Reparatie
Reparatie en onderhoud van een kapot product voor gebruik in de oude functie (zoals bij auto’s en kleding.
Bijlage 1 ICER 2023.
Hergebruik
Elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Hergebruik is een vorm van voortgezet gebruik.
Afvalstoffen of afval
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Import
Het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland, met uitzondering van doorvoer van afval via Nederlands grondgebied. Dit begrip verschilt van het begrip invoer, waarmee elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie wordt bedoeld.
REACH
REACH is de Europese verordening (EG) Nr. 1907/2006 over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen.
Kaderrichtlijn afvalstoffen
Richtlijn 2008/98/EG van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312).
Besluit
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 1:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Rekening houden met
Bevoegd gezag moet rekening houden met het CMP bij het uitoefenen van een taak of bevoegdheid voor zover de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen (artikel 10.14 Wet milieubeheer). Dit betekent dat een bevoegd gezag in het algemeen het CMP moet volgen, maar dat zij in bijzondere gevallen, mits zij daar een voldoende motivering voor hebben, mogen afwijken van het CMP. In bijzondere gevallen kunnen andere belangen dan het belang dat wordt gediend met het CMP de doorslag geven. Het bestuursorgaan moet daar dan wel goede redenen voor hebben en dit moet deugdelijk worden gemotiveerd.
Normalisatie
Is de vaststelling van technische normen voor een bepaalde sector door een onafhankelijke (private) organisatie, waarbij belanghebbenden zijn vertegenwoordigd, met het oog op afstemming van kenmerken van producten, productieprocessen, personen of managementsystemen op aanwezige marktvraag en/of maatschappelijke behoeften.
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Einde-afvalstof
Afvalstoffen die een behandeling van recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 6 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.5 Einde afval van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Preventie
Maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van:
- de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten;
- de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid, of
- het gehalte aan gevaarlijke stoffen in materialen en producten.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zorgstoffen
Alle stoffen die door bepaalde eigenschappen schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de volksgezondheid en een probleem kunnen vormen bij het verwerken van afvalstoffen waar ze in voorkomen of bij de toepassing waarvoor afvalstoffen gebruikt worden. Voorbeelden van zorgstoffen zijn - onder andere - medicijnresten, pathogenen, potentiële ZZS of bepaalde zware metalen.
Substances of very high concern (SVHC's)
SVHC’s zijn op Europees niveau aangemerkt als stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57 van REACH en op de zogeheten kandidatenlijst op de website van het ECHA zijn geplaatst.
POP's
POP’s zijn stoffen die onder het Verdrag van Stockholm zijn aangemerkt als persistente organische verontreinigende stof (persistent organic pollutant). Ze zijn in de Europese Unie gereguleerd via de POP-verordening. Zie ZZS en overige zorgstoffen voor meer informatie.
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
POP-houdend afval
Afval waarin POP’s zitten. Daarbij maken we in het CMP onderscheid tussen POP-rijk en POP-arm afval. In POP-rijk afval zitten POP’s in een concentratie gelijk aan of boven de grenswaarde uit bijlage IV van de POP-verordening. In POP-arm afval zitten POP’s in een concentratie onder deze grenswaarde.
Nuttige toepassing
Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt tot welke handelingen in ieder geval behoren handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Onder dit begrip vallen de volgende treden van de afvalhiërarchie: voorbereiden voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing. Bij nuttige toepassing moeten de afvalstoffen, gelet op het arrest Edilizia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU van 28 juli 2016, C-147/15, Città Metropolitana di Bari v Edilizia Mastrodonato Srl, ECLI:EU:C:2016:606), volgens de meest recente wetenschappelijke en technische kennis geschikt te zijn voor het vervangen van primaire materialen. Zie de Leidraad indelen verwerkingshandelingen (pdf, 1.7 MB) voor meer informatie.
Productpaspoort
Gegevensreeks die bij een product hoort, die informatie bevat die is gespecificeerd in de gedelegeerde handeling volgend uit de Ecodesign verordening (Verordening (EU) 2024/1781), en elektronisch toegankelijk is via een gegevensdrager.
Artikel 2 lid 28 Ecodesign verordening
Recyclaat
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Secundaire materialen
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Kritieke materialen
Natuurlijke metalen en mineralen van significante waarde voor de economie in Europa en een potentieel risico rond de leveringszekerheid. In de Critical Raw Materials Act (CRMA) (Verordening (EU) 2024/1252) is in bijlage II afdeling 1 te vinden welke grondstoffen worden aangemerkt als kritieke grondstoffen.
Bijlage II afdeling 1 CRMA
Primaire grondstoffen
Primaire grondstoffen zijn grondstoffen die uit de natuur worden gewonnen, zoals ijzererts. Primaire grondstoffen worden doorgaans verwerkt tot en daarmee opgeslagen in materialen en onderdelen, zoals ijzer of stalen platen, en vervolgens in eindproducten, zoals auto’s.
Bijlage 1 ICER 2023.
Biogrondstoffen
Alle typen van biotische substantie van plantaardige of dierlijke origine (inclusief microbiële origine), zoals grondstoffen, materialen, producten, residuen en afvalstoffen uit de landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur, industrie en huishoudens (bijvoorbeeld groente-, tuin-, en fruitafval). Deze definitie is vergelijkbaar met het begrip biomassa.
Dierlijke bijproducten
Dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, met inbegrip van oöcyten, embryo’s en sperma.
Artikel 3 lid 1 Verordening dierlijke bijproducten
Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Beste beschikbare technieken
Het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de emissie grenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden te vormen is aangetoond. Met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken.
Bijlage A Omgevingswet
Het gaat hier om zowel de toegepaste technieken, als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.
Voorzorgsbeginsel
Het voorzorgsbeginsel is het beginsel dat inhoudt dat bedrijven en overheden verplicht zijn om maatregelen te nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Zie Voorzorg in de Omgevingswet op de PLO-website voor meer informatie over toepassing van dit begrip onder de Omgevingswet.
Zorgplicht
Overheden, bedrijven en burgers zijn verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving. Onder de Omgevingswet bestaat een algemene zorgplicht (artikel 1.8 Ow) en specifieke zorgplichten (zie o.a. artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving).
Zie Zorgplicht in de Omgevingswet op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Mengen
Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Huishoudelijke afvalstoffen
Afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Gescheiden inzameling
Inzameling waarbij een afvalstoffenstroom gescheiden gehouden wordt naar soort en aard van de afvalstoffen om een specifieke behandeling te vergemakkelijken.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bedrijfsafvalstoffen
Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afval ontstaat bij alle bedrijven. Het betreft zowel het afval van kantoren en kantines als het afval dat ontstaat bij specifieke bedrijfsactiviteiten. Bij dit afval wordt onderscheid gemaakt tussen ‘bedrijfsafvalstoffen’ en gevaarlijke afvalstoffen. Ook industriële en procesafhankelijke afvalstoffen vallen onder de definitie van bedrijfsafvalstoffen als het afval geen gevaarlijk afval is. Onder het Besluit activiteiten leefomgeving zijn huishoudelijke afvalstoffen, nadat ze zijn ingezameld of afgegeven, ook bedrijfsafvalstoffen.
Gevaarlijke afvalstoffen
Afvalstoffen die een of meer van de in bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezitten.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Deze abstracte definitie komt uit de Wet milieubeheer. In Nederland is dit opgenomen in de Regeling Europese afvalstoffenlijst. De laatste bevat een lijst met afvalstoffen waarin alle gevaarlijke afvalstoffen met een * zijn gemarkeerd. Daarnaast deelt de Eural een aantal stoffen die zijn vermeld in bijlage IV van de POP-verordening in als gevaarlijk afval.
Voor zowel deze lijst als voor regels met betrekking tot het gebruik ervan, wordt verder naar deze regelingen verwezen en naar 'Omgaan met de Euralcode' van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Verwerking van afvalstoffen
Nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Producentenorganisatie
Een organisatie die namens producenten verplichtingen uit hoofde van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt.
Artikel 1 lid 1 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Zie ook artikel 1 lid 1 van de Regeling verzoek algemeen verbindend verklaring overeenkomst afvalbeheerbijdrage.
Algemeen verbindend verklaring (AVV)
Een besluit als bedoeld in artikel 15.36 lid 1 Wet milieubeheer. Met een ‘algemeen verbindend verklaring van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage’ (AVV) worden de afspraken die een belangrijke meerderheid van producenten van een bepaalde productgroep onderling hebben gemaakt over de uitvoering van een UPV, algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat de minister op verzoek van die meerderheid bepaalt dat de overeenkomst voor iedereen geldt die de producten als eerste op de Nederlandse markt aanbiedt. Dus ook als ze de AVV-aanvraag niet hebben gesteund. Hierdoor betalen alle producenten mee aan het UPV-systeem van de meerderheid.
Afvalbeheerbijdrage
Bijdrage in de kosten van het beheer van een afvalstof.
Artikel 15.35 Wet milieubeheer
Een afvalbeheerbijdrage is de financiële bijdrage die producenten betalen aan een producentenorganisatie, die namens hen de verplichtingen uit een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt. De hoogte en berekening van de afvalbeheerbijdrage wordt door producenten en de producentenorganisatie vastgelegd in een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage.
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
VIHB-registratie
Registratie door bedrijven die op Nederlands grondgebied bedrijfsafval of gevaarlijke afvalstoffen inzamelen, vervoeren, verhandelen en/of hierin bemiddelen op de landelijke lijst van Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars (VIHB-lijst).
niwo.nl
Vervoerder
Bedrijf dat afvalstoffen vervoert.
Handelaar in afvalstoffen
Natuurlijke of rechtspersoon die als verantwoordelijke optreedt bij het bedrijfsmatig aankopen en vervolgens verkopen van afvalstoffen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zie ook paragraaf 2.2. van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB) voor uitleg over de activiteit handelen in afval.
Kennisgeving
Een procedure van voorafgaande schriftelijke toestemming die geldt voor het grensoverschrijdend transport van bepaalde afvalstoffen. Zie Grensoverschrijdend transport voor meer uitleg.
Opslaan
Alle handelingen waarbij afvalstoffen voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch worden gehouden. Verplaatsen, stapelen, etc. kan hier onder vallen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (opbulken, sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc.) valt hier niet onder. Onder opslaan valt ook het overslaan van afvalstoffen.
Overbrenging
Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:
- tussen Nederland en een ander land; of
- tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
- tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
- tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
- vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
- binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
- vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
Verwijdering
Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Verbranden
Verbranden kan als vorm van nuttig toepassen en als vorm van verwijderen.
- Verbranden als vorm van nuttig toepassen: verbranden van afvalstoffen in een elektriciteitscentrale, cementoven, enz. kan als nuttige toepassing wordt aangemerkt, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het verbranden van afvalstoffen heeft als doel de afvalstoffen voornamelijk te gebruiken voor energieopwekking. De afvalstoffen vervullen dan namelijk een nuttige functie doordat zij in de plaats komen van een primaire energiebron die voor deze functie had moeten worden gebruikt.
- Verbranden als vorm van verwijderen: Het verbranden van afvalstoffen in een installatie die speciaal is gebouwd voor de verbranding van afvalstoffen, zelfs wanneer bij de verbranding de geproduceerde warmte geheel of gedeeltelijk wordt teruggewonnen (bijvoorbeeld in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of een draaitrommeloven (DTO). Uitzondering hierbij is het verbranden van vast stedelijk afval en bepaalde andere afvalstoffen in een AVI die is aangemerkt als installatie voor nuttige toepassing. Zie Leidraad bepalen R1-status (pdf, 684 kB) voor meer informatie over dit onderwerp.
Zie Leidraad indelen verwerkingshandelingen (pdf, 1.7 MB) voor meer informatie over het maken van de juiste indeling en de voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing.
Storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Ontdoen
Een handeling waarbij de houder het materiaal afdankt, waardoor het afval wordt. Een stof wordt afval als iemand het voornemen heeft om zich te ontdoen, door de handeling zelf en door de plicht om zich te ontdoen. Dit leidt tot verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstof.
Rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi)
Een zuiveringtechnisch werk dat is ingericht om stedelijk afvalwater te zuiveren. Het werk wordt beheerd door of namens het waterschap.
Een openbaar vuilwaterriool is geen zuiveringtechnisch werk, maar sluit hierop aan. In de praktijk wordt als grens tussen het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnisch werk een overdrachtspunt gehanteerd. Op dit punt vindt de feitelijke overdracht van stedelijk afvalwater van de gemeente aan het waterschap plaats. Het werk voor het transport van stedelijk afvalwater vóór het overdrachtspunt is een openbaar vuilwaterriool. Na het overdrachtspunt hoort dit werk bij het zuiveringtechnisch werk.
Afvalverbrandingsinstallatie (AVI)
Een AVI is een afvalverbrandingsinstallatie die primair is opgericht voor het verbranden van 'vast stedelijk afval' (Zowel R1 als D10 installaties). AVI’s verbranden in hoofdzaak huishoudelijk restafval, met huishoudelijk restafval vergelijkbaar bedrijfsafval en gemengde fracties of sorteerresiduen uit het bewerken van deze stromen of uit het bewerken van bouw- en sloopafval. In praktijk gaat het om de 12 installaties die worden genoemd in Capaciteit van AVI’s. Dit zijn ook de 12 installaties die in aanmerking kunnen komen voor de R1-status op basis van de voetnoot bij de R1-handeling van bijlage II van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Stortplaats
Terrein waar afvalstoffen worden gestort, of het gedeelte van een terrein waar afvalstoffen worden gestort als op het terrein niet alleen afvalstoffen worden gestort, met uitzondering van winningsafvalvoorzieningen.
Bijlage A Omgevingswet
Vergassen
Omzetting van vaste brandstoffen in een energetisch laagwaardig gas, door reactie bij gloeitemperatuur met lucht, zuurstof, stoom of andere reactieve gassen of mengsels hiervan.
Pyrolyse
Chemische omzetting of ontleding van organische afvalcomponenten door verhitting bij afwezigheid van vrije zuurstof of voldoende vrije zuurstof.
Keten
Het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.
Toetsingskader
Het toetsingskader is het onderdeel van het CMP dat het beleid bevat waar ieder bestuursorgaan rekening mee moet houden bij het uitoefenen van een bevoegdheid, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.
Reparatie
Reparatie en onderhoud van een kapot product voor gebruik in de oude functie (zoals bij auto’s en kleding.
Bijlage 1 ICER 2023.
Hergebruik
Elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Hergebruik is een vorm van voortgezet gebruik.
Afvalstoffen of afval
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Import
Het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland, met uitzondering van doorvoer van afval via Nederlands grondgebied. Dit begrip verschilt van het begrip invoer, waarmee elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie wordt bedoeld.
REACH
REACH is de Europese verordening (EG) Nr. 1907/2006 over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen.
Kaderrichtlijn afvalstoffen
Richtlijn 2008/98/EG van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312).
Besluit
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 1:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Rekening houden met
Bevoegd gezag moet rekening houden met het CMP bij het uitoefenen van een taak of bevoegdheid voor zover de taak of bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen (artikel 10.14 Wet milieubeheer). Dit betekent dat een bevoegd gezag in het algemeen het CMP moet volgen, maar dat zij in bijzondere gevallen, mits zij daar een voldoende motivering voor hebben, mogen afwijken van het CMP. In bijzondere gevallen kunnen andere belangen dan het belang dat wordt gediend met het CMP de doorslag geven. Het bestuursorgaan moet daar dan wel goede redenen voor hebben en dit moet deugdelijk worden gemotiveerd.
Normalisatie
Is de vaststelling van technische normen voor een bepaalde sector door een onafhankelijke (private) organisatie, waarbij belanghebbenden zijn vertegenwoordigd, met het oog op afstemming van kenmerken van producten, productieprocessen, personen of managementsystemen op aanwezige marktvraag en/of maatschappelijke behoeften.
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Einde-afvalstof
Afvalstoffen die een behandeling van recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 6 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.5 Einde afval van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Preventie
Maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van:
- de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten;
- de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid, of
- het gehalte aan gevaarlijke stoffen in materialen en producten.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zorgstoffen
Alle stoffen die door bepaalde eigenschappen schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de volksgezondheid en een probleem kunnen vormen bij het verwerken van afvalstoffen waar ze in voorkomen of bij de toepassing waarvoor afvalstoffen gebruikt worden. Voorbeelden van zorgstoffen zijn - onder andere - medicijnresten, pathogenen, potentiële ZZS of bepaalde zware metalen.
Substances of very high concern (SVHC's)
SVHC’s zijn op Europees niveau aangemerkt als stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57 van REACH en op de zogeheten kandidatenlijst op de website van het ECHA zijn geplaatst.
POP's
POP’s zijn stoffen die onder het Verdrag van Stockholm zijn aangemerkt als persistente organische verontreinigende stof (persistent organic pollutant). Ze zijn in de Europese Unie gereguleerd via de POP-verordening. Zie ZZS en overige zorgstoffen voor meer informatie.
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
POP-houdend afval
Afval waarin POP’s zitten. Daarbij maken we in het CMP onderscheid tussen POP-rijk en POP-arm afval. In POP-rijk afval zitten POP’s in een concentratie gelijk aan of boven de grenswaarde uit bijlage IV van de POP-verordening. In POP-arm afval zitten POP’s in een concentratie onder deze grenswaarde.
Nuttige toepassing
Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt tot welke handelingen in ieder geval behoren handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Onder dit begrip vallen de volgende treden van de afvalhiërarchie: voorbereiden voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing. Bij nuttige toepassing moeten de afvalstoffen, gelet op het arrest Edilizia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU van 28 juli 2016, C-147/15, Città Metropolitana di Bari v Edilizia Mastrodonato Srl, ECLI:EU:C:2016:606), volgens de meest recente wetenschappelijke en technische kennis geschikt te zijn voor het vervangen van primaire materialen. Zie de Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie.
Productpaspoort
Gegevensreeks die bij een product hoort, die informatie bevat die is gespecificeerd in de gedelegeerde handeling volgend uit de Ecodesign verordening (Verordening (EU) 2024/1781), en elektronisch toegankelijk is via een gegevensdrager.
Artikel 2 lid 28 Ecodesign verordening
Recyclaat
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Secundaire materialen
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Kritieke materialen
Natuurlijke metalen en mineralen van significante waarde voor de economie in Europa en een potentieel risico rond de leveringszekerheid. In de Critical Raw Materials Act (CRMA) (Verordening (EU) 2024/1252) is in bijlage II afdeling 1 te vinden welke grondstoffen worden aangemerkt als kritieke grondstoffen.
Bijlage II afdeling 1 CRMA
Primaire grondstoffen
Primaire grondstoffen zijn grondstoffen die uit de natuur worden gewonnen, zoals ijzererts. Primaire grondstoffen worden doorgaans verwerkt tot en daarmee opgeslagen in materialen en onderdelen, zoals ijzer of stalen platen, en vervolgens in eindproducten, zoals auto’s.
Bijlage 1 ICER 2023.
Biogrondstoffen
Alle typen van biotische substantie van plantaardige of dierlijke origine (inclusief microbiële origine), zoals grondstoffen, materialen, producten, residuen en afvalstoffen uit de landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur, industrie en huishoudens (bijvoorbeeld groente-, tuin-, en fruitafval). Deze definitie is vergelijkbaar met het begrip biomassa.
Dierlijke bijproducten
Dode dieren of delen van dieren, producten van dierlijke oorsprong of andere producten die uit dieren zijn verkregen en die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn, met inbegrip van oöcyten, embryo’s en sperma.
Artikel 3 lid 1 Verordening dierlijke bijproducten
Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Beste beschikbare technieken
Het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de emissie grenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden te vormen is aangetoond. Met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken.
Bijlage A Omgevingswet
Het gaat hier om zowel de toegepaste technieken, als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.
Voorzorgsbeginsel
Het voorzorgsbeginsel is het beginsel dat inhoudt dat bedrijven en overheden verplicht zijn om maatregelen te nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Zie Voorzorg in de Omgevingswet op de PLO-website voor meer informatie over toepassing van dit begrip onder de Omgevingswet.
Zorgplicht
Overheden, bedrijven en burgers zijn verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving. Onder de Omgevingswet bestaat een algemene zorgplicht (artikel 1.8 Ow) en specifieke zorgplichten (zie o.a. artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving).
Zie Zorgplicht in de Omgevingswet op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Mengen
Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Huishoudelijke afvalstoffen
Afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Gescheiden inzameling
Inzameling waarbij een afvalstoffenstroom gescheiden gehouden wordt naar soort en aard van de afvalstoffen om een specifieke behandeling te vergemakkelijken.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bedrijfsafvalstoffen
Afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afval ontstaat bij alle bedrijven. Het betreft zowel het afval van kantoren en kantines als het afval dat ontstaat bij specifieke bedrijfsactiviteiten. Bij dit afval wordt onderscheid gemaakt tussen ‘bedrijfsafvalstoffen’ en gevaarlijke afvalstoffen. Ook industriële en procesafhankelijke afvalstoffen vallen onder de definitie van bedrijfsafvalstoffen als het afval geen gevaarlijk afval is. Onder het Besluit activiteiten leefomgeving zijn huishoudelijke afvalstoffen, nadat ze zijn ingezameld of afgegeven, ook bedrijfsafvalstoffen.
Gevaarlijke afvalstoffen
Afvalstoffen die een of meer van de in bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezitten.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Deze abstracte definitie komt uit de Wet milieubeheer. In Nederland is dit opgenomen in de Regeling Europese afvalstoffenlijst. De laatste bevat een lijst met afvalstoffen waarin alle gevaarlijke afvalstoffen met een * zijn gemarkeerd. Daarnaast deelt de Eural een aantal stoffen die zijn vermeld in bijlage IV van de POP-verordening in als gevaarlijk afval.
Voor zowel deze lijst als voor regels met betrekking tot het gebruik ervan, wordt verder naar deze regelingen verwezen en naar 'Omgaan met de Euralcode' van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Verwerking van afvalstoffen
Nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Producentenorganisatie
Een organisatie die namens producenten verplichtingen uit hoofde van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt.
Artikel 1 lid 1 van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Zie ook artikel 1 lid 1 van de Regeling verzoek algemeen verbindend verklaring overeenkomst afvalbeheerbijdrage.
Algemeen verbindend verklaring (AVV)
Een besluit als bedoeld in artikel 15.36 lid 1 Wet milieubeheer. Met een ‘algemeen verbindend verklaring van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage’ (AVV) worden de afspraken die een belangrijke meerderheid van producenten van een bepaalde productgroep onderling hebben gemaakt over de uitvoering van een UPV, algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat de minister op verzoek van die meerderheid bepaalt dat de overeenkomst voor iedereen geldt die de producten als eerste op de Nederlandse markt aanbiedt. Dus ook als ze de AVV-aanvraag niet hebben gesteund. Hierdoor betalen alle producenten mee aan het UPV-systeem van de meerderheid.
Afvalbeheerbijdrage
Bijdrage in de kosten van het beheer van een afvalstof.
Artikel 15.35 Wet milieubeheer
Een afvalbeheerbijdrage is de financiële bijdrage die producenten betalen aan een producentenorganisatie, die namens hen de verplichtingen uit een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt. De hoogte en berekening van de afvalbeheerbijdrage wordt door producenten en de producentenorganisatie vastgelegd in een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage.
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
VIHB-registratie
Registratie door bedrijven die op Nederlands grondgebied bedrijfsafval of gevaarlijke afvalstoffen inzamelen, vervoeren, verhandelen en/of hierin bemiddelen op de landelijke lijst van Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars (VIHB-lijst).
niwo.nl
Vervoerder
Bedrijf dat afvalstoffen vervoert.
Handelaar in afvalstoffen
Natuurlijke of rechtspersoon die als verantwoordelijke optreedt bij het bedrijfsmatig aankopen en vervolgens verkopen van afvalstoffen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zie ook paragraaf 2.2. van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking voor uitleg over de activiteit handelen in afval.
Kennisgeving
Een procedure van voorafgaande schriftelijke toestemming die geldt voor het grensoverschrijdend transport van bepaalde afvalstoffen. Zie Grensoverschrijdend transport voor meer uitleg.
Opslaan
Alle handelingen waarbij afvalstoffen voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch worden gehouden. Verplaatsen, stapelen, etc. kan hier onder vallen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (opbulken, sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc.) valt hier niet onder. Onder opslaan valt ook het overslaan van afvalstoffen.
Overbrenging
Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:
- tussen Nederland en een ander land; of
- tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
- tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
- tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
- vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
- binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
- vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
Verwijdering
Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Verbranden
Verbranden kan als vorm van nuttig toepassen en als vorm van verwijderen.
- Verbranden als vorm van nuttig toepassen: verbranden van afvalstoffen in een elektriciteitscentrale, cementoven, enz. kan als nuttige toepassing wordt aangemerkt, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het verbranden van afvalstoffen heeft als doel de afvalstoffen voornamelijk te gebruiken voor energieopwekking. De afvalstoffen vervullen dan namelijk een nuttige functie doordat zij in de plaats komen van een primaire energiebron die voor deze functie had moeten worden gebruikt.
- Verbranden als vorm van verwijderen: Het verbranden van afvalstoffen in een installatie die speciaal is gebouwd voor de verbranding van afvalstoffen, zelfs wanneer bij de verbranding de geproduceerde warmte geheel of gedeeltelijk wordt teruggewonnen (bijvoorbeeld in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of een draaitrommeloven (DTO). Uitzondering hierbij is het verbranden van vast stedelijk afval en bepaalde andere afvalstoffen in een AVI die is aangemerkt als installatie voor nuttige toepassing. Zie Leidraad bepalen R1-status voor meer informatie over dit onderwerp.
Zie Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie over het maken van de juiste indeling en de voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing.
Storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Ontdoen
Een handeling waarbij de houder het materiaal afdankt, waardoor het afval wordt. Een stof wordt afval als iemand het voornemen heeft om zich te ontdoen, door de handeling zelf en door de plicht om zich te ontdoen. Dit leidt tot verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstof.
Rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi)
Een zuiveringtechnisch werk dat is ingericht om stedelijk afvalwater te zuiveren. Het werk wordt beheerd door of namens het waterschap.
Een openbaar vuilwaterriool is geen zuiveringtechnisch werk, maar sluit hierop aan. In de praktijk wordt als grens tussen het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnisch werk een overdrachtspunt gehanteerd. Op dit punt vindt de feitelijke overdracht van stedelijk afvalwater van de gemeente aan het waterschap plaats. Het werk voor het transport van stedelijk afvalwater vóór het overdrachtspunt is een openbaar vuilwaterriool. Na het overdrachtspunt hoort dit werk bij het zuiveringtechnisch werk.
Afvalverbrandingsinstallatie (AVI)
Een AVI is een afvalverbrandingsinstallatie die primair is opgericht voor het verbranden van 'vast stedelijk afval' (Zowel R1 als D10 installaties). AVI’s verbranden in hoofdzaak huishoudelijk restafval, met huishoudelijk restafval vergelijkbaar bedrijfsafval en gemengde fracties of sorteerresiduen uit het bewerken van deze stromen of uit het bewerken van bouw- en sloopafval. In praktijk gaat het om de 12 installaties die worden genoemd in Capaciteit van AVI’s. Dit zijn ook de 12 installaties die in aanmerking kunnen komen voor de R1-status op basis van de voetnoot bij de R1-handeling van bijlage II van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Stortplaats
Terrein waar afvalstoffen worden gestort, of het gedeelte van een terrein waar afvalstoffen worden gestort als op het terrein niet alleen afvalstoffen worden gestort, met uitzondering van winningsafvalvoorzieningen.
Bijlage A Omgevingswet
Vergassen
Omzetting van vaste brandstoffen in een energetisch laagwaardig gas, door reactie bij gloeitemperatuur met lucht, zuurstof, stoom of andere reactieve gassen of mengsels hiervan.
Pyrolyse
Chemische omzetting of ontleding van organische afvalcomponenten door verhitting bij afwezigheid van vrije zuurstof of voldoende vrije zuurstof.
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Invoer
Elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip import, waarmee het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 21 Verordening (EU) 2024/1157
Afvalhiërarchie
De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:
- de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
- de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.
Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.
Biomassa
Alle typen van biotische substantie van plantaardige of dierlijke origine (inclusief microbiële origine), zoals grondstoffen, materialen, producten, residuen en afvalstoffen uit de landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur, industrie en huishoudens (bijvoorbeeld groente-, tuin-, en fruitafval). Deze definitie is vergelijkbaar met het begrip biogrondstoffen.
Eural
De Eural is de Europese afvalstoffenlijst. In deze afvalstoffenlijst benoemt de Europese Commissie specifieke afvalstoffen. Alle afvalstoffen vallen onder een van de codes van de Eural (Euralcode). De lijst geeft ook aan welke afvalstof gevaarlijk is of niet.
Voorbereidende handelingen
Handelingen met afvalstoffen waarop altijd nog een of meer volgende handelingen volgen. Deze volgende handelingen kunnen zowel volgende voorbereidende handelingen zijn als een handeling die de verwerking voltooit. R12, R13, D8, D9 en D13 t/m D15 zijn op basis van de omschrijving in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) voorbereidende handelingen.