de minimumstandaard hierbij de kaders zijn en dat recycling hoogwaardiger is dan bijvoorbeeld inzet als brandstof, verbranden zonder energieterugwinning of storten.
Vaak zijn voor dezelfde afvalstof meerdere vormen van recycling mogelijk. Per vorm kunnen er bijvoorbeeld verschillen optreden in welke deelstromen van de afvalstof uiteindelijk worden gerecycled, in de hoeveelheid uitval, in de kwaliteit van het recyclaat of in het type toepassing. Dit alles heeft invloed op de mogelijkheden om het gerecyclede materiaal aan het eind van de (nieuwe) toepassing nogmaals te kunnen recyclen. Niet alle vormen van recycling dragen daarom evenveel bij aan een circulaire economie. Een vorm van recycling kan bijvoorbeeld goed scoren qua directe milieu-impact, zoals emissies van het opwerken en vermeden emissies door het uitsparen primair materiaal, maar over meerdere cycli bezien kan diezelfde vorm van recycling toch minder positief zijn wanneer het materiaal in een volgende cyclus niet meer voor recycling geschikt is. Ook kan het in de keten houden van materiaal zonder dat eventueel aanwezige zorgstoffen worden verwijderd een minder goede keuze zijn voor de kwaliteit van de grondstoffen van de toekomst en vanwege potentiële risico’s voor milieu en volksgezondheid.
Dit betekent dat de ene vorm van recycling van een afvalstof beter kan passen in het concept van een circulaire economie dan de andere vorm van recycling van dezelfde afvalstof. Voor het realiseren van een circulaire economie moet ook binnen de trede recycling van de afvalhiërarchie worden gekeken naar welk type recycling het meeste bijdraagt.
3. Beleid en wetgeving
Deze paragraaf beschrijft de rol van recycling bij het realiseren van een circulaire economie. De relatie tussen recycling en andere vormen van nuttige toepassing komt aan bod, en met name ook de verschillende vormen van recycling en hoe te beoordelen welke daarvan de voorkeur zou moeten hebben. Hierbij is de mate waarin een vorm van recycling bijdraagt aan de transitie naar een circulaire economie belangrijk, maar dit is niet het enige criterium.
3.1 Recycling of andere nuttige toepassing
Volgens de afvalhiërarchie zoals die in het CMP wordt gehanteerd (zie figuur 1) is recycling een vorm van nuttige toepassing.
Uitgeschreven tekst figuur 1
Deze tabel laat zien hoe de afvalhiërarchie wordt gebruikt in het Circulaire Materialenplan, afgekort als CMP. De indeling bestaat uit drie hoofdcategorieën: geen afval; nuttige toepassing van afval; en verwijdering van afval. Binnen deze hoofdcategorieën worden zeven verschillende treden in de afvalhiërarchie genoemd.
De eerste hoofdcategorie is: geen afval. Deze bestaat uit één trede, trede a: preventie en hergebruik.
De tweede hoofdcategorie is: nuttige toepassing van afval. Deze bestaat uit de vier tredes b; c1; c2; en d. In trede b staat: voorbereiding voor hergebruik. In trede c1 staat: Recycling van het oorspronkelijke materiaal in een gelijke of wat betreft de vereiste kwaliteit van het materiaal vergelijkbare toepassing, waaronder mechanische recycling en chemische recycling in de vorm van ‘dissolutie’ en ‘monomeer chemische recycling’ (zoals bijvoorbeeld solvolyse of thermische-drukhydrolyse). Dit geldt niet voor ‘chemische recycling via basischemicaliën’. In trede c2 staat: recycling van het oorspronkelijke materiaal in een niet gelijke of wat betreft de vereiste kwaliteit van het materiaal niet vergelijkbare toepassing en, of chemische recycling via basischemicaliën. In trede d staat: andere nuttige toepassing, waaronder energieterugwinning
De derde en laatste hoofdcategorie is: verwijdering van afval. Deze bestaat uit twee tredes: e1; en e2. In trede e1 staat: verbranden als vorm van verwijdering. In trede e2 staat: storten of lozen.
Onder de tabel staat een toelichting op de tweede hoofdcategorie: Nuttige toepassing van afval. Daarin staat dat het CMP ook de term ‘recyclingstandaard’ gebruikt. Deze term verwijst naar een vorm van recycling die meestal valt onder trede c1 of c2, of een combinatie daarvan. Alleen als in een afval- of ketenplan staat dat het om een recyclingstandaard gaat, wordt het ook officieel zo erkend. In onderdeel ‘Vormen van recycling beoordelen’ van het CMP wordt hier verder op ingegaan.
In het CMP sluiten we voor het begrip recycling aan bij de Wet milieubeheer (Wm) en de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra). Van belang hierbij is:
- Recycling is een vorm van nuttige toepassing. Dit houdt in dat alleen sprake is van recycling wanneer door de inzet van de afvalstoffen de inzet van andere (primaire) materialen wordt vermeden. Dit is een essentieel aspect van de definitie van ‘nuttige toepassing’.
- We spreken alleen van recycling wanneer sprake is van een bewerking en die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Worden de afvalstoffen bij de handeling verbruikt (denk aan verbrand, gebruik als flocculant, gebruik als neutraliserend middel of chemische reactant) dan is wel sprake van nuttige toepassing, maar niet van recycling.
- Het inzetten als, of opwerken tot (toeslagstof voor) brandstoffen is geen vorm van recycling. Dat geldt ook wanneer de afvalstoffen worden opgewerkt tot een secundaire brandstof die vervolgens op de markt wordt gebracht.
3.2 Recycling in een circulaire economie
Hoe past recycling in een circulaire economie? Wat zijn de uitgangspunten en wat is er naast recycling nog meer van belang? Daarover gaan de volgende paragrafen.
3.2.1 Uitgangspunten
Bij het nastreven van een circulaire economie worden de volgende twee uitgangspunten gehanteerd:
Uitgangspunt 1: Zorgen dat materialen behouden blijven voor een volgende toepassing.
Dit betekent: sturen naar de vorm van verwerking waarbij zo optimaal mogelijk wordt bijgedragen aan het realiseren van een circulaire economie.
Uitgangspunt 2: Zorgen dat bij afvalverwerking en het hernieuwd toepassen van materialen geen risico’s ontstaan voor milieu en volksgezondheid.
Doel is het bewaken van de kwaliteit van de grondstoffen van de toekomst en zeker stellen dat het in de keten houden van materialen niet leidt risico’s voor milieu en volksgezondheid door verspreiding van verontreinigen.
Deze twee uitgangspunten komen voort uit de doelstellingen van het afvalbeleid op Europees (Kaderrichtlijn afvalstoffen) en nationaal (Wet milieubeheer) niveau. Beide uitgangspunten zorgen voor een veilig, efficiënt en effectief grondstoffenbeheer.
3.2.2 Recycling is belangrijk in een CE, maar niet als enige
Voor het realiseren van een circulaire economie is het essentieel om in eerste instantie in te zetten op:
[1] het verminderen van consumptie, het bevorderen van duurzaam ontwerp en het stimuleren van hergebruik.
Maar ook met inzet op deze aspecten komen producten aan het eind van hun levensduur. Het is daarom ook cruciaal om materialen die toch afval zijn geworden zo te verwerken dat zo goed mogelijk wordt bijgedragen aan een circulaire economie.
Instrumenten voor sturing gaat in op het maken van onderscheid tussen verschillende vormen van afvalverwerking en het gebruik van de afvalhiërarchie daarbij. Hieruit volgt dat recycling beter bijdraagt aan een circulaire economie dan vormen van ‘andere nuttige toepassing’ zoals bijvoorbeeld het gebruik van een afvalstof als brandstof. In paragraaf 2 Belang voor circulaire economie is al aangegeven dat niet alle vormen van recycling evenveel bijdragen bij een circulaire economie. Voor het realiseren van een circulaire economie is het daarom ook essentieel:
[2] om zoveel mogelijk te kiezen voor die vorm van recycling die (het meest) bijdraagt aan een circulaire economie.
Bij de vraag welke vorm van recycling het meest bijdraagt aan een circulaire economie spelen in ieder geval de volgende aspecten een rol:
2a Hoeveel materiaal kan opnieuw worden gebruikt?
In de basis draagt de vorm van afvalverwerking die leidt tot zo min mogelijk verlies/uitval van materiaal dat alsnog moet worden verbrand of gestort, en dus tot zoveel mogelijk inzetbaar recyclaat, het meest bij aan een circulaire economie.
2b Is het materiaal ook meermaals te recyclen?
Als het mogelijk is om een materiaal meerdere keren te recyclen en in meerdere cycli het gebruik van primair materiaal uit te sparen, draagt dat meer bij aan een circulaire economie dan wanneer het recyclaat alleen geschikt is voor een eenmalige toepassing en na die toepassing vrijwel zeker moet worden verbrand of gestort.
2c Kwaliteit van het recyclaat / milieuwinst door uitsparen van primaire grondstoffen.
Recycling van afvalstoffen leidt tot het uitsparen van primaire grondstoffen. De winst die dat oplevert hangt af van de milieugevolgen van winnen, produceren, transporteren en verwerken van de uitgespaarde primaire grondstoffen. Hoe groot de winst is hangt af van het type materiaal, van de gekozen toepassing en de zuiverheid/kwaliteit van het recyclaat en daarmee van de soort en kwaliteit primaire grondstoffen die worden uitgespaard.
2d De aanwezigheid van kritieke materialen.
De vraag naar kritieke materialen neemt wereldwijd toe en daarmee de aandacht voor het terugwinnen van deze materialen uit afvalstoffen. Het terugwinpotentieel en de capaciteit om dat te doen vraagt nog aandacht. Terugwinnen van de kritieke materialen uit afval zal daarom in groeiende mate een rol gaan spelen bij het aanmerken van een vorm van verwerking als meer of minder hoogwaardig. Zie verder paragraaf 3.6 Kritieke materialen en hoogwaardigheid.
Het afwegen van aspecten 2a tot en met 2d is niet altijd eenvoudig omdat zij niet altijd tot dezelfde conclusie leiden. Dit komt terug in de volgende paragraaf 3.3 over het definiëren van hoogwaardige recycling.
De aspecten 2a tot en met 2d zorgen ervoor dat grondstoffen behouden blijven voor een volgende toepassing. Daarnaast is het van belang dat:
[3] bij afvalverwerking geen risico’s ontstaan voor milieu en volksgezondheid.
Het voorkomen van risico’s betekent vooral dat wordt voorkomen dat via recyclaat verontreinigingen terug de maatschappij in worden gebracht die we liever willen uitfaseren. Een route die goed scoort op eerdergenoemde aspecten 2a tot en met 2c – en die wat betreft de bijdrage aan het zuinig omgaan met grondstoffen goed scoort – is dan mogelijk toch niet de meest wenselijke optie. Bij bepaalde verontreinigingen heeft het meer prioriteit om deze niet terug te laten komen in de maatschappij, dan dat primaire grondstoffen worden uitgespaard.
De punten [1] tot en met [3] spelen een rol bij de vraag welke vorm van verwerking/recyclen van een specifieke afvalstof het meest hoogwaardig is. Echter:
[4] Voor de vraag welke vorm van recycling beleidsmatig meest wenselijk is, spelen naast het behoud van grondstoffen en minimale risico’s voor milieu en volksgezondheid, nog andere aspecten een rol.
Het gaat dan bijvoorbeeld om emissies of energiegebruik van het opwerken van het afval tot recyclaat, de kosten voor de ontdoener van het afval, de manier waarop het afval in de ons omringende landen wordt verwerkt en de aanwezige verwerkingscapaciteit. Ook dit kan er toe leiden dat een vorm van recycling die wat betreft de bijdrage aan het zuinig omgaan met grondstoffen goed scoort toch niet de meest wenselijke optie is. Dit soort aspecten worden ook meegewogen bij het vaststellen van minimumstandaarden in het CMP (zie paragraaf 3.1.3 Andere aspecten bij het vaststellen van een minimumstandaard in ‘Minimumstandaard voor verwerking’).
3.3 Hoogwaardige recycling
Zoals aangegeven in de vorige paragraaf is (de meest) hoogwaardige recycling:
die vorm van recycling die (het meest) bijdraagt aan een circulaire economie.
Deze definitie van hoogwaardige recycling is vrij abstract. In paragraaf 3.2 Recycling in een circulaire economie is aangegeven dat bij het maken van onderscheid tussen meer en minder hoogwaardige recycling in ieder geval de hoeveelheid recyclaat en de kwaliteit van het recyclaat een rol spelen. Daarnaast is het in een circulaire economie wenselijk dat materiaal meermaals kan worden gerecycled en zo in meerdere gebruikscycli in de keten wordt gehouden.
Om deze redenen is de definitie van hoogwaardige recycling: De vorm van recycling waarbij zoveel mogelijk materiaal en met een zo hoog mogelijke kwaliteit over zoveel mogelijk cycli in een materiaal- of productketen wordt gehouden.
Ter toelichting op deze definitie de volgende drie opmerkingen:
- De in deze definitie opgenomen principes zijn lang niet altijd met elkaar in lijn. Zo kan het verkrijgen van recyclaat van hoge kwaliteit op gespannen voet staan met het verkrijgen van zoveel mogelijk recyclaat. Ook kan een toepassing waarin zoveel mogelijk recyclaat wordt toegepast op gespannen voet staan met het uitgangspunt dat het materiaal over meerdere gebruikscycli in de keten gehouden moet worden. Daarbij is het van belang dat recyclaten van verschillende kwaliteiten naast elkaar kunnen bestaan en zo ieder hun bijdrage kunnen leveren aan een circulaire economie. In het ene geval heeft het meerwaarde om te kiezen voor de inzet van meer recyclaat van een iets lagere kwaliteit wanneer daarmee het gebruik van meer primair materiaal wordt vermeden. In andere gevallen levert het opwerken tot minder recyclaat, maar wel van de hoogste kwaliteit over meer ketens bezien, juist de meeste winst op.
- In de definitie wordt nadrukkelijk gesproken van een materiaal- of productketen. Het is namelijk lang niet altijd noodzakelijk dat het recyclaat ook ingezet wordt in eenzelfde product om te voldoen aan de vereiste van hoogwaardigheid. Het gaat in eerste instantie om de kwaliteit van het materiaal en welk primair materiaal wordt uitgespaard. Dat hoeft dus niet altijd te betekenen dat wordt gestreefd naar dezelfde toepassing, zogenaamde ‘closed-loop-recycling’ (zie kader).
- Bij het bepalen of sprake is van hoogwaardige recycling is van het belang om ook oog te houden voor het voorkomen en/of vermijden van andere milieubelastende elementen zoals de uitstoot van broeikasgassen of de verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen of andere zorgstoffen via het recyclaat. Het kan bijvoorbeeld lonen om een materiaal met techniek X te verwerken tot recyclaat met een lagere kwaliteit ook al kan met techniek Y een hogere kwaliteit bereikt worden, als de inzet van techniek Y leidt tot een grotere uitstoot van broeikasgassen of leidt tot het terug in de keten brengen van ongewenste zorgstoffen.
Closed-loop is niet altijd het streven
Ten onrechte heerst het idee dat alleen sprake zou zijn van hoogwaardige recycling wanneer materiaal binnen dezelfde toepassing blijft. Het streven om materiaal weer in dezelfde keten terug te krijgen betekent dat vormen van materiaalgebruik die zich in decennia lineaire economie hebben ontwikkeld als hoogste doel worden gezien. Hiermee lopen we het risico om niet-circulaire keuzes uit het verleden onnodig lang in stand te houden. Dat is nadrukkelijk niet de lijn die in het CMP wordt aangehouden. Wanneer recyclaat wordt ingezet in een andere toepassing waar het eenzelfde kwaliteit primair materiaal vermijdt als in de oorspronkelijke toepassing zou zijn gebeurd, is inzet in een andere toepassing niet minder hoogwaardig.
Bij materialen waar de totale hoeveelheid beschikbaar recyclaat niet voldoende is om in alle toepassingen primair materiaal te vervangen, kan het over het geheel gezien zelfs beter zijn om te gaan voor minder kwaliteit, maar wel meer recyclaat in een andere toepassing. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer bij opwerken om het opnieuw in de oorspronkelijke toepassing te kunnen gebruiken veel uitval optreedt en dus minder primair materiaal wordt vervangen. Dan is het beter te kiezen voor meer vervanging van meer primair materiaal in de andere toepassing en in de oorspronkelijke toepassing te gaan voor een kleinere hoeveelheid primair materiaal. Dit is dan vanuit het betreffende materiaal gezien niet de meest hoogwaardige inzet, maar draagt over meer toepassingen gezien op dit moment wel het meest bij aan de transitie naar een circulaire economie.
Wat de meest hoogwaardige toepassing is, is dus maatwerk. Het gaat om de combinatie van de kwaliteit van het recyclaat en vervolgens welk en hoeveel primair materiaal wordt vermeden3.
Ook in de literatuur. is de discussie over ‘closed-loop’ versus ‘open-loop’ actueel:
“De opdeling tussen ‘closed-loop’ en ‘open-loop’ is nogal logisch in een context van lineaire economie, waar ketens niet met elkaar verbonden zijn. Maar wanneer de economie als geheel circulair wordt, of opnieuw wordt ontworpen om meer circulair te zijn, moeten ‘closed-loop’-concepten wellicht worden ‘uitgebreid’ en kan ‘open-loop’ zelfs een meer hulpbronnenefficiënte optie worden (…). Er kunnen zelfs gevallen zijn waarin ‘open-loop’ recycling recyclaten van voldoende kwaliteit produceert voor een andere toepassing, in plaats van onnodig push-close-loop recyclingprocessen te stimuleren om de technische eigenschappen van recyclaten te verbeteren om aan de normen van hun nieuwe tegenhanger te voldoen.”
‘Closed-loop’ staat in de literatuur voor een vorm van recycling waarbij het materiaal zoveel mogelijk weer in dezelfde toepassing wordt gebruikt. Betonpuin moet daarbij weer in beton worden gebruikt, een glazen verpakking wordt weer een glazen verpakking en oude dakbedekking wordt weer nieuwe dakbedekking.
‘Open-loop’ recycling staat voor een vorm van recycling waarbij het materiaal niet per se in eenzelfde toepassing hoeft terug te komen. Een PET-fles komt in de volgende cyclus terug als fleece-trui, de bitumen uit dakafval worden verwerkt in asfalt, oude pallets worden verwerkt tot meubels, etc. Soms is een volgende toepassing anders omdat het recyclaat niet voldoende kwaliteit heeft om opnieuw in de eerste toepassing te worden verwerkt. We spreken dan wel van downcycling maar dat hoeft niet. Een nieuwe toepassing kan een zelfde kwaliteit grondstof vereisen of soms zelfs een hogere kwaliteit dan de oorspronkelijke toepassing (we spreken dan wel van upcycling).
Bij alle drie bovenstaande punten is sprake van een geval tot geval benadering om te bepalen welke vorm van recycling van een specifiek materiaal of product de meest hoogwaardige is. In een aantal gevallen zal het onderscheid tussen de treden c1 en c2 van de afvalhiërarchie uitsluitsel geven. Is dat niet het geval dan kan het uitvoeren van een mLCA zoals beschreven in de Leidraad maken van mLCA (pdf, 1.4 MB) noodzakelijk zijn. Met die methodiek wordt over meerdere gebruikscycli in rekening gebracht welk en hoeveel primair materiaal wordt vermeden en wat de milieu-impact is om dat te realiseren. Vanwege de geval tot geval benadering kunnen deze definitie en de uitgangspunten per materiaalstroom verder uitgewerkt worden in materiaalgerichte wetgeving. Een voorbeeld hiervan is de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
In deze geval tot geval benadering kan er in specifieke situaties ook voor gekozen worden om niet uit te gaan van zoveel mogelijke materiaal zo vaak mogelijk in de keten houden, maar om juist te focussen op het terugwinnen van bepaalde materialen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het terugwinnen van kritieke grondstoffen.
3.4 Vormen van recycling in het CMP
Onderstaande paragraaf 3.4.1 licht de twee verschillende vormen van recycling uit de afvalhiërarchie toe. Paragraaf 3.4.2 gaat in op chemische recycling en de hoogwaardigheid daarvan.
3.4.1 Vormen van recycling in de afvalhiërarchie
Zoals eerder aangegeven dragen niet alle vormen van recycling altijd evenveel bij aan een circulaire economie. In de afvalhiërarchie zoals die in het CMP wordt gehanteerd (zie paragraaf 3.3 De afvalhiërarchie in het CMP in ‘Instrumenten voor sturing’) wordt daarom onderscheid gemaakt tussen twee vormen van recycling.
De eerste vorm van recycling (c1)
[c1]: recycling van het oorspronkelijke materiaal in een gelijke of wat betreft de vereiste kwaliteit van het materiaal vergelijkbare toepassing, waaronder mechanische recycling en chemische recycling in de vorm van 'dessolutie' en ‘monomeer chemische recycling’ (zoals bijvoorbeeld solvolyse of thermische-drukhydrolyse) maar niet ‘chemische recycling via basischemicaliën’.
Het betreft hier vormen van recycling waar het oorspronkelijke materiaal (of de monomeer daarvan) weer apart beschikbaar komt als materiaal in een kwaliteit die vergelijkbaar is met die van het materiaal dat is gebruikt voor de toepassing voordat het afval werd. Het materiaal is in beginsel geschikt om weer in dezelfde keten en op een vergelijkbare wijze te worden toegepast.
Voorbeelden zijn:
- Het terugwinnen van verpakkingsglas waar weer nieuwe verpakkingen van gemaakt kunnen worden;
- Het terugwinnen van PET uit verpakkingen om weer een nieuwe PET-fles van te maken;
- Bitumen uit dakbedekking weer als inzetbare bitumen ter beschikking stellen.
Het gaat om de kwaliteit van het materiaal en niet om of het daadwerkelijk in dezelfde keten wordt toegepast. Een heel andere toepassing die vraagt om dezelfde kwaliteit valt hier ook onder. Zie verder ook paragraaf 3.3 Hoogwaardige recycling.
Het omzetten van composteerbaar materiaal in bruikbare compost wordt hiermee gelijkgesteld en valt ook onder c1. Voorwaarde is wel dat er daadwerkelijk wordt bijgedragen aan de productie van compost; bio afbreekbare kunststoffen worden vaak (vrijwel) geheel omgezet in methaan, CO2 en water zonder wezenlijke bijdrage aan de productie van compost. In dat geval is er geen sprake van indeling als c1.
De tweede vorm van recycling (c2)
[c2]: recycling van het oorspronkelijke materiaal in een niet-gelijke of wat betreft de vereiste kwaliteit van het materiaal niet-vergelijkbare toepassing en/of chemische recycling via basischemicaliën.
Hieronder vallen alle vormen van recycling die niet vallen onder c1. Dit omvat als eerste vormen van recycling waarbij het materiaal wordt ingezet ter vervanging van andere primaire grondstoffen, maar niet wordt teruggewonnen in pure en zuivere vorm. De vervangen grondstoffen hoeven dus niet identiek zijn aan het te recyclen materiaal.
Voorbeelden zijn:
- PET dat wordt ingezet in een gemengde kunststoffractie ter vervanging van hout;
- Glas dat onverhoopt niet aan de bron gescheiden is gehouden wordt als nevenbestanddeel van menggranulaat ingezet als bouwstof.
In het CMP wordt ‘recycling’ als overkoepelend begrip gehanteerd. In het geval dat ‘recycling’ in een minimumstandaard wordt gebruikt zonder nadere specificatie, vallen hier alle vormen van recycling onder, dus zowel c1 als c2. Uit de plaatsing op de afvalhiërarchie volgt dat recycling volgens c1 wel de voorkeur heeft boven recycling volgens c2.
3.4.2 Chemische recycling
Hoe past chemisch recycling op de afvalhiërarchie en is de ene vorm van chemische recycling hoogwaardiger dan de andere? Die vragen komen in onderstaande twee subparagrafen aan bod.
3.4.2.1 Vormen van chemische recycling en de afvalhiërarchie
Er zijn meerdere vormen van chemische recycling met ieder hun eigen mogelijkheden en beperkingen.
Vormen van chemische recycling gebaseerd op pyrolyse of vergassen (chemische recycling via basischemicaliën) vallen onder trede c2 van de afvalhiërarchie. Hoewel de kwaliteit van de verkregen secundaire materialen in het algemeen niet onder doet voor primair materiaal, zijn deze vormen van chemische recycling toch onder c2 ingedeeld vanwege het energiegebruik en het feit dat een deel van de input tijdens het proces wordt verbruikt. Zie voor de plek van pyrolyse en vergassen in een circulaire economie ook Beoordelen thermisch verwerken.
Dissolutie en vormen van ‘monomeer chemische recycling’ vallen onder trede c1 van de afvalhiërarchie. Zij worden gelijk gewaardeerd aan mechanische recycling wat door een relatief laag gebruik van energie en bedrijfsmiddelen in het algemeen een wenselijke vorm is, maar niet altijd mogelijk is.
3.4.2.2 Sturen op recycling
De indeling op de afvalhiërarchie betekent ook dat ‘monomeer chemische recycling’ en ‘solvolyse’ de voorkeur hebben boven ‘chemische recycling via basischemicaliën’. Indien mogelijk wordt hier bij vergunningverlening rekening mee gehouden. Deze vormen van chemische recycling kunnen een meer structurele rol spelen binnen een circulaire economie dan ‘chemische recycling via basischemicaliën’.
In een aantal gevallen wordt in het CMP specifiek gestuurd op ‘recycling’ en sluit de minimumstandaard van de betreffende afvalstof ‘andere nuttige toepassing’ uit. Het is dan van belang dat bij vergunningverlening zeker wordt gesteld dat de output van het proces later niet alsnog wordt afgevoerd als brandstof of ten behoeve van verwerken in of tot een brandstof.
In praktijk levert het maken van onderscheid tussen ‘chemische recycling’ en ‘andere nuttige toepassing’ nogal eens verwarring op. Met name bij ‘chemische recycling via basischemicaliën’, kunnen de verkregen mengsels van kleine chemische eenheden, behalve als grondstof voor de maakindustrie (= recycling), ook als brandstof ingezet worden (= andere nuttige toepassing en geen recycling). Zie hiervoor verder Beoordelen thermisch verwerken.
3.5 Sturen tussen vormen van recycling
Om de transitie naar een circulaire economie te bevorderen kan het nodig zijn om binnen vormen van recycling te sturen. Sturen op een specifieke vorm van recycling gebeurt op twee manieren, namelijk via de minimumstandaard en via het toetsingskader voor grensoverschrijdend transport van afvalstoffen.
3.5.1 Sturen via de minimumstandaard
De minimumstandaarden in de keten- en afvalplannen van het CMP zijn een toetsingskader voor vergunningverlening. Wanneer de minimumstandaard is geformuleerd op een bepaald niveau van de afvalhiërarchie komen vormen van verwerking waarbij het afval geheel of gedeeltelijk op een lager niveau van de afvalhiërarchie wordt verwerkt in beginsel niet voor vergunningverlening in aanmerking. In veel gevallen zijn minimumstandaarden in het CMP op het niveau van de afvalhiërarchie geformuleerd. In het geval dat in een minimumstandaard ‘recycling’ wordt gebruikt vallen hier alle vormen van recycling onder en komen deze allemaal voor vergunningverlening in aanmerking. Maar het CMP kent ook de mogelijkheid om in de minimumstandaard een specifieke vorm van recycling aan te merken als “recyclingstandaard”. In dat geval komt alleen die specifieke vorm van recycling voor een vergunning in aanmerking. De minimumstandaard en de recyclingstandaard zijn verder uitgewerkt in Minimumstandaard voor verwerking en de Leidraad gebruik minimumstandaard (pdf, 1.3 MB).
3.5.2 Sturen via grensoverschrijdend transport van afvalstoffen
Wanneer in Nederland een vorm van recycling als meer wenselijk wordt aangemerkt dan andere vormen, kan er voor worden gekozen daar beleidsmatig op te sturen (door het aanpassen van de minimumstandaard). Het is dan niet gewenst dat afval voor een ‘minder hoogwaardige’ vorm van verwerking wordt overgebracht naar het buitenland. In dergelijke gevallen worden in de keten- en afvalplannen beperkingen opgenomen ten aanzien van het transport naar het buitenland. Dit wordt gedaan wanneer het afval daar minder hoogwaardig zou worden verwerkt dan bij verwerking in eigen land het geval zou zijn geweest. Zie ook Grensoverschrijdend transport.
3.5.3 Sturen naar een uniforme uitvoering van het beleid
Sturen op een bepaalde vorm van recycling gebeurt in principe alleen op basis van het CMP. Dit geldt zowel voor sturen via de minimumstandaard als voor sturen op het gebied van grensoverschrijdend transport. Het is dus niet de bedoeling dat bevoegde gezagen bij vergunningverlening een eigen afweging maken dat het verwerken hoogwaardiger kan dan het CMP voorschrijft. Dit zou namelijk leiden tot een ongelijk speelveld en zou een uniforme uitvoering van het afvalbeleid ondermijnen. Dit geldt niet wanneer een initiatiefnemer in de aanvraag zelf de lat hoger legt dan op grond van het CMP is vereist.
Zie verder voor het werken met de recyclingstandaard paragraaf 3.3 Minimumstandaard aanmerken als recyclingstandaard in 'Minimumstandaard voor verwerking' en Grensoverschrijdend transport.
3.6 Kritieke materialen en hoogwaardigheid
De Europese Commissie definieert kritieke materialen als "Metalen en mineralen van significante economische waarde en waarvoor potentieel een leveringsrisico bestaat."
Momenteel staan 34 grondstoffen op de lijst van kritieke materialen van de Commissie. Deze lijst is te vinden in de bijlage bij de Critical Raw Materials Act (CRMA).
Wereldwijd bestaat een groeiende vraag naar kritieke materialen. Dit leidt ook tot toenemende aandacht voor het terugwinnen van deze materialen uit afvalstoffen. Ook binnen de EU is veel aandacht voor kritieke materialen. De Europese Commissie heeft in maart 2023 de Critical Raw Materials Act (CRMA) voorgesteld. Het doel hiervan is dat de EU minder afhankelijk wordt van landen buiten de EU voor het verkrijgen van kritieke materialen.
Het beleid in het CRMA heeft een directe link met hoogwaardig afvalbeheer. Zo moet in 2030 25% van het jaarlijkse Europese verbruik van kritieke grondstoffen uit recycling komen (bron). Om dit te bereiken verplicht de CRMA lidstaten ertoe binnen drie jaar na de inwerkingtreding nationale maatregelen te implementeren die onder meer leiden tot:
- Meer en verbeterde afvalinzameling, met een hoog potentieel voor de terugwinning van kritieke materialen;
- Meer hergebruik van producten en onderdelen met een hoog terugwinningspotentieel voor kritieke materialen;
- Meer gebruik van secundaire kritieke materialen tijdens productie;
- Verbeterde materiaalefficiëntie en recyclingtechnologieën voor kritieke materialen en meer vervanging daarvan in toepassingen.
Het Ministerie van Economische Zaken heeft in 2022 de Nationale Grondstoffenstrategie gepubliceerd waarin het belang van terugwinnen van kritieke materialen uitgebreid wordt beschreven.
Kritieke materialen zijn niet in elke afvalstof aanwezig. In bepaalde afvalstoffen is de hoeveelheid kritieke materialen verwaarloosbaar of kunnen ze niet worden teruggewonnen. TNO Deltares heeft een onderzoek uitgevoerd naar het terugwinpotentieel van kritieke materialen voor een groot aantal materialen en producten. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in de desbetreffende afvalplannen in het CMP:
- Metalen
- Batterijen en accu’s
- Shredderafval
- Wrakken van auto’s en tweewielige motorvoertuigen
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (zie ook het Ketenplan zonnepanelen)
In het onderzoek is ook gekeken naar technieken om kritieke materialen terug te winnen en waar deze binnen de EU beschikbaar zijn. Verwerkers van afvalstoffen uit de bovenstaande afvalplannen kunnen dit overzicht gebruiken om keuzes te maken voor het ontwikkelen van de technieken binnen Nederland of er bijvoorbeeld voor kiezen om samen te werken met landen binnen de EU die ervaring hebben met de techniek en/of beschikken over capaciteit voor het terugwinnen van bepaalde materialen.
Meer informatie over kritieke materialen is ook te vinden op de website van het Nederlands Materialen Observatorium.
4. Toetsingskaders CMP
Het bevoegd gezag houdt bij het beoordelen van recycling rekening met de volgende bepalingen:
- Vergunningverleners gebruiken het onderscheid tussen de vormen van recycling alleen voor gevallen waarin de minimumstandaard van het CMP daar expliciet in voorziet.
- In gevallen waarin geen minimumstandaard is opgenomen in het CMP toetst de vergunningverlener direct aan de afvalhiërarchie en houdt hierbij rekening met het daarin opgenomen onderscheid in vormen van recycling.
Verder zijn gerelateerde toetsingskaders te vinden in de Leidraad gebruik minimumstandaard (pdf, 1.3 MB) en de Leidraad maken van mLCA (pdf, 1.4 MB).
5. Toekomstplannen
Het beleid en de kennis over circulaire economie is in ontwikkeling. Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Het CMP wordt daarom regelmatig geactualiseerd.
Op dit moment worden geen ontwikkelingen voorzien die kunnen leiden tot wijzigingen in de toetsingskaders van dit onderwerp.
Meer informatie over de ontwikkeling van het CMP en hoe stakeholders daarbij worden betrokken leest u in Wat is het CMP.
6. Hulpmiddelen en meer informatie
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Solvolyse
Het oplossen van een polymeer waarbij polymeerketens worden gesplitst in kleinere moleculen (monomeren of oligomeren) waarna die in zuivere vorm weer opnieuw kunnen worden ingezet in materialen/producten. Dit is ook een vorm van chemische recycling.
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Solvolyse
Het oplossen van een polymeer waarbij polymeerketens worden gesplitst in kleinere moleculen (monomeren of oligomeren) waarna die in zuivere vorm weer opnieuw kunnen worden ingezet in materialen/producten. Dit is ook een vorm van chemische recycling.
Chemische recycling
Proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen, al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Hieronder vallen in ieder geval chemische recycling via basischemicaliën, monomeer chemische recycling en dissolutie.
Chemische recycling via basischemicaliën
Het afbreken van polymeren tot eenvoudige chemische moleculen als CO, H2, etheen en dergelijke met als doel deze vervolgens te gebruiken als basischemicaliën voor de productie van nieuwe materialen/producten. Het basisproces om het ingangsmateriaal af te breken is in deze gevallen in het algemeen pyrolyse of vergassen.
Monomeer chemische recycling
Het afbreken van polymeren in de oorspronkelijke monomeren (vinylchloride [monomeer van PVC], BHET [= grondstof voor PET], propeen [monomeer van PP], etc.) die vervolgens weer dienen als grondstof voor de productie van nieuwe materialen/producten. Voorbeelden zijn ‘solvolyse’ of thermische-drukhydrolyse.
Dissolutie
Een fysisch proces waarbij een kunststof oplost in een oplosmiddel zonder dat de polymeerketen chemisch verandert met als doel onzuiverheden (zoals kleurstoffen, vulstoffen, additieven) te scheiden. Daarna wordt de kunststof weer uit het oplosmiddel teruggewonnen door precipitatie (uitvlokken of kristallisatie). Dit is een vorm van chemische recycling.