Gescheiden houden bedrijfsafval en gevaarlijk afval
Bij bedrijven, organisaties en instellingen ontstaan diverse afvalstoffen. Deze afvalstoffen worden ingezameld en afgegeven voor verwerking. In het belang van een goede verwerking geldt wetgeving en beleid voor het gescheiden houden van afvalstoffen voorafgaand aan inzameling en afgifte. Onderstaande paragrafen bevatten deze wetgeving en geven een overzicht van het gevoerde beleid. Het gaat daarbij om zowel bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen die ontstaan bij bedrijven als afvalstoffen die ontstaan op bouw- en slooplocaties. Dit onderwerp van het CMP gaat niet over het gescheiden houden van afvalstoffen na inzamelen of afgifte.
1. Doelgroep
Het onderwerp ‘Gescheiden houden bedrijfsafval en gevaarlijk afval’ is in de eerste plaats geschreven voor bedrijven, organisaties en instellingen (hierna kortweg: bedrijven). Bij bedrijven ontstaan diverse afvalstoffen. Bijvoorbeeld afval van kantoren en kantines, maar ook afval dat ontstaat bij specifieke bedrijfsactiviteiten. Voor het gescheiden houden van afval dat ontstaat bij bedrijven of bij bouw- en sloopwerkzaamheden gelden regels. Elk bedrijf is zelf verantwoordelijk voor het kennen en naleven van de regels.
Ook het bevoegd gezag is een belangrijke doelgroep. Gemeenten en provincies controleren namelijk de naleving van de wetten door vergunningen te verlenen, toezicht te houden en de regels te handhaven. Op het gebied van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen die bij bedrijven ontstaan, is de gemeente voor de meeste bedrijven het bevoegd gezag.
Tot slot is de informatie relevant voor afvalinzamelaars- en verwerkers. Zij moeten diensten leveren die voldoen aan de wet en adviseren hun klanten.
2. Belang voor circulaire economie
Het scheiden en gescheiden houden van afval is belangrijk voor een circulaire economie. Door afval te scheiden is het inzamelen en het verwerken ervan ten eerste veiliger. Het scheiden en gescheiden houden van afval helpt daarnaast om de kringloop te sluiten, doordat meer afval kan worden gerecycled en minder afval wordt verbrand of gestort. De kwaliteit van de gescheiden afvalstoffen is van belang voor de mate waarin afvalstoffen gerecycled kunnen worden. Het is daarom belangrijk dat verschillende soorten afval vanaf het moment dat het ontstaat tot en met de uiteindelijke verwerking gescheiden worden gehouden.
3. Beleid en wetgeving
Deze paragraaf beschrijft de wettelijke kaders en beleid voor het gescheiden houden van bedrijfsafvalstoffen, gevaarlijke afvalstoffen en afvalstoffen die ontstaan op bouw- en slooplocaties. Deze paragraaf start met het algemene beleid over bron- en nascheiding. Daarna volgt de uitleg van verschillende wettelijke begrippen. Vervolgens wordt de relatie tussen mengen en scheiden beschreven. Het gaat in alle gevallen over de regels die gelden in een situatie waarbij nog geen sprake is geweest van ‘inzameling of afgifte’. Dat verschil tussen voorafgaand aan of na inzameling of afgifte is van belang om scherp te hebben. Om die reden beschrijft deze paragraaf op welk moment sprake is van inzameling of van afgifte. Daarna wordt op verdere regels rond gescheiden houden ingegaan.
3.1 Bron- en nascheiden
Bronscheiding is het uitgangspunt en voor de meeste afvalstoffen het beste. Voor enkele afvalstoffen kan nascheiden een alternatief zijn.
Bij bronscheiding wordt het afval op de locatie waar het ontstaat (bij de ontdoener) gescheiden gehouden en gescheiden ingezameld. Bronscheiding levert over het algemeen schone afvalstoffen op die beter te recyclen zijn. De meeste afvalstoffen moeten worden brongescheiden om de mogelijkheden voor voorbereiden voor hergebruik en recycling te behouden. Bronscheiding is ook de standaard voor afval dat om veiligheidsredenen gescheiden moet worden gehouden, zoals elektr(on)ische apparaten met batterijen.
Bij nascheiden wordt het afval op de locatie waar dit is ontstaan (bij de ontdoener) gemengd met andere afvalstoffen en als mengsel ingezameld. Pas na inzamelen wordt het weer gescheiden in monostromen. Ook bij het gebruik van brengvoorzieningen voor een combinatie van afvalstoffen waarbij de afvalstoffen achteraf van elkaar worden gescheiden spreken we van nascheiden. Denk aan de PMD-bak waarbij achteraf plastic, metaal en drinkpakken van elkaar worden gescheiden. Dit wordt in de praktijk ook wel sorteren genoemd, maar ook dit is nascheiden. Nascheiden is voor weinig afvalstoffen gewenst, omdat de meeste afvalstoffen vervuild raken als deze met andere afvalstoffen zijn samengevoegd. Textiel is bijvoorbeeld niet meer te recyclen als het nat of vies is geworden door het mengen met een afvalstof als gft/gfe-afval. Metaal-, kunststof-, en houtafval mag uit het restafval worden nagescheiden of gecombineerd worden ingezameld. Hier gelden voorwaarden voor die staan beschreven in paragraaf 4.4 Uitzonderingen voor gecombineerde inzameling en nascheiding.
3.2 Uitleg van begrippen
Voor een goed begrip is de uitleg van verschillende begrippen van belang. De belangrijkste begrippen worden als volgt omschreven in het CMP, in lijn met de definities uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Kra):
- Bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, met uitzondering van gevaarlijke afvalstoffen en nog niet ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen.
- Gevaarlijke afvalstof: afvalstof die een of meer van de in bijlage III bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit. Om welke afvalstoffen het gaat, is uitgewerkt in de Europese afvalstoffenlijst. Daarin staan omschrijvingen en afvalstoffencodes van een groot aantal afvalstoffen. De afvalstoffen die in de lijst met een asterisk (*) achter de afvalstoffencode zijn aangeduid, moeten als gevaarlijke afvalstoffen worden beschouwd. Bij het gescheiden houden van afvalstoffen voorafgaand aan inzameling of afgifte gaan we uit van de afvalcategorieën die in bijlage II van het Bal staan.
- Afvalstoffencategorie: bijlage II van het Besluit activiteiten leefomgeving bevat een lijst met meer dan 100 afvalcategorieën. Per categorie is aangegeven of het om gevaarlijke (ga) of niet gevaarlijke afvalstoffen (nga) gaat. Indien een categorie zowel een gevaarlijke als een niet gevaarlijke variant kent, zijn deze aangegeven met eenzelfde nummer aangevuld met een letter A of B.
- Bouw- en sloopafval: afvalstoffen die geproduceerd worden door bouw- en sloopwerkzaamheden. Dit betreft onder andere afvalstoffen die vrijkomen bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen en andere bouwwerken, waaronder ook werken in de weg- en waterbouw.
3.3 De relatie tussen het mengen en scheiden van afval
Hoewel de informatie gaat over ‘gescheiden houden van afvalstoffen’, wordt de relatie met ‘mengen’ (het tegenovergestelde) kort aangestipt. Dit is belangrijk omdat het Bal uitgaat van het feit dat ‘mengen’ een milieubelastende activiteit kan zijn waarvoor regels gelden en soms een vergunning nodig is. Mengen is een breed begrip. Ook als afvalstoffen op grond van wetgeving niet gescheiden hoeven te worden gehouden, kan toch sprake zijn van mengen. Wanneer sprake is van mengen en welke regels daarvoor gelden, staat beschreven in Mengen van afvalstoffen. Mengt een bedrijf afvalstoffen waarvoor het gescheiden houden gevergd wordt volgens dit hoofdstuk paragraaf 4 'Toetsingskaders CMP' dan is sprake van een milieubelastende activiteit waarvoor een vergunning nodig is.
3.4 Voorafgaand aan inzameling of afgifte
’Gescheiden houden van bedrijfsafval en gevaarlijk afval’ gaat alleen over het gescheiden houden van afvalstoffen voorafgaand aan inzameling of afgifte. Op basis van het Bal geeft het CMP regels voor het gescheiden houden van afval voordat inzameling of afgifte plaatsvindt (artikel 3.39 lid 1 onder e Bal).
Voordat het afval dat is ontstaan bij bedrijven wordt afgegeven aan een afvalinzamelaar, of -verwerker is sprake van ‘voorafgaand aan afgifte of inzameling’. Nadat de inzamelaar de afvalstoffen heeft ingezameld, is sprake van ‘afvalbeheer’. Voor beide situaties gelden andere regels uit het Bal. Paragraaf 3.2.13 uit het Bal is van toepassing op het verwerken van afval dat bij een bedrijf ontstaat ‘voorafgaand aan afgifte of inzameling’. Deze regels gelden alleen als het bedrijf waar het afval ontstaat, geen andere activiteiten met het afval doet dan mengen, opbulken, opslaan, scheiden, herverpakken of verdichten.
Het is niet altijd vanzelfsprekend wanneer sprake is van ‘voorafgaand aan afgifte of inzameling’ en wanneer sprake is van ‘afvalbeheer’. Onderstaand enkele verduidelijkende voorbeelden:
- Het afval dat in de eigen kantine of op het eigen kantoor van de inzamelaar of verwerker ontstaat betreft afval ‘voorafgaand aan inzameling of afgifte’. Die afvalstoffen moeten nog worden ingezameld of afgegeven.
- Er is sprake van ‘voorafgaand aan inzameling of afgifte’ wanneer op locatie bij een andere instantie werkzaamheden worden verricht en afvalstoffen die bij de werkzaamheden vrijkomen, mee worden genomen naar de eigen bedrijfslocatie. Een voorbeeld is een hovenier of onderhoudsmonteur die bij zijn werkzaamheden op locatie ontstane afvalstoffen meeneemt naar zijn eigen locatie. Paragraaf 3.2.13 van het Bal is op deze situatie van toepassing. Indien een hovenier of onderhoudsmonteur ook afval meeneemt dat bij werkzaamheden door een ander zijn ontstaan, is wel sprake van ‘afvalbeheer’. In dat geval is paragraaf 3.5.11 van het Bal van toepassing.
Vanaf wanneer sprake is van ‘inzamelen’ en ‘afgifte’ van de afvalstoffen wordt uiteengezet in de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB). In deze leidraad staan een toelichting en voorbeelden die verdere uitleg geven bij de begrippen inzameling en afgifte zoals ze opgenomen zijn in de Wet milieubeheer.
3.5 Gevaarlijk afval
Een bedrijf moet gevaarlijk afval altijd gescheiden houden van ander (gevaarlijk) afval en van niet-afval. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geeft namelijk aan dat het mengen van gevaarlijke afvalstoffen een milieubelastende activiteit is (artikelen 3.39 en 3.185 Bal). Daarvan kan een bedrijf alleen afwijken als een vergunning voor mengen is verleend. Het uitgangspunt voor deze bepaling in het Bal zijn de afvalcategorieën. Het Bal kent echter een aantal specifieke bepalingen rond ‘gescheiden houden’ van gevaarlijk afval voor ontdoeners:
- Gevaarlijk afval dat tot één afvalcategorie behoort, mag voorafgaand aan inzameling of afgifte bij elkaar gevoegd worden. Uitzondering hierop betreft afval dat behoort tot de categorieën 11 (procesafhankelijk industrieel afval) en 110 (afval dat gestort mag worden). Dat moet per afvalstof van elkaar gescheiden gehouden worden (art.3.39 lid 1 g Bal). Wil een ontdoener toch verschillende gevaarlijke afvalstoffen samenvoegen binnen deze categorieën? Dan is sprake van ‘mengen’ en is een vergunning vereist, zie Mengen van afvalstoffen.
- Categorieën gevaarlijke afvalstoffen moeten gescheiden gehouden worden van andere categorieën (gevaarlijk) afval of van niet-afval (art.3.39 lid 1 d en f). Uitzondering hierop is gevaarlijk afval dat is aangemerkt als A-variant van een bepaald nummer en ook een B-variant met datzelfde nummer bestaat. Gevaarlijk afval van een A-categorie mag samengevoegd worden met hetzelfde afval van de bijbehorende B-categorie, omdat in het Bal deze twee categorieën voorafgaand aan inzameling of afgifte als één afvalcategorie worden beschouwd (voetnoot bij bijlage II Bal).
Als voorbeeld: brandblussers groter dan 1 kg en drukhouders die met gassen zijn gevuld kunnen gevaarlijk en niet gevaarlijk zijn afhankelijk van de inhoud(categorie 6a en b bijlage II Bal). Halonblussers zijn een voorbeeld van brandblussers die gevaarlijk afval zijn. Poederblussers zijn waarschijnlijk geen gevaarlijk afval. Alle brandblussers en drukhouders in dit voorbeeld, gevaarlijk en niet gevaarlijk, moeten altijd gescheiden worden gehouden van andere (categorieën) afvalstoffen, maar ze mogen voorafgaand aan afgifte en inzameling wel bij elkaar worden gevoegd zonder vergunning.
3.6 Bedrijfsafval
Het Bal geeft aan dat het mengen van bedrijfsafvalstoffen een milieubelastende activiteit is als het CMP het gescheiden houden voorschrijft (art. 3.39 Bal). Bedrijven moeten zich daarom houden aan het Toetsingskader in paragraaf 4. Hierin staat welke bedrijfsafvalstoffen bedrijven gescheiden moeten houden voorafgaand inzameling of afgifte. Doet een bedrijf dat niet, dan is sprake van mengen en is mogelijk voor het mengen een vergunning nodig.
Net als in de voorgaande paragraaf zijn ook hier de afvalcategorieën het uitgangspunt. Afvalstoffen die tot één afvalcategorie behoren mag een ontdoener in beginsel samenvoegen. Ook als het samenvoegen/mengen van verschillende soorten afvalstoffen is (bijvoorbeeld een brandblusser en een gasfles). Net als bij het gescheiden houden van gevaarlijk afval, kent de wetgeving voor bedrijfsafval een aantal specifieke bepalingen:
- Bedrijfsafval dat behoort tot de categorieën 11 (procesafhankelijk industrieel afval) en 110 (afval dat gestort mag worden) moet per afvalstof gescheiden gehouden worden, omdat het mengen een milieubelastende activiteit is (art.3.39 eerste lid onder f Bal). Wil een ontdoener toch verschillende bedrijfsafvalstoffen samenvoegen binnen deze categorieën? Dan is sprake van ‘mengen’ en is mogelijk een vergunning vereist zie Mengen van afvalstoffen.
- Categorieën bedrijfsafval moeten gescheiden gehouden worden van categorieën (gevaarlijk) afval of van niet afvalstoffen. Uitzondering hierop is bedrijfsafval dat is aangemerkt als B-variant en ook een A-variant kent. Bedrijfsafval van een B-categorie mag samengevoegd worden met hetzelfde afval van de A-categorie, omdat in het Bal deze twee categorieën als één afvalcategorie worden beschouwd (voetnoot bij bijlage II Bal).
Mengt een bedrijf afvalstoffen waarvoor het gescheiden houden gevergd wordt volgens paragraaf 4 Toetsingskaders CMP, dan is sprake van een milieubelastende activiteit waarvoor het bedrijf een vergunning nodig heeft. Wanneer sprake is van mengen en wanneer voor dat mengen een vergunning is vereist, staat beschreven in Mengen van afvalstoffen.
3.7 Bouw- en sloopafval (bouwwerken)
Op de bouw- en slooplocaties ontstaan afvalstoffen. De wet maakt onderscheid tussen afval op bouw- en slooplocaties van bouwwerken en afval van andere bouw- en sloopactiviteiten. Bij bouwwerken is niet het Bal van toepassing, maar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit staat in artikel 3.39 lid 2 onder a van het Bal. Het Bbl gaat over de activiteiten op of in de directe nabijheid van de bouw- en sloopplaats waar het afval vrijkomt (Stb. 2018-293 § 7.1.5 Scheiden bouw- en sloopafval Bbl). In de Omgevingswet is gedefinieerd wat een bouwwerk is en wat bouw- en sloopactiviteiten aan bouwwerken zijn. Ter verduidelijking: wegen en sportvelden vallen niet onder bouwwerken, daar zijn niet de regels van het Bbl op van toepassing, maar de regels van het Bal. Ondergrondse opslagtanks zijn wel bouwwerken, maar de regels hiervoor worden sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschreven in het Bal.
Het Bbl bepaalt welke afvalstoffen gescheiden moeten worden gehouden op de bouw- en slooplocatie van bouwwerken. Vanaf het moment dat dit bouw- en sloopafval wordt afgegeven en ingezameld (dus de bouw- en slooplocatie verlaat) gelden de regels uit het Bal voor afvalstoffen weer. Het Bbl gaat niet over het samenvoegen van afvalstoffen met andere afvalstoffen of met niet-afvalstoffen. Daarvoor gelden de regels van het Bal.
In onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan op de regels in het Bbl voor het gescheiden houden van afvalstoffen die vrijkomen tijdens de bouw en sloop van bouwwerken. En de mogelijkheden hiervan af te wijken met een maatwerkvoorschrift.
3.7.1 Gescheiden houden op bouw- en slooplocaties
De manier waarop bouw- en sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd, is in grote mate van invloed op de samenstelling van het afval en daarmee op de mogelijkheden voor recycling en hergebruik van bouwstoffen of -materialen. Het mengen van de afvalstoffen kan leiden tot verontreiniging van schone materiaalstromen. Denk aan verontreiniging door verbrokkeling van en vermenging met gips, sterke afname van recyclemogelijkheden door glasbreuk, etc. Daarom moeten bouw- en sloopwerkzaamheden zodanig worden uitgevoerd dat tijdens de uitvoering vrijkomend gevaarlijk afval en overig bouw- en sloopafval deugdelijk wordt gescheiden (artikel 7.24 Bbl).
Regels over afvalscheiding op de bouw- en slooplocatie (weergave)
- Ongeacht de hoeveelheid wordt gevaarlijk bouw- en sloopafval in ieder geval gescheiden in de volgende fracties:
- als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst van de Regeling Europese afvalstoffenlijst, voor zover deze stoffen niet onder b tot en met d van dit lid zijn opgenomen;
- teerhoudende dakbedekking, al dan niet met dakbeschot;
- teerhoudend asfalt; en
- gasontladingslampen.
- Een gevaarlijke stof wordt niet gemengd of gescheiden.
- De fracties worden op het bouw- en sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd.
- In afwijking van het derde lid kunnen de fracties op een andere plaats worden gescheiden voor zover scheiding op het bouw- en sloopterrein redelijkerwijs niet mogelijk is.
Artikel 7.26 Bbl bevat de regels voor het scheiden van overig bouw- en sloopafval. Deze regels luiden als volgt:
- Overig bouw- en sloopafval wordt in ieder geval gescheiden in de volgende fracties:
- bitumineuze dakbedekking, al dan niet met dakbeschot;
- niet-teerhoudend asfalt;
- vlakglas, al dan niet met kozijn;
- gipsblokken en gipsplaatmateriaal;
- dakgrind; en
- armaturen.
- De fracties worden op het bouw- of sloopterrein gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd.
- Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de hoeveelheid afval van die fractie minder dan 1 m³ bedraagt.
- In afwijking van het tweede lid kunnen de fracties op een andere plaats worden gescheiden voor zover scheiding op het bouw- en sloopterrein redelijkerwijs niet mogelijk is.
3.7.2 Maatwerkvoorschrift
Artikel 7.25 (lid 4) en 7.26 (lid 4) uit het Bbl geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om toestemming te geven af te wijken van de regels. Hiervoor geeft het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift. Situaties waarbij een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld zijn:
- bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit;
- bij het ontvangen van een melding of van informatie voor een bouw- of sloopactiviteit.
Het maatwerkvoorschrift geldt alleen voor degene aan wie het is gericht. Dit is degene die de activiteit uitvoert.
3.8 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Producenten zijn soms ook verantwoordelijk voor het afvalbeheer van producten. Dit heet de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Voor de volgende producten zijn producenten waaronder importeurs verantwoordelijk voor het afvalbeheer: autobanden, auto’s, batterijen en accu’s, elektrische en elektronische apparatuur, textiel, verpakkingen, wegwerpplastics, vlakglas, consumentenmatrassen en papier en karton. Ook voor luiers en vistuig wordt UPV ingericht. De producent moet het afvalbeheer betalen en in veel gevallen ook organiseren. Vaak wordt dit collectief gedaan door een producentenorganisatie.
De regels voor UPV kunnen ook betrekking hebben op het gescheiden inzamelen van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijk afval. De producent moet in dat geval ook zorgen voor inzamelfaciliteiten waar ontdoeners kosteloos gebruik van mogen maken. Vraag bij de betreffende producentenorganisatie na wat de mogelijkheden zijn. Zie voor meer informatie en het meest actuele overzicht van alle UPV-stromen de website over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van de overheid.
4. Toetsingskaders CMP
Bedrijven moeten nog niet ingezamelde of afgegeven bedrijfsafvalstoffen gescheiden houden van andere categorieën van bedrijfsafvalstoffen als dat door het CMP wordt gevergd. Deze paragraaf geeft aan wanneer dat zo is. Deze paragraaf gaat niet over gevaarlijk afval, dat moet namelijk altijd gescheiden worden gehouden (art. 3.39 lid 1 onder d Bal) tenzij een vergunning voor het mengen is verleend. Meer informatie over Gevaarlijk afval staat in paragraaf 3.5. Deze paragraaf gaat ook niet over afval dat vrijkomt op Bouw- en slooplocaties van ‘bouwwerken’. Meer informatie daarover staat in paragraaf 3.7.
De regels voor het gescheiden houden van bedrijfsafvalstoffen zijn onderverdeeld in twee typen:
- Bedrijfsafval dat altijd gescheiden moet worden gehouden (paragraaf 4.1).
- Bedrijfsafval dat aanvullend, afhankelijk van de hoeveelheid afval en bedrijfsoppervlakte, gescheiden moet worden gehouden (paragraaf 4.2).
Voor de (semi-)openbare ruimte gelden uitzonderingen op de regels. Deze uitzonderingen staan beschreven in paragraaf 4.3 Uitzonderingen voor (semi-)openbare ruimte. Voor een aantal afvalstoffen mag men zich aan de verplichting tot afval scheiden houden met nascheiden en gecombineerd inzamelend in plaats van bronscheiden. Voor welke afvalstoffen dit geldt staat in paragraaf 4.4 Uitzonderingen voor gecombineerde inzameling en nascheiding. Een toelichting op de regels voor het gescheiden houden van bedrijfsafval wordt per afvalstof beschreven in paragraaf 4.5 Toelichting per bedrijfsafvalstof. In figuur 1 staat een overzicht van de regels voor afvalscheiding van bedrijfsafval.
Wil een bedrijf of organisatie afwijken van het toetsingskader en de afvalstoffen toch mengen, dan is een vergunning vereist. Meer informatie over de relatie tussen mengen en scheiden leest u in paragraaf 3.3 De relatie tussen het mengen en scheiden van afval en in Mengen van afvalstoffen.
Uitgeschreven tekst figuur 1
Dit is een blokkenschema dat laat zien wat de regels zijn voor het scheiden van afval. Het schema is verdeeld in twee hoofdblokken: het blok altijd; en het blok aanvullend.
Het blok links heet altijd en verwijst naar paragraaf 4.1. In dit onderdeel vallen drie soorten afval: gevaarlijk afval met een verwijzing naar paragraaf 3.5; specifiek bedrijfsafval met een verwijzing naar tabel 1; en incidentele hoeveelheden bedrijfsafval met een verwijzing naar tabel 2. Het blok eronder geeft aan dat er mogelijke uitzonderingen voor alle drie de soorten afval, met een verwijzing naar paragraaf 4.3 en 4.4.
Het blok rechts heet aanvullend en verwijst naar paragraaf 4.2. In dit onderdeel vallen drie soorten afval: afval met een klein oppervlak en, of weinig afval met een verwijzing naar tabel 3; afval met een middelgroot oppervlak en, of een beperkte hoeveelheid afval met een verwijzing naar tabel 4; en afval met een groot oppervlak en, of grotere hoeveelheden afval met een verwijzing naar tabel 5. Het blok eronder geeft aan dat er mogelijke uitzonderingen zijn voor alle drie de soorten afval, met een verwijzing naar paragraaf 4.3 en 4.4.
4.1 Bedrijfsafval dat altijd gescheiden moet worden
Bedrijven moeten sommige bedrijfsafvalstoffen altijd gescheiden houden. Deze paragraaf maakt onderscheid in twee categorieën:
- Afvalstoffen die altijd gescheiden gehouden moeten worden wanneer bedrijven dat afval hebben, ongeacht hoeveel of hoe vaak dat afval vrijkomt (tabel 1).
- Afvalstoffen die bedrijven altijd gescheiden moeten houden wanneer ze incidenteel bepaalde volumes van dat afval hebben (tabel 2).
Voor tabellen 1 en 2 gelden uitzonderingen voor de (semi-)openbare ruimte en voor nascheiding. Zie voor meer informatie paragraaf 4.3 Uitzonderingen voor (semi-)openbare ruimte en paragraaf 4.4 Uitzonderingen voor gecombineerde inzameling en nascheiding.
| Bedrijfsafvalstof | Valt onder afvalstoffencategorie bijlage II Bal |
|---|---|
| Afvalwaterstromen en baden | Meerdere categorieën |
| Asbesthoudend afval | Meerdere categorieën |
| Asfalt | Meerdere categorieën |
| Autowrakken | 93 |
| Banden | 3 |
| Batterijen en accu’s | 82 |
| Brandblussers > 1 kg en drukhouders | 6 |
| Cellenbeton | 52 |
| Dierlijke bijproducten | 36 |
| Elektrische en elektronische apparatuur | 79 |
| Gedecontamineerd afval van gezondheidszorg | 38 |
| Gips | 51 |
| Groenafval van de landbouw, bos en natuur en openbaar groen | 12 |
| Grond en baggerspecie | Meerdere categorieën |
| Kunstgras | 23 |
| Kwikhoudend afval | Meerdere categorieën |
| Landbouwplastic van de landbouw | Onderdeel van 22 |
| Metalen | Meerdere categorieën |
| Niet ontwikkeld fotopapier | 27 |
| Ondergrondse opslagtanks | 5 |
| Organisch agrarische afval | 13 |
| Papier of kunststofgeïsoleerde kabels | 7 |
| Procesafhankelijk industrieel afval | 10 en 11 |
| Reststoffen van drinkwaterbereiding en energiecentrales | Meerdere categorieën |
| Riool, kolken, gemalen slib (RKG-slib) | 15 |
| Slib van voedings- en genotsmiddelenindustrie | 16 |
| Steenachtig materiaal | Meerdere categorieën |
| Steenwol uit de tuinbouw | 32 |
| Straalgrit dat reinigbaar is | 81 |
| Tanks voor autogas | 4 |
| Veegafval van openbare ruimte | 14 |
| Zuurteer en overig zwavelhoudend afval | 109 |
Tabel 1 geeft een samenvatting weer van de categorieën uit bijlage II van het Bal. Soms zijn er meerdere categorieën voor een afvalstof, bijvoorbeeld metalen. Bekijk voor de daadwerkelijke afvalstoffencategorieën bijlage II van het Bal.
| Bedrijfsafvalstof | Wanneer gescheiden houden | Valt onder afval-categorie bijlage II Bal |
|---|---|---|
| A en B hout en houten verpakkingen | Bij 3 m3 of meer | 19 en 20 |
| Bioafval en daarmee vergelijkbaar biologisch afbreekbaar bedrijfsafval (gfe afval, swill) | Bij 240 liter of meer | 13 |
| Glazen verpakkingen | Bij 240 liter of meer | 34 |
| Groenafval | Bij 3 m3 of meer | 12 |
| EPS (piepschuim) verpakkingen | Bij 1000 liter of meer | 31 |
| Kunststof folie | Bij 400 liter of meer | 22 |
| Matrassen | Bij 10 stuks of meer | 29 |
| Papier en karton | Bij 1000 liter of meer | 26 |
| Textiel zijnde bedrijfskleding, linnengoed en/of onverkoopbaar textiel | Bij 1 m3 of meer | 18 |
Ontstaat het afval niet structureel in het bedrijf of de organisatie, maar alleen bij bepaalde gebeurtenissen dan is het incidenteel. Bijvoorbeeld bij nieuwe aanschaf van (bedrijfs)kleding, vervanging van de inventaris of wijziging van het interieur. Als in die incidentele gevallen meer dan een bepaalde hoeveelheid afval ontstaat, dan is gescheiden houden verplicht.
Voor tabellen 1 en 2 gelden uitzonderingen voor de (semi-)openbare ruimte en voor nascheiding. Zie voor meer informatie paragraaf 4.3 Uitzonderingen voor (semi-)openbare ruimte en paragraaf 4.4 Uitzonderingen voor gecombineerde inzameling en nascheiding.
4.2 Bedrijfsafval dat afhankelijk van hoeveelheid en bedrijfsoppervlakte moet worden gescheiden
Naast de afvalstoffen die altijd gescheiden gehouden moeten worden, is er een klein aantal afvalstoffen waarvoor het gescheiden houden wel wordt verplicht, maar niet in alle situaties. Het gaat hier om de situatie waarin een bedrijf heel weinig afval en/of weinig ruimte heeft. Tabellen 3 t/m 5 beschrijven welke afvalstoffen in welke situaties gescheiden moeten worden. Er wordt onderscheid gemaakt in drie situaties.
Om te bepalen welke van bovenstaande situaties op een bedrijf van toepassing is en welke afvalstoffen het bedrijf gescheiden moet houden, is van belang om te bepalen:
- Wat de totale hoeveelheid afval is die binnen het bedrijf vrijkomt;
- Hoeveel de totale oppervlakte van dat bedrijf is; en
- Welke afvalstoffen binnen het bedrijf vrijkomen.
Figuur 2: Overzicht oppervlakte en volume regels
Uitgeschreven tekst figuur 2
De figuur toont een matrix waarin de oppervlakte van een locatie wordt afgezet tegen de hoeveelheid afval per week. Aan de linkerkant staan drie categorieën oppervlaktes: minder dan 40 m², van 40 tot 100 m² en vanaf 100 m². Bovenaan staan drie afvalcategorieën: minder of gelijk aan 240 liter per week, van 240 tot 660 liter per week en vanaf 660 liter per week. In elk vak van de matrix staat een verwijzing naar een tabelnummer dat van toepassing is.
Voor locaties kleiner dan 40 m² geldt steeds tabel 3, ongeacht de hoeveelheid afval. Voor locaties van 40 tot 100 m² geldt tabel 3 bij maximaal 240 liter afval per week, en tabel 4 bij grotere hoeveelheden afval. Voor locaties van 100 m² of groter geldt tabel 3 bij maximaal 240 liter afval, tabel 4 bij 240 tot 660 liter afval en tabel 5 bij meer dan 660 liter afval per week.
| Bedrijfsafvalstoffen die in aanvulling op tabel 1 en 2 gescheiden moeten worden gehouden door deze bedrijven | Wanneer gescheiden houden | Categorie bijlage II Bal |
|---|---|---|
| Geen extra afvalstoffen die gescheiden gehouden moeten worden. | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
| Minstens één van onderstaande vier bedrijfsafvalstoffen moet in aanvulling van tabel 1 en 2 gescheiden worden gehouden door deze bedrijven als deze afvalstoffen vrijkomen bij het bedrijf | Wanneer gescheiden houden (noot 1) | Categorie bijlage II Bal |
|---|---|---|
| Bioafval bij professionele keukens en bij handel/verkoop (incl. veilingen) | Als het dagelijks ontstaat | 13 |
| Glazen verpakkingen | Als het dagelijks ontstaat | 34 |
| Kunststof folies | Als het wekelijks ontstaat | 22 |
| Papier en karton | Als het dagelijks ontstaat | 26 |
Noot 1: Onder dagelijks wordt verstaan dat het afval gewoonlijk elke werkdag ontstaat. Het betekent dat het afval vrijkomt bij dagelijkse (bedrijfs)activiteiten. Wekelijks betekent dat het afval minimaal één keer per week ontstaat. Het gaat hier dus om afval dat frequent of structureel vrijkomt in het bedrijf of de organisatie.
| Bedrijfsafvalstoffen die in aanvulling van tabel 1 en 2 gescheiden moeten worden gehouden door deze bedrijven als deze afvalstoffen vrijkomen bij het bedrijf | Wanneer gescheiden houden (noot 2) | Categorie bijlage II Bal |
|---|---|---|
| A en B hout en houten verpakkingen | Als het maandelijks 3 m3 of meer is | 19 en 20 |
| Bioafval uit de professionele keuken en bij handel/verkoop (incl. veilingen) | Als het dagelijks ontstaat | 13 |
| Glazen verpakkingen | Als het dagelijks ontstaat | 34 |
| Groenafval | Als het wekelijks ontstaat | 12 |
| EPS (piepschuim) verpakkingen | Als het wekelijks ontstaat | 31 |
| Kunststof folies | Als het wekelijks ontstaat | 22 |
| Luiers van kinderdagverblijven of zorginstellingen | Als het dagelijks ontstaat én er de mogelijkheid is om het gescheiden aan te bieden | 30 |
| Papier en karton | Als het wekelijks ontstaat | 26 |
| Textiel, zijnde bedrijfskleding, linnengoed en onverkoopbaar textiel | Als het wekelijks ontstaat | 18 |
Noot 2: Onder dagelijks wordt verstaan dat het afval gewoonlijk elke werkdag ontstaat. Het betekent dat het afval vrijkomt bij dagelijkse (bedrijfs)activiteiten. Wekelijks of maandelijks betekent dat het afval minimaal één keer per week of minimaal één keer per maand ontstaat. Het gaat hier dus om afval dat frequent of structureel vrijkomt in het bedrijf of de organisatie.
Meer toelichting op ‘totale hoeveelheid afval’ en ‘totale oppervlakte’ staan hieronder beschreven.
4.2.1 Regels voor een kleine totale hoeveelheid afval
Bij kleinere hoeveelheden afval wordt het gescheiden inzamelen steeds minder kostenefficiënt en doelmatig. Ook wordt het praktisch lastiger om te regelen, omdat er geen kleinere containers zijn. Om hiermee rekening te houden wordt gescheiden houden niet gevergd als de totale hoeveelheid afval per week van het bedrijf of de organisatie klein is.
De totale hoeveelheid afval wordt bepaald aan de hand van het totale volume van de afvalcontainer(s) dat per week wordt afgevoerd. Als er meerdere containers (ook van verschillende afvalstoffen) worden afgevoerd, worden deze opgeteld. Als deze vaker of minder vaak dan eenmaal per week wordt geleegd, wordt het volume van de afvalcontainer omgerekend naar de hoeveelheid per week. Locaties die meerdere bedrijven omvatten (zoals bedrijfsverzamelgebouwen, een locatie of evenement met meerdere horecaconcepten of een station met winkels en horeca) en waar de verzamelcontainers op een centrale plaats staan worden gezien als één locatie.
De volgende regels gelden op basis van de totale hoeveelheid afval:
- Totale hoeveelheid afval is minder of gelijk aan 240 liter afval per week: gescheiden houden afgeven wordt niet verplicht (tabel 3).
- Totale hoeveelheid afval is tussen de 240 en 660 liter afval totaal per week: gescheiden houden van één van de volgende afvalstoffen is verplicht: papier en karton, bioafval bij een professionele keuken, bij handel/verkoop, glasverpakkingen of kunststof folie (tabel 4). Als het bedrijf echter een kleine oppervlakte heeft, kan het zijn dat die uitzondering geldt. Lees hiervoor paragraaf 4.2.2 Regels voor kleine oppervlakte.
- Totale hoeveelheid afval is meer dan 660 liter afval per week: gescheiden houden is verplicht voor alle van toepassing zijnde situaties uit tabel 5. Als het bedrijf echter een kleine oppervlakte heeft, kan het zijn dat die uitzondering geldt. Lees hiervoor paragraaf 4.2.2 Regels voor kleine oppervlakte.
4.2.2 Regels voor kleine oppervlakte
Met name bedrijven in binnenstedelijk gebied hebben soms erg weinig ruimte. Het totale vloeroppervlak en eigen buitenruimte is beperkt. Hierdoor is het soms niet redelijk om het afval in meerdere containers en zakken gescheiden te moeten houden. Om rekening te houden met bedrijven waarvan het totale oppervlak zeer klein is, wordt gescheiden houden in die situaties niet gevergd.
De totale oppervlakte omvat zowel de ruimte van het pand als de eigen buitenruimte. Als de gemeente bij verordening heeft bepaald dat het plaatsen van afvalcontainers in (een deel van) de eigen buitenruimte verboden is, dan hoeft dit oppervlak niet meegenomen te worden in het totale oppervlak. Er wordt verwacht dat binnen het bedrijfsproces met enige creativiteit een manier gevonden wordt om het afval gescheiden te houden. Locaties die meerdere bedrijven omvatten (zoals bedrijfsverzamelgebouwen, een locatie of evenement met meerdere horecaconcepten of een station met winkels en horeca) en waar de verzamelcontainers op een centrale plaats staan worden gezien als één locatie.
De volgende regels gelden op basis van de totale oppervlakte:
- Minder dan 40 m2 totaal oppervlak: gescheiden houden en gescheiden afgeven is wel wenselijk, maar niet verplicht (tabel 3).
- Vanaf 40 m2 tot 100 m2 totaal oppervlak: gescheiden houden van één van de volgende afvalstoffen is verplicht: papier en karton, bioafval bij een professionele keuken, bij handel/verkoop, glasverpakkingen of kunststof folie (tabel 4). Als het bedrijf echter weinig afval heeft, kan het zijn dat die uitzondering geldt. Lees hiervoor paragraaf 4.2.1 Regels voor een kleine totale hoeveelheid afval.
- Vanaf 100 m2 totaal oppervlak wordt gescheiden houden gevergd voor alle van toepassing zijnde situaties uit tabel 5. Als het bedrijf echter weinig afval heeft, kan het zijn dat die uitzondering geldt. Lees hiervoor paragraaf 4.2.1 Regels voor een kleine totale hoeveelheid afval.
4.3 Uitzonderingen voor (semi-)openbare ruimte
Het gescheiden houden van afvalstoffen in de publieke ruimte kan een uitdaging zijn. Voor de (semi-)openbare ruimte is daarom apart bepaald in welke gevallen het gescheiden houden van afval wel gevergd wordt en wanneer niet.
Daar waar veel publiek komt is het vaak lastiger het afval gescheiden te houden. Het afval raakt makkelijker vervuild doordat er veel verschillende mensen komen en het met name gaat om consumptieafval zoals verpakkingen met etensresten. Met de juiste organisatie en communicatie is afvalscheiding in situaties waar medewerkers voornamelijk het afval produceren en weggooien wel goed mogelijk.
Voor de (semi)openbare ruimte gelden daarom de volgende regels met betrekking tot het gescheiden houden van afval:
- Wel verplicht op de plekken waar voornamelijk medewerkers het afval produceren. Het gaat dan om de niet-publieke delen zoals de werkplekken van medewerkers, achter de balie in winkels en horeca en in de productieruimte of keuken, inclusief het afval van tafelbediening. Dan geldt dit toetsingskader.
- Niet verplicht in de (semi-)openbare ruimte waar voornamelijk particulieren (zoals bezoekers, klanten, leerlingen, leden) het afval weggooien. Het gaat om de publieke buiten- en binnenruimtes van bijvoorbeeld winkelcentra, stations, evenementen, attractieparken, onderwijsinstellingen, sportfaciliteiten of fastfoodrestaurants. Het maakt geen verschil of er door de particulieren voor toegang wordt betaald. In deze gevallen is afvalscheiding wel gewenst, maar wordt het niet gevergd.
4.4 Uitzonderingen voor gecombineerde inzameling en nascheiding
Sommige bedrijfsafvalstoffen die gescheiden moeten worden gehouden, kunnen goed gecombineerd worden ingezameld met andere afvalstoffen, of worden nagescheiden uit het restafval. Voor de volgende afvalstoffen wordt scheiden aan de bron niet gevergd als nascheiding conform de hieronder genoemde voorwaarden plaatsvindt:
- Kleine afgedankte elektr(on)ische apparaten, lampen en/of batterijen die worden ingezameld in een zogeheten milieubox voor klein gevaarlijk afval waardoor nascheiding uit een gecombineerde stroom mogelijk is. Deze afvalstoffen mogen niet bij het restafval maar wel als gecombineerde stroom worden ingezameld.
- Metaal-, kunststof- en houtafval mag uit het restafval worden nagescheiden of gecombineerd worden ingezameld.
Voorwaarden voor nascheiding (cumulatief):
- De verwerking volgens de minimumstandaard van die afvalstof blijft mogelijk; en
- Na samenvoeging kunnen de verschillende afvalstoffen worden teruggewonnen in een hoeveelheid en kwaliteit die op zijn minst vergelijkbaar zijn met de situatie waarin de betreffende afvalstoffen wel aan de bron gescheiden zouden zijn gehouden; en
- De nascheiding is zeker, bijvoorbeeld doordat dit is vastgelegd in het contract met de afvalinzamelaar.
Voor bioafval, groenafval, papier en karton, glas, EPS, textiel en matrassen is nascheiding uit restafval of inzameling in gecombineerde stromen geen alternatief voor scheiden aan de bron. Het samen inzamelen van deze afvalstoffen in een voertuig is wel toegestaan als de afvalstoffen niet met elkaar vermengd raken. Bijvoorbeeld omdat een of beide afvalstoffen in verschillende compartimenten, een goed afgesloten zak of ander inzamelmiddel zitten.
4.5 Toelichting per bedrijfsafvalstof
In deze paragraaf worden de bedrijfsafvalstoffen genoemd in paragraaf 4.2 Bedrijfsafval dat afhankelijk van hoeveelheid en bedrijfsoppervlakte moet worden gescheiden nader toegelicht. Hier worden géén nieuwe regels ten opzichte de hier voorgaande paragrafen beschreven.
A/B hout en houten verpakkingen
Het A-hout (ongeverfd en onbehandeld) en B-hout (geverfd, gelakt of verlijmd) vallen onder dezelfde afvalstoffencategorie en mogen samen worden ingezameld. Houten verpakkingen zoals pallets en kisten zijn een aparte afvalstoffencategorie. In de praktijk is echter geen aparte inzameling voor apart afvalhout (A-hout en B-hout) en houten verpakkingen. Het gescheiden houden van A- en B-hout van de houten verpakkingen wordt daarom niet gevergd. Er ontstaat voor het bedrijf of de organisatie dus geen vergunningplicht bij het mengen van A- en B-hout en de houten verpakkingen. In Nederland is maar beperkte inzameling van kleine hoeveelheden houtafval beschikbaar. De inzameling gebeurt over het algemeen met containers vanaf 3 m3. In de tabel is hierbij aangesloten.
Er bestaat ook nog een categorie C-hout, maar die blijft hier buiten beschouwing. Voor meer informatie over hout zie het ketenplan hout van het CMP.
Bioafval
Biologisch afbreekbaar afval komt bij veel verschillende sectoren vrij. Het gaat hier om bioafval, niet zijnde groenafval.
Bij elk bedrijf of organisatie ontstaat altijd een beetje bioafval door eten en drinken van medewerkers en/of klanten. Het gaat bij veel bedrijven echter om kleine hoeveelheden. Daarom wordt gescheiden houden hiervoor niet altijd gevergd. Dat is wel het geval als bioafval samenhangt met de activiteiten van het bedrijf of de organisatie. Daarom is gespecificeerd dat gescheiden houden wel gevergd wordt als het ontstaat bij landbouw (productieafval, plantenafval, groente en fruitafval), bij professionele keukens (keukenafval, ook swill genoemd) en bij handel en verkoop (inclusief veilingen) van voedingsmiddelen of planten (snijresten, onverpakte over-de-datum/onverkoopbare producten). Met professionele keukens wordt bedoeld keukens waar voedsel wordt bereid voor medewerkers of derden.
Swill bestaat uit snijresten en bereide en onbereide voedselresten en wordt onder andere met 120 liter containers ingezameld. Onverpakte of uitgepakte producten die niet meer verkocht kunnen worden, kunnen bij het swill gedaan worden of apart ingezameld worden (veelal in 240 liter containers). Onverkochte verpakte producten met organische inhoud mogen niet bij het gfe-afval (swill) worden gegooid. Het heeft de voorkeur dat verpakt voedsel wordt uitgepakt zodat de organische inhoud als bioafval wordt gerecycled. De verwerking van swill via vergisting en compostering is goedkoper dan van restafval. De inzameling en verwerking in totaal is echter duurder in vergelijking met de kosten voor restafval.
Als in het bedrijf of de organisatie deze afvalstroom gescheiden moet worden gehouden, wordt ook gevergd dat het bioafval dat op de andere plekken in het bedrijf of de organisatie vrijkomt, bijvoorbeeld bij de koffieautomaten, gescheiden wordt gehouden (behalve bij de uitzondering voor (semi) openbare ruimte).
Voor de vraag wat er bij gescheiden houden valt onder gft-afval van huishouden (groente- fruit- en (fijn) tuinafval) en gelijksoortig organisch bedrijfsafval wordt verwezen naar de ‘wel’-kant van de ‘gft-lijst’ in de Wel/niet-lijsten afvalscheiding (pdf, 244 kB) onder ‘instrumenten’.
Glazen verpakkingen
Het gescheiden houden van glazen verpakkingsafval is verplicht als er elke werkdag glasafval ontstaat in het bedrijf of de organisatie.
Groenafval
Als groenafval afkomstig is van landbouw, bos, natuur of openbaar groen wordt gescheiden houden altijd gevergd. Dit geldt ook als het bedrijf of de organisatie dit afval wekelijks heeft, zoals bij hoveniers. Voor bedrijven waar incidenteel groenafval vrijkomt uit bijvoorbeeld de tuin rond het bedrijf en die het zelf afvoeren, zijn containers vanaf 3 m3 algemeen beschikbaar.
Kunststoffen
Voor drie soorten kunststofafval wordt de tabellen aangegeven dat gescheiden houden gevergd wordt. Landbouwplastic, EPS verpakkingen en kunststof folies zijn veel voorkomende afvalstoffen waarvoor inzameling en verwerking in heel Nederland beschikbaar is.
Verschillende soorten landbouwplastic komen bij de landbouw in grote hoeveelheden vrij en dit hangt direct samen met de activiteiten van het bedrijf of de organisatie. Gescheiden houden wordt daarom altijd gevergd. Kunststof folie bestaat veelal uit transportverpakkingsfolie, zoals krimp- en stretchfolie en hoezen voor de levering van producten. Met EPS verpakkingen wordt groot piepschuim verpakkingsmateriaal bedoeld (niet piepschuim uit bouw). Zowel folie als EPS wordt in speciale zakken ingezameld. Gescheiden houden wordt gevergd als dit wekelijks of incidenteel in grotere volumes in het bedrijf of de organisatie ontstaat.
Luiers en incontinentiemateriaal
Voor luiers en incontinentiemateriaal is een afvalcategorie opgenomen in bijlage II van het Bal. Naast huishoudens komen er vooral veel luiers vrij bij kinderdagverblijven en zorginstellingen. In afwachting van de ontwikkelingen in aparte verwerking van luiers wordt het gescheiden gehouden van luiers reeds gevergd als deze dagelijks ontstaan en er een inzamelstructuur beschikbaar is waar men gebruik van kan maken.
Matrassen
Matrassen worden afgedankt door de horeca (hotels, vakantiehuisjes, B&B), zorg (ziekenhuizen, kinderopvang) en de overheid (gevangenissen, AZC). Matrassen van bedrijven worden vanaf hoeveelheden van 10 of 20 stuks ingezameld. Afhankelijk van de inzamelaar zijn de kosten hiervoor niet significant hoger dan voor restafval. Voor kleine hoeveelheden is voor bedrijven nog geen landelijk dekkende inzamel- of brengstructuur beschikbaar. Gescheiden houden is wel wenselijk, maar wordt bij kleine hoeveelheden daarom nu nog niet gevergd. Er wordt in de matrasketen gewerkt aan producentenverantwoordelijkheid. In de toekomst zal gescheiden houden voor bedrijven daarom mogelijk wel altijd gevergd worden. Matrassen worden gerecycled en het is daarvoor belangrijk dat deze schoon en droog blijven. Ook kunnen natte matrassen brandgevaar opleveren. De matrassen dienen daarom droog opgeslagen te worden voorafgaand aan de inzameling.
Papier en karton
Dit afval hebben alle bedrijven in meer of mindere mate. Met de regel dat papier en karton gescheiden moet worden als het wekelijks vrijkomt, zal dit ook voor bijna alle bedrijven verplicht zijn. Hierbij gelden alleen de uitzonderingen voor het minimale totale volume, kleine ruimte en de (semi) openbare ruimte.
Papieren bekers, papieren handdoekjes en drankenkartons zijn niet in de tabellen opgenomen, omdat de inzameling en verwerking hiervan nog in ontwikkeling is. Gescheiden houden hiervan is wel wenselijk, maar wordt (nog) niet gevergd.
Procesafhankelijk industrieel afval
Procesafhankelijk industrieel afval is afval dat vrijkomt uit de bedrijfsprocessen waarbij een bedrijf of organisatie altijd zorg moet dragen voor verantwoorde verwerking van het afval. Procesafhankelijk industrieel afval kan afhankelijk van het industriële proces bijvoorbeeld ook kunststof of hout zijn. Dit afval moet gescheiden worden gehouden tenzij een vergunning voor het mengen is verleend.
Textiel
Bij bedrijven komen diverse soorten textielafval vrij. De belangrijkste zijn (bedrijfs)kleding, linnengoed en onverkoopbaar textiel. Onverkoopbaar textiel kan bijvoorbeeld kleding, linnengoed of woontextiel zijn. Voor deze drie soorten textielafval wordt gescheiden houden gevergd als ze wekelijks ontstaan of incidenteel bij 1 m3 of meer. Onder textielafval valt ook schoeisel, zoals onverkoopbare schoenen en afgedankte werkschoenen. Op dit moment wordt gescheiden houden voor schoeisel nog niet gevergd.
5. Toekomstplannen
Het beleid en de kennis over circulaire economie is in ontwikkeling. Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Het CMP wordt daarom regelmatig geactualiseerd.
Op dit moment lopen diverse initiatieven om te zorgen dat de inzamellogistiek van bedrijfsafval efficiënter wordt. Het doel van het beleid is dat het voor ondernemers makkelijker en betaalbaarder is om afval te scheiden en vervoersbewegingen en emissies beperkt worden. Dit kan aanleiding zijn om het beleid voor het gescheiden houden van afval bij de herziening van het CMP aan te scherpen. Daarnaast zijn er ontwikkelingen in kosten en opbrengsten, sorteer- en recyclingmogelijkheden, het meer circulair maken van ketens en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (zoals verpakkingen, textiel, matrassen). Ook dit kan aanleiding zijn om de regels voor afvalscheiding door bedrijven in het CMP aan te passen.
Voor een aantal afvalstoffen is gescheiden houden wel wenselijk, maar wordt het (nog) niet gevergd:
- Papieren handdoekjes zijn niet in de regels opgenomen, omdat de inzameling en verwerking hiervan nog in ontwikkeling is.
- Plastic verpakkingen en drankenkartons vallen net als glas onder een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Hierdoor kunnen bedrijven voor kosteloze inzameling in aanmerking komen. Bij de eerstvolgende herziening van het CMP kunnen aanvullende scheidingsregels met betrekking tot plastic verpakkingen en dranken worden overwogen.
- De aanpassing van de producentenverantwoordelijkheid voor (plastic) verpakkingen en de maatregelen rond statiegeld en single use plastics (SUP) zullen tot veranderingen in het afval van (semi) openbare ruimtes leiden. Bij evaluatie van de scheidingsregels in 2026 wordt opnieuw naar het kunststofafval en verpakkingsafval in de (semi) openbare ruimte gekeken. De verwachting is dat voor meer kunststofverpakkingen gescheiden houden gevergd wordt.
- Sinds 1 juli 2023 geldt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel. Op dit moment wordt gescheiden houden voor schoeisel hierin nog niet gevergd. In de komende jaren wordt schoeisel aan de UPV toegevoegd. In de toekomst zal het gescheiden houden van schoeisel door bedrijven daarom gevergd worden.
- Er is voor consumentenmatrassen een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Ontwikkelingen die hieruit volgen zijn mogelijk ook van invloed op het gescheiden houden van matrassen door bedrijven. In de toekomst zal gescheiden houden van matrassen door bedrijven daarom mogelijk wel altijd gevergd worden.
- In het kader van het Nationale Programma Circulaire Economie wordt in overleg met het ministerie van BZK bezien of de lijst van op de plaats waar het vrijkomt verplicht te scheiden fracties bouw- en sloopafval moet worden uitgebreid. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan cellenbeton, EPS, glaswol en steenwol. Dat zou in de toekomst mogelijk kunnen leiden tot aanpassing van het Bbl en daarmee de verplichtingen tot het gescheiden houden van dit afval.
Vanuit de Kaderrichtlijn afvalstoffen zijn lidstaten verplicht regelmatig uitzonderingen op gescheiden inzameling voor bepaalde afvalstoffen te toetsen. Ontwikkelingen op het gebied van de gescheiden inzameling, sortering en verwerking van afval zijn van invloed. Afhankelijk van deze ontwikkelingen wordt het toetsingskader aangepast.
Meer informatie over de ontwikkeling van het CMP en hoe stakeholders daarbij worden betrokken leest u in het hoofdstuk Wat is het CMP.
6. Hulpmiddelen en meer informatie
Bekijk voor meer informatie of handige hulpmiddelen om te bepalen wat uw bedrijf gescheiden moet houden op:
- Afvalwijzer voor bedrijven: doe de check | Ondernemersplein (kvk.nl)
- Afvalscheiding in uw bedrijf | Ondernemersplein (kvk.nl)
- Home - VANG Buitenshuis
- Home | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (minderwegwerpplastic.nl)
Voor dit onderdeel van het CMP zijn de volgende documenten gebruikt:
- Green Events (2023). Afval scheiden op evenementen.
- Rebel Group (2020). Gescheiden inzameling van bedrijfsafvalstromen.
Ontdoener
Degene die zich ontdoet van de afvalstoffen.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Voorafgaand aan inzameling of afgifte
Voordat het afval dat is ontstaan bij bedrijven wordt afgegeven aan een afvalinzamelaar, of -verwerker is sprake van ‘voorafgaand aan afgifte of inzameling’. Nadat de afvalstoffen zijn ingezameld of afgegeven, is sprake van ‘afvalbeheer’.
Zie ook afgifte en inzameling voor een toelichting op deze begrippen.
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Bouwwerk
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Bijlage A Omgevingswet
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Nascheiding
Wijze van afvalscheiding waarbij na inzameling deelstromen worden gescheiden. Een andere vorm van afvalscheiding is bronscheiding.
Bronscheiding
Wijze van afvalscheiding waarbij door de ontdoener deelstromen gescheiden worden ingezameld op de plaats waar de afvalstoffen zijn ontstaan. Een andere vorm van afvalscheiding is nascheiding.
Voorafgaand aan inzameling of afgifte
Voordat het afval dat is ontstaan bij bedrijven wordt afgegeven aan een afvalinzamelaar, of -verwerker is sprake van ‘voorafgaand aan afgifte of inzameling’. Nadat de afvalstoffen zijn ingezameld of afgegeven, is sprake van ‘afvalbeheer’.
Zie ook afgifte en inzameling voor een toelichting op deze begrippen.
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Ontdoener
Degene die zich ontdoet van de afvalstoffen.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Bouwwerk
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Bijlage A Omgevingswet
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Nascheiding
Wijze van afvalscheiding waarbij na inzameling deelstromen worden gescheiden. Een andere vorm van afvalscheiding is bronscheiding.
Bronscheiding
Wijze van afvalscheiding waarbij door de ontdoener deelstromen gescheiden worden ingezameld op de plaats waar de afvalstoffen zijn ontstaan. Een andere vorm van afvalscheiding is nascheiding.