Bron
Zie onder meer het arrest van het Europese Hof van 27 februari 2002 C-6/00 overweging 71.
Opvulling
Handeling voor nuttige toepassing waarbij niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor het herstel van uitgegraven terreinen of voor civieltechnische toepassingen bij de landschapsaanleg. Afval dat wordt gebruikt voor opvulling moet dienen ter vervanging van niet-afvalmaterialen, geschikt zijn voor de voornoemde doelen en worden beperkt tot de hoeveelheid die strikt noodzakelijk is om deze doelen te bereiken.
Artikel 3 lid 17 bis Kaderrichtlijn afvalstoffen
Gezien de interpretatie van de definitie door de RvS in arrest ABRvS 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4206, wordt ‘opvulling’ in het CMP alleen gebruikt voor nuttige toepassing van afvalstoffen voor het opvullen van mijnen of groeves die aan de oppervlakte liggen. In andere gevallen kan sprake zijn van andere nuttige toepassing of verwijdering. Zie paragraaf 1.8.4.2 van de Leidraad indelen verwerkingshandelingen (pdf, 1.7 MB) en Storten of nuttig toepassen voor meer informatie over dit onderwerp.
Afvalmining
Het terugwinnen van gestort materiaal uit gesloten stortplaatsen of -vakken met als doel een deel hiervan te recyclen of anderszins opnieuw toe te passen als materiaal/grondstof.
Hoofdstuk 4 Werkprogramma Storten 2024 - 2029
Terugneembaar storten
Storten van afvalstoffen waarbij vooraf specifiek rekening gehouden wordt met het kunnen terughalen van in de toekomst mogelijk toepasbare afvalstoffen. Bij terugneembaar storten is de focus om afvalstoffen die in potentie in de toekomst alsnog toepasbaar kunnen worden qua soort zoveel mogelijk samen te bergen en te voorkomen dat op dezelfde plek ook stoorstoffen (asbest, explosieve afvalstoffen, licht radioactief afval of ander gevaarlijk afval) worden gestort. Dit wijkt af van het traditioneel storten, omdat daar vaak bewust verschillende afvalstoffen door elkaar heen worden gestort om de stortruimte optimaal te benutten en de stabiliteit van de stortplaats te waarborgen.
Storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Nuttige toepassing
Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt tot welke handelingen in ieder geval behoren handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Onder dit begrip vallen de volgende treden van de afvalhiërarchie: voorbereiden voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing. Bij nuttige toepassing moeten de afvalstoffen, gelet op het arrest Edilizia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU van 28 juli 2016, C-147/15, Città Metropolitana di Bari v Edilizia Mastrodonato Srl, ECLI:EU:C:2016:606), volgens de meest recente wetenschappelijke en technische kennis geschikt te zijn voor het vervangen van primaire materialen. Zie de Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie.
Duurzaam stortbeheer
Zodanig beheer van stortplaatsen dat de biologische afbraakprocessen worden gestimuleerd, met als doel het gestorte afval in een stabiele situatie te brengen.
Afvalmining
Het terugwinnen van gestort materiaal uit gesloten stortplaatsen of -vakken met als doel een deel hiervan te recyclen of anderszins opnieuw toe te passen als materiaal/grondstof.
Hoofdstuk 4 Werkprogramma Storten 2024 - 2029
Terugneembaar storten
Storten van afvalstoffen waarbij vooraf specifiek rekening gehouden wordt met het kunnen terughalen van in de toekomst mogelijk toepasbare afvalstoffen. Bij terugneembaar storten is de focus om afvalstoffen die in potentie in de toekomst alsnog toepasbaar kunnen worden qua soort zoveel mogelijk samen te bergen en te voorkomen dat op dezelfde plek ook stoorstoffen (asbest, explosieve afvalstoffen, licht radioactief afval of ander gevaarlijk afval) worden gestort. Dit wijkt af van het traditioneel storten, omdat daar vaak bewust verschillende afvalstoffen door elkaar heen worden gestort om de stortruimte optimaal te benutten en de stabiliteit van de stortplaats te waarborgen.
Afvalhiërarchie
De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:
- de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
- de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.
Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
Bron
Zie onder meer het arrest van het Europese Hof van 27 februari 2002 C-6/00 overweging 71.
Opvulling
Handeling voor nuttige toepassing waarbij niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor het herstel van uitgegraven terreinen of voor civieltechnische toepassingen bij de landschapsaanleg. Afval dat wordt gebruikt voor opvulling moet dienen ter vervanging van niet-afvalmaterialen, geschikt zijn voor de voornoemde doelen en worden beperkt tot de hoeveelheid die strikt noodzakelijk is om deze doelen te bereiken.
Artikel 3 lid 17 bis Kaderrichtlijn afvalstoffen
Gezien de interpretatie van de definitie door de RvS in arrest ABRvS 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4206, wordt ‘opvulling’ in het CMP alleen gebruikt voor nuttige toepassing van afvalstoffen voor het opvullen van mijnen of groeves die aan de oppervlakte liggen. In andere gevallen kan sprake zijn van andere nuttige toepassing of verwijdering. Zie paragraaf 1.8.4.2 van de Leidraad indelen verwerkingshandelingen en Storten of nuttig toepassen voor meer informatie over dit onderwerp.
Verwijdering
Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer