In deze paragraaf worden diverse relevante aspecten uit de wetgeving beschreven en wordt het beleid aangaande injectie van afvalwater bij de winning van olie en gas uiteengezet.
Afbakening
De diepe ondergrond is in beginsel niet bestemd voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen. Uitgangspunt blijft dat het in de diepe ondergrond brengen van afvalstoffen in beginsel verboden is, omdat dan geen sprake is van nuttige toepassing en daarmee niet wordt voldaan aan het vereiste van een doelmatig afvalbeheer. Voor afvalstoffen die ontstaan bij mijnbouwactiviteiten en die van origine uit de diepe ondergrond afkomstig zijn (bijvoorbeeld formatiewater), gelden op dit uitgangspunt enkele specifieke uitzonderingen. Deze afvalstoffen kunnen in beginsel weer in de diepe ondergrond worden teruggebracht, als:
- aan voorwaarden voor veilig terugbrengen en achterlaten kan worden voldaan en
- wordt voldaan aan de eisen die de Mijnbouwwetgeving stelt.
Er is altijd een specifieke afweging nodig, gebaseerd op de Leidraad injectie-activiteiten bij de winning van gas en olie (pdf, 264 kB) en het bij de leidraad horende Afwegingskader afvalwaterinjectie in olie- en gasvelden, 2025 Actualisatie van de methodiek (pdf, 1 MB) en toegesneden op de betreffende specifieke situatie. Injectie en de afvalhiërarchie
De verwijderingshandeling ‘injecteren in de diepe ondergrond’ wordt niet bij naam genoemd in de afvalhiërarchie. Injecteren kan beschouwd worden als een aparte en afgebakende vorm van storten, waarop de gebruikelijk eisen die gelden voor stortlocaties niet van toepassing zijn. Injectieactiviteiten bij de winning van gas en olie zien op het terugvoeren van de bij het winningsproces van gas en olie ontstane afvalstoffen uit de diepe ondergrond en vormt daarmee een specifieke categorie die al jarenlang praktijk is. Om te komen tot een verantwoorde afweging wordt gebruik gemaakt van de in de leidraad injectieactiviteiten opgenomen afwegingsmethodiek en waterinjectieprotocol.
Dit onderwerp gaat alleen over het, door middel van injectie, terugbrengen van afvalstoffen die vrijkomen bij de winning van gas en olie in hetzelfde of in andere (lege) gas- en/of oliereservoirs.
Algemene uitgangspunten bij injectieactiviteiten bij de winning van gas en olie
De bestaansgrond voor injectie van afvalstoffen in de diepe ondergrond is gelegen in het terugvoeren van bij het winningsproces van olie en gas ontstane afval(water)stromen die in hoofdzaak uit de diepe ondergrond afkomstig zijn. Dit gebeurt al tientallen jaren. Deze vorm van verwijdering wordt als één van de beste beschikbare technieken genoemd in Best Available Techniques Guidance Document on upstream hydrocarbon exploration and production” van 27 februari 2019 van de Europese Commissie.
In de afzonderlijke Leidraad injectie-activiteiten bij de winning van gas en olie (pdf, 264 kB) is verder integraal toegelicht en uitgewerkt onder welke voorwaarden deze afvalwaterinjectie is toegestaan. Deze leidraad bevat een actualisatie van de CE-methodiek en het waterinjectieprotocol. Bij deze leidraad hoort ook het rapport Afwegingskader afvalwaterinjectie in olie- en gasvelden, 2025 Actualisatie van de methodiek (pdf, 1 MB).
Voor het injecteren van afvalstoffen die zijn vrijgekomen bij de winning van olie en gas in de diepe ondergrond, gelden onderstaande algemene uitgangspunten. De samenstelling van het afvalwater bepaalt of het water een niet-gevaarlijke of een gevaarlijke afvalstof is. De in dit onderwerp genoemde uitgangspunten gelden voor beide categorieën afvalstoffen en de afwegingsmethodiek en het waterinjectieprotocol in de Leidraad injectie-activiteiten bij de winning van gas en olie (pdf, 264 kB) gelden voor beide categorieën:
- De diepe ondergrond is in beginsel niet bestemd voor het injecteren van afvalstoffen die niet uit de diepe ondergrond afkomstig zijn. Alleen het terugvoeren van afval(water)stromen die zijn vrijgekomen bij winningsprocessen en in hoofdzaak uit de diepe ondergrond afkomstig zijn, kan worden toegestaan. Het exploiteren van een mijnbouwwerk met enkel het doel het injecteren van afvalstoffen (bijvoorbeeld in verlaten (lege) gas- en olievelden) die niet uit de ondergrond afkomstig zijn, is dus niet toegestaan.
- Het in de diepe ondergrond brengen van afval(water)stromen is alleen aanvaardbaar als: Als een m.e.r.-procedure verplicht is, komt dit ook hierin tot uitdrukking.
- de afvalstoffen in een afgesloten geologische formatie worden gebracht waarvan de druk door productie van olie of gas is gedaald, en
- waaruit de afvalstoffen zich niet kunnen verspreiden, en
- er geen sprake is van emissies, en
- deze afvalstoffen geen significant negatief effect hebben op de omliggende geologische formaties.
- Vanwege doelmatigheid kunnen afvalwaterstromen van meerdere winningslocaties op één locatie (van een mijnbouwwerk) worden geïnjecteerd. In die gevallen moet de initiatiefnemer ten genoegen van het bevoegd gezag aantonen dat de afvalwaterstromen die van buiten het mijnbouwwerk worden aangevoerd, compatibel zijn met de diepe ondergrond (het geologisch voorkomen) waar injectie in plaatsvindt. De hiervoor genoemde leidraad injectie-activiteiten bij de winning van gas en olie bevat een afwegingskader dat moet worden toegepast bij de aanvraag van de vergunning. Deze leidraad is een samenvoeging en actualisatie van de eerder gehanteerde versies van de CE-methodiek en het waterinjectie protocol.
- De afval(water)stroom bevat onvermijdelijk ook hulpstoffen die bij de winning, het productieproces en het injectieproces worden toegepast en redelijkerwijs niet (volledig) uit het injectiewater kunnen worden verwijderd. Hiermee worden bodemvreemde stoffen teruggevoerd. Hoewel uit onderzoek van TNO uit 2023 blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat chemische reacties als gevolg van de huidige waterinjecties leiden tot significante aantastingen van de integriteit van het reservoir of de afsluitende laag, is dit in beginsel niet gewenst (bron). Voordat injectie mag plaatsvinden, moet aan het bevoegd gezag worden aangetoond dat redelijkerwijs is geprobeerd het gehalte aan hulpstoffen in de te injecteren stroom te minimaliseren. Daarbij is de vraag aan de orde dat niet meer hulpstoffen worden toegepast dan noodzakelijk voor de integriteit van de installatie en de operatie.
In de Leidraad injectie-activiteiten bij de winning van gas en olie (pdf, 264 kB) zijn, conform de adviezen van het Openbaar Ministerie inzake Borgsweer (bron):
- begrippen en normen geconcretiseerd;
- afspraken vastgelegd over het in de vergunning opnemen van alle te verwerken vloeistoffen, waarbij per vloeistofstroom wordt omschreven wat de herkomst, exacte samenstelling is;
- afspraken vastgelegd over acceptatie en verwerking van de vloeistofstromen, waardoor dit volledig transparant is;
- een nadere duiding gegeven aan het begrip “vergelijkbare formatie” en waarbij de begrippen “bodemvreemde stoffen” en “compatibel met de formatie waarin geïnjecteerd wordt” met concrete criteria worden verrijkt, zodat duidelijk is in hoeverre het te injecteren afval mag afwijken van de samenstelling van het reservoir. Het zoutgehalte vraagt bijzondere aandacht.
Ook de adviezen van de Commissie m.e.r. (bron) inzake injectie van afvalstoffen in de diepe ondergrond zijn in de Leidraad injectie-activiteiten bij de winning van gas en olie (pdf, 264 kB) meegenomen.