Gescheiden inzameling huishoudelijk afval
Huishoudelijk afval wordt al jarenlang gescheiden ingezameld. Gemeenten hebben de wettelijke taak om de gescheiden inzameling te regelen. Zij nemen de regels hiervoor op in hun afvalstoffenverordening of omgevingsplan. Hierbij moeten ze rekening houden met het onderstaande toetsingskader in het CMP.
1. Doelgroep
Deze informatie is met name bedoeld voor gemeenten. Gemeenten hebben de wettelijke taak om gescheiden inzameling van huishoudelijk afval te regelen. Daarnaast worden ze geacht het gescheiden houden van afval door huishoudens te stimuleren. Gemeenten lezen op deze pagina welke afvalstromen zij verplicht moeten inzamelen en hoe zij eventueel van de regels mogen afwijken.
Ook de regels die gelden voor de gemeentelijke milieustraat (hierna: milieustraat) worden beschreven. Een gemeente kan samen met andere gemeenten de milieustraat beheren of een bedrijf de opdracht geven de milieustraat te beheren. Eigenaren van de milieustraat, die niet de gemeente zijn, zijn daarom ook een belangrijke doelgroep. De gemeente blijft wel de eindverantwoordelijke voor het voldoen aan de regels die voor de milieustraat gelden.
Decentrale regels die gemeenten mogen of zelfs moeten stellen over bijvoorbeeld zwerfafval en voedselrestvermalers, staan in Decentrale regels.
2. Belang voor circulaire economie
Door afval te scheiden is de inzameling en de verwerking veiliger. Afvalstoffen als asbest, drukhouders en klein chemisch afval kunnen, indien ze niet gescheiden worden ingezameld, voor gevaarlijke situaties bij de inzameling en verwerking zorgen. Het scheiden en gescheiden houden van afval is ook belangrijk voor een circulaire economie. Het helpt om de materialenkringloop te sluiten, doordat meer afval kan worden gerecycled en minder afval wordt verbrand of gestort. Of het afval kan worden voorbereid voor hergebruik of gerecycled hangt af van de kwaliteit van de gescheiden afvalstromen. Het is daarom belangrijk dat verschillende soorten afval vanaf het moment dat het ontstaat tot en met de uiteindelijke verwerking gescheiden worden gehouden.
2.1 Bron- en nascheiding
Het scheiden van afval kan op twee manieren: bron- en nascheiding. Bronscheiding is, conform de Kaderrichtlijn afvalstoffen, het uitgangspunt en voor de meeste afvalstoffen het beste. Voor enkele stromen kan nascheiding een alternatief zijn, mits een vergelijkbaar niveau van inzameling en recycling wordt behaald.
Bij bronscheiding wordt het afval op de locatie waar dit is ontstaan (bij de ontdoener) gescheiden gehouden en gescheiden ingezameld. Een andere vorm van bronscheiding is het inzamelen via brengvoorzieningen voor monostromen, zoals de papier- of glasbak. Bronscheiding levert over het algemeen schone stromen op die beter te recyclen zijn. De meeste afvalstromen moeten daarom worden brongescheiden om de mogelijkheden voor voorbereiden voor hergebruik en recycling te behouden. Bronscheiding is ook de standaard voor afval dat voor de veiligheid gescheiden moet worden, zoals elektr(on)ische apparaten met batterijen.
Bij nascheiding wordt het afval op de locatie waar dit is ontstaan (bij de ontdoener) gemengd ingezameld en na inzameling gescheiden in monostromen. Ook bij het gebruik van brengvoorzieningen voor een combinatie van stromen waarbij de stromen achteraf van elkaar worden gescheiden spreken we van nascheiding. Denk aan de PMD-bak waarbij achteraf plastic, metaal en drinkpakken van elkaar worden gescheiden. Dit wordt in de praktijk ook wel sorteren genoemd, maar ook dit is nascheiding. Nascheiding is voor weinig afvalstromen mogelijk, omdat de meeste afvalstromen vervuild raken als deze met andere afvalstromen zijn samengevoegd. Textiel is bijvoorbeeld niet meer te recyclen als het nat of vies is geworden door een stroom als gft/gfe-afval.
Wat gescheiden moet worden ingezameld en wanneer nascheiding toegestaan is, staat in de wet en is verder uitgewerkt in paragraaf 4 Toetsingskaders CMP.
Hieronder volgt een korte samenvatting:
- Gemeenten zijn verplicht om papier, textiel, gevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen en afgedankte elektrische en elektronische apparaten gescheiden in te zamelen via bronscheiding. Nascheiding in aanvulling op bronscheiding is voor deze afvalstoffen toegestaan, maar dit mag nooit ter vervanging van bronscheiding gebeuren.
- Gemeenten mogen afwijken van gescheiden inzameling voor bioafval indien dit technisch of economisch niet haalbaar is. Hier gelden voorwaarden voor, die staan beschreven in Toetsingskaders CMP.
- Gemeenten mogen kiezen voor nascheiding voor de afvalstoffen metaal, kunststoffen en glas. Hiervoor gelden voorwaarden.
2.2 Wel/niet-lijsten
Om het scheiden van afval door burgers makkelijker te maken, zijn lijsten opgesteld die vertellen wat en niet bij het gescheiden afval hoort (verder wel/niet-lijsten). Er zijn wel/niet-lijsten voor bioafval van huishoudens (gft-afval), textiel, oud papier en karton en klein chemisch afval (KCA). Het doel van de lijsten is bijdragen aan meer en beter gescheiden afval. Goed gescheiden afval is beter en hoogwaardiger te recyclen. De lijsten zijn te vinden in Wel/niet-lijsten afvalscheiding (pdf, 244 kB).
3. Beleid en wetgeving
In deze paragraaf wordt alle relevante wet- en regelgeving beschreven die betrekking heeft op het gescheiden houden van huishoudelijk afval. Hiermee wordt ingegaan op de verplichtingen van gemeenten voor gescheiden inzameling, wat gemeenten gescheiden moeten inzamelen, de regels die gelden op de milieustraat, hoe de zorgplicht van gemeenten zich verhoudt tot de producentenverantwoordelijkheid en wie toezicht houdt op het naleven van de regels door gemeenten.
3.1 Verplichtingen gemeenten voor gescheiden inzameling
Gemeenten zijn verplicht om te zorgen dat huishoudelijk afval, met uitzondering van grof huishoudelijk afval, tenminste één keer per week bij of nabij elk perceel binnen haar grondgebied wordt ingezameld (artikel 10.21 lid 1 van de Wet milieubeheer (Wm)). De gemeente kan het gescheiden ophalen van huishoudelijk afval zelf doen, inbesteden (aan publiek-private samenwerkingen of organisaties) of uitbesteden. De gemeente kan ook aan de verplichting voor inzameling invulling geven door het realiseren van een voldoende dekkend netwerk van brengvoorzieningen (bijvoorbeeld glasbakken en textielbakken) in de nabijheid van ieder perceel in de gemeente. Het moet voor burgers duidelijk zijn waar zij terechtkunnen met al hun afval. Ook moet het voor burgers eenvoudig zijn om hun afvalstoffen gescheiden af te geven. Gemeenten kunnen daarom ruimte bieden aan andere partijen die (indien nodig) beschikken over de vereiste omgevingsvergunning om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.
In de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan legt de gemeente vast wie de gescheiden inzameling doet, of hoe zal worden vastgesteld wie dit doet (artikel 10.24 lid 1 onder a Wm). Ook overige regels voor de inzameldienst kunnen hierin worden vastgelegd (artikel 10.24 lid 2 Wm). Daarnaast legt de gemeente in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan vast welke regels gelden voor gescheiden inzameling door andere partijen dan de inzameldienst, zoals scholen en verenigingen die bijvoorbeeld papier ophalen (artikel 10.24 lid 1 onder b Wm). Gemeenten kunnen in de afvalstoffenverordening ook UPV-plichtige producenten toestaan huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In sommige gevallen kunnen gemeenten ook worden verplicht zorg te dragen voor tenminste één inzamelgelegenheid voor UPV-afvalstromen. De afvalstoffenverordening of het omgevingsplan bevat ook regels over brengvoorzieningen, of inzamelplaatsen (artikel 10.24 lid 1 onder c Wm). Meer informatie over wat de gemeente decentraal moet vastleggen leest u in Decentrale regels.
Voor grove huishoudelijke afvalstoffen moet naast inzameling (artikel 10.22 lid 1 onder a Wm) ook een brengvoorziening beschikbaar zijn (artikel 10.22 lid 1 onder b Wm). Deze brengvoorziening wordt vaak de milieustraat genoemd. Gemeenten kunnen voor het hebben van een milieustraat samenwerken en 1 locatie in bedrijf (laten) hebben voor inwoners van de gemeenten. De regels voor de milieustraat staan beschreven in paragraaf 3.3 Regels voor de milieustraat.
3.2 Wat moeten gemeenten gescheiden inzamelen?
Het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (Besluit GIHA) verplicht gemeenten om voor een aantal soorten huishoudelijk afvalstoffen te zorgen voor een systeem van gescheiden inzameling. Het uitgangspunt van de gescheiden inzameling is laagdrempeligheid (toelichting op Besluit GIHA).
Gescheiden inzameling is verplicht voor papier, textiel, gevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen en afgedankte elektrische en elektronische apparaten. Hiervan kan niet worden afgeweken. Het Besluit GIHA verplicht gemeenten ook om metaal, kunststof, glas en bioafval van huishoudens (gft- en gfe-afval) gescheiden in te zamelen. Hiervan kan wel worden afgeweken mits wordt voldaan aan specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) beschreven in het kader 'Toelichting Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra)' hieronder en uitgewerkt in paragraaf 4 Toetsingskaders CMP.
Toelichting – Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra)
De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) verplicht lidstaten om voor bepaalde afvalstoffen een systeem van gescheiden inzameling op te zetten (artikel 10, Kra). Daarnaast geeft de Kra een aantal gronden om af te wijken van het verplicht gescheiden inzamelen (artikel 10, lid 3 Kra). In het kort zijn dat de volgende:
- Een andere vorm van inzamelen heeft geen nadelen voor de mogelijkheden om de betreffende afvalstof te voorbereiden voor hergebruik, te recyclen of anderszins nuttig toe te passen en levert daarbij een vergelijkbare kwaliteit output op.
- Gescheiden inzameling zou over het algeheel genomen een negatief effect op het milieu hebben.
- Gescheiden inzameling is technisch niet haalbaar.
- Gescheiden inzamelen buitensporig hoge economische kosten met zich mee zou brengen.
Artikel 10 van de Kra is geïmplementeerd in het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (Besluit GIHA).
Het is toegestaan voor meer dan alleen de verplichte afvalstoffen een systeem van gescheiden inzameling te organiseren, bijvoorbeeld voor luiers en incontinentiemateriaal. In tabel 1 staat een overzicht van de regels voor gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
| Afvalstof (van huishoudens) | Gescheiden inzameling door/namens gemeente |
|---|---|
| Bioafval (gft/gfe-afval) | Verplicht, maar uitzonderingen mogelijk wanneer gescheiden inzameling technisch niet mogelijk is of buitensporig duur zou zijn (artikel 10 lid 3 onder c en d Kra). |
|
Metaal (noot 1) |
Verplicht, maar uitzonderingen mogelijk als dat geen nadelige gevolgen heeft voor omvang en kwaliteit van recycling of hergebruik (artikel 10 lid 3 onder a Kra). |
| Papier en karton Textiel Gevaarlijke afvalstoffen (noot 3) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur |
Verplicht, geen uitzonderingen mogelijk. |
| Overige afvalstoffen | Niet verplicht, wel toegestaan. |
| Noot 1: Op grond van de toelichting bij Besluit GIHA worden ook blikverpakkingen hieronder verstaan. Noot 2: Op grond van de toelichting bij Besluit GIHA worden ook drinkpakken hieronder verstaan. Noot 3: Gevaarlijke afvalstoffen zijn onder andere afvalstoffen die Klein Chemisch Afval (KCA) vormen, zoals afgewerkte olie, accu’s en batterijen, maar ook verf. Zie voor de volledige KCA-lijst Wel/niet-lijsten afvalscheiding (pdf, 244 kB) onder ‘Instrumenten’. |
|
De gemeente legt in de afvalstoffenverordening of in het omgevingsplan vast voor welke afvalstoffen zij een systeem van gescheiden inzameling heeft en wat van inwoners wordt verwacht (artikel 10.24 Wm).
Gemeenten moeten zich in principe houden aan de regels uit het Besluit GIHA. Alleen als het niet anders kan, mogen gemeenten gemotiveerd afwijken van de verplichting tot een systeem van gescheiden inzameling. Dit moet de gemeente dan opnemen in de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan (artikel 2 lid 1 Besluit GIHA). Bij de afweging om af te wijken moet de gemeente rekening houden met het CMP (artikel 10.14 Wm) en voldoen aan de voorwaarden beschreven in paragraaf 4 Toetsingskaders CMP. Ook moet de gemeente regelmatig opnieuw beoordelen of afwijken nog steeds gegrond is gezien relevante ontwikkelingen in inzameling (artikel 3 lid 2 Besluit GIHA). Deze beoordeling vindt op zijn minst elke keer plaats op het moment dat in het CMP op dit punt nieuwe inzichten en beleid worden opgenomen.
Gemeenten worden geacht afvalscheiding door hun burgers te stimuleren. Betere afvalscheiding leidt immers tot beter recyclebare stromen en dat draagt bij aan een circulaire economie. Om burgers te helpen het afval goed te scheiden, kunnen gemeenten gebruikmaken van de landelijke wel/niet-lijsten voor bioafval van huishoudens, textiel en klein chemisch afval (KCA). Deze staan in Wel/niet-lijsten afvalscheiding (pdf, 244 kB) van dit CMP.
3.3 Welke regels gelden voor de milieustraat?
Voor grove afvalstoffen van huishoudens dient een brengvoorziening beschikbaar te zijn (artikel 10.22 lid 1 onder b Wm). Hier verder de milieustraat genoemd. Voor de milieustraat gelden de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De milieustraat valt onder een milieubelastende activiteit (par. 3.5.6 Bal) waarvoor algemene regels gelden. De algemene regels gaan bijvoorbeeld over het bewerken van verschillende materialen en de wijze waarop specifieke afvalstoffen moeten worden opgeslagen (bijv. asbest, gips, matrassen etc.) Gemeenten zijn niet verplicht om bedrijfsafval op de milieustraat te accepteren.
Daarnaast verwijst artikel 3.171 lid 1 onder e van het Bal naar nadere regels voor de milieustraat in paragraaf 4.51 van het Bal. Hierin staat voor welke afvalstoffen er voorzieningen voor het gescheiden achterlaten van die afvalstoffen moeten zijn op de milieustraat (adequaat voorzieningenniveau). Ook staat hierin waar de milieustraat aan moet voldoen voor een effectief beheer. In de toelichting op artikel 4.623 Bal is uitgewerkt wat wordt verstaan onder een adequaat voorzieningenniveau en effectief beheer van de milieustraat. Op basis hiervan zijn handvatten opgenomen in paragraaf 4.3 Effectief beheer van de milieustraat.
Een milieustraat wordt niet altijd gerund door de gemeente zelf. Soms doet de gemeente dat samen met andere gemeenten. Een bedrijf kan dit ook in opdracht van de gemeente(n) doen. Ook dan is sprake van een gemeentelijke milieustraat waarvoor de regels genoemd in deze paragraaf gelden (zie de toelichting op artikel 3.170 Bal).
3.3.1 Regels voor het gescheiden houden van afvalstoffen op de milieustraat
Gemeenten moeten zorgen voor een adequaat voorzieningenniveau op de milieustraat (toelichting op artikel 4.623 Bal). Dit houdt in dat er voor 18 afvalstoffen (zie tabel 2) voorzieningen aanwezig zijn om deze gescheiden in te zamelen (artikel 4.623 lid 1 Bal). Van de 18 afvalstoffen moeten de volgende 5 afvalstoffen verplicht worden gescheiden aan de bron: elektr(on)ische apparatuur, asbest, geïmpregneerd hout, gasflessen/brandblussers/overige drukhouders en grond (toelichting op artikel 4.623 Bal).
Voor de overige 13 van de 18 afvalstoffen is gescheiden houden op de milieustraat verplicht, maar afwijken van bronscheiden mogelijk. In de praktijk is het namelijk fysiek niet altijd mogelijk om op een milieustraat alle genoemde huishoudelijke afvalstoffen gescheiden te houden. Het is niet de bedoeling dat hierdoor zomaar afvalstromen samengevoegd worden. De ontstane gemengde stromen moeten door nascheiding een vergelijkbaar niveau van afvalscheiding bereiken als door scheiding aan de bron. Dit vraagt om een goed gekozen combinatie van afvalstoffen, ook wel slimme mengsels genoemd. Een slim mengsel is nooit een samenvoeging van een van de 13 afvalstoffen met het restafval.
Om af te wijken van bronscheiding moet de eigenaar van de milieustraat wel een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag (toelichting op artikel 4.623 Bal). Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag toestemming geven een of meerdere van de 13 inzamelvoorzieningen achterwege te laten mits een gelijk niveau van afvalscheiding bereikt wordt. De eigenaar van de milieustraat moet in het maatwerkvoorschrift aangeven hoe het gelijkwaardig niveau van afvalscheiding bereikt wordt. Als onvoldoende duidelijk is hoe de nascheiding of andere verwerking zal gebeuren, kan het bevoegd gezag het verzochte maatwerkvoorschrift weigeren.
Als een milieustraat een of meer inzamelvoorzieningen achterwege mag laten, gaan er meer afvalstoffen in de container met restafval. Het is in dat geval niet wenselijk dat het restafval in een perscontainer wordt gedaan omdat dit nascheiding bemoeilijkt.
| Afvalstof (van huishoudens) verplicht gescheiden inzamelvoorzieningen artikel 4.623 Bal | Afwijken van bronscheiding |
|---|---|
| 1. elektr(on)ische apparatuur 2. asbest (noot 1) 3. geïmpregneerd hout 4. gasflessen/brandblussers/ overige drukhouders 5. grond |
Afwijken van bronscheiding niet mogelijk omdat nascheiding niet wenselijk of doelmatig is (toelichting op artikel 4.623 Bal). |
| 6. A-/B-hout 7. gips 8. dakafval 9. gemengd steenachtig materiaal (niet zijnde asfalt en niet zijnde gips) 10. matrassen 11. papier en karton 12. vlakglas 13. banden van voertuigen (noot 2) 14. geëxpandeerd polystyreenschuim 15. grof tuinafval 16. harde kunststoffen 17. metalen 18. textiel (niet zijnde tapijt) |
Afwijken mogelijk met maatwerkvoorschrift (artikel 2.12 e.v. Bal) mits gelijk niveau van afvalscheiding bereikt wordt door nascheiding of andere maatregelen (toelichting op artikel 4.623 Bal). Let op: afwijken zorgt voor het samenvoegen van afvalstoffen, ook wel mengen genoemd. Mengen is een vergunningplichtige activiteit (toelichting op artikelen 3.194, 3.196 en 3.197 Bal) zie Mengen van afvalstoffen. |
|
Overige gescheiden aangeleverde niet-grove huishoudelijke afvalstoffen Bijvoorbeeld: verpakkingsglas, batterijen, gasontladingslampen, klein chemisch afval, frituurvet en incontinentiemateriaal die soms ook door een milieustraat worden ontvangen. |
Als niet-grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingenomen op de milieustraat is men verplicht deze gescheiden te houden. Als geen inzamelvoorzieningen beschikbaar zijn om ze gescheiden te houden en samen met andere afvalstoffen in een inzamelvoorziening worden gedeponeerd, is meestal een vergunning voor mengen nodig zie Mengen van afvalstoffen. |
|
Noot 1: Onder ‘asbest’ valt ook: asbestgelijkend materiaal (bijvoorbeeld golfplaatmateriaal). Noot 2: Onder ‘banden van voertuigen’ vallen ook, autobanden, kleine bedrijfswagenbanden en aanhangwagenbanden, maar ook trekkerbanden, fietsbanden, motorbanden etc. |
|
Als gescheiden inzameling van een of meerdere van de 18 afvalstoffen genoemd in tabel 2 niet wordt aangeboden op de milieustraat, moet duidelijk worden aangegeven waar dat wel kan (artikel 4.623 lid 2 Bal).
3.3.2 Regels voor effectief beheer van de milieustraat
De eigenaar van de milieustraat moet zich inspannen voor goede afvalscheiding op de milieustraat. Bij de milieustraat moet via toezicht en voorlichting continu worden bewaakt dat zo min mogelijk afval in de restafvalcontainer belandt (artikel 4.623 lid 3 Bal). In de werkinstructie over de procedures van acceptatie en controle van de ontvangen afvalstoffen moet staan hoe hier invulling aan wordt gegeven (artikel 4.624 lid 2 onder a Bal). In de werkinstructie staat ook hoe voorkomen wordt dat op de locatie grove huishoudelijk afvalstoffen worden afgegeven die niet mogen worden ingenomen (artikel 4.624 lid 2 onder b Bal). Bovendien moet erin staan hoe wordt bereikt dat zoveel mogelijk van de ingenomen afvalstoffen geschikt is en blijft voor en afgevoerd wordt ten behoeve van voorbereiding voor hergebruik en recycling (artikel 4.624 lid 2 onder c Bal). Om voortgezet gebruik op de milieustraat te bevorderen is een handreiking opgesteld. Bekijk de handreiking op de website over afvalstof of niet-afvalstof.
Daarnaast geldt dat de voorziening voor matrassen zo is uitgevoerd dat de matrassen niet in contact komen met hemelwater (artikel 4.623 lid 4 Bal).
3.4 Zorgplicht gemeenten en producentenverantwoordelijkheid
Producenten zijn soms ook verantwoordelijk voor het afvalbeheer van producten die de afvalfase hebben bereikt. Dit heet de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Voor de volgende producten zijn producenten waaronder importeurs verantwoordelijk voor het afvalbeheer: autobanden, auto’s, batterijen en accu’s, elektrische en elektronische apparatuur, textiel, verpakkingen, wegwerpplastics, vlakglas, consumentenmatrassen en papier en karton. Ook voor luiers en vistuig komt een UPV. De producent wordt verantwoordelijk voor zijn producten die de afvalfase hebben bereikt. Producenten kunnen de inzameling zelf organiseren of gebruikmaken van de reeds bestaande gemeentelijke inzamelstructuur. Producenten zullen in het laatste geval in overleg moeten treden met gemeenten en een financiële vergoeding betalen. Zie voor meer informatie de website over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
3.5 Toezicht op gemeenten
Provincies zijn toezichthouder voor gemeenten op het gebied van milieu. Zij kunnen bijvoorbeeld controleren of een gemeente voldoet aan het basisvoorzieningen niveau, zie paragraaf 4.1 Voorwaarden voor afwijken van gescheiden inzameling bioafval of voldoen aan de regels die gelden voor de milieustraat zie paragraaf 4.3 Effectief beheer van de milieustraat. Deze wettelijke bevoegdheid van de provincies om toezicht te houden op gemeentes op dit onderwerp is terug te vinden in artikel 124 en verder van de Gemeentewet.
4. Toetsingskaders CMP
Lokale omstandigheden, zoals de infrastructuur voor afvalscheiding en een daarop afgestemd afvalbeleid bepalen in hoge mate hoe afval wordt gescheiden en gescheiden wordt ingezameld bij huishoudens. Gemeenten zijn verplicht om papier, textiel, gevaarlijke huishoudelijke afvalstoffen en afgedankte elektrische en elektronische apparaten gescheiden in te zamelen. Gemeenten mogen onder bepaalde voorwaarden een eigen afweging maken tussen bron- of nascheiding voor de afvalstoffen bioafval en metaal, kunststoffen en glas. Bij deze afweging dienen zij rekening te houden met het CMP (artikel 10.14 Wm).
In dit toetsingskader staan de voorwaarden voor het afwijken van gescheiden inzameling voor bioafval (gft/gfe-afval) en metalen (inclusief blik), kunststoffen (plastic en drinkpakken) en glas. Bovendien worden aanvullende handvatten beschreven voor een effectief beheer van de milieustraat.
4.1 Voorwaarden voor afwijken van gescheiden inzameling bioafval
Iedere gemeente moet bioafval van huishoudens (ook wel gft/gfe-afval) gescheiden inzamelen. Over het algemeen is de verwerking van het composteren en vergisten van gescheiden ingezameld bioafval van huishoudens goedkoper dan verbranden als onderdeel van restafval. Daarnaast worden gemeenten door het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) gevraagd meer afvalstromen te scheiden en daarbij te letten op de kwaliteit ten behoeve van recycling. Het gescheiden inzamelen van bioafval van huishoudens is echter niet in alle situaties even eenvoudig of leidt automatisch tot goede kwaliteit. Daarom is afwijken van gescheiden inzameling onder bepaalde voorwaarden mogelijk.
Figuur 1: Afwijken van gescheiden inzameling bioafval
Uitgeschreven tekst figuur 1
Dit is een stroomschema dat laat zien in welke situatie je mag afwijken van het gescheiden inzamelen van bioafval. Het schema begint links met een hoofdblok waarin staat dat moet worden voldaan aan het basisvoorzieningsniveau. Vanuit dit blok volgen twee subblokken met vragen. De eerste vraag is of bioafval dat gescheiden is ingezameld nog steeds van onvoldoende kwaliteit is. De tweede vraag is of gescheiden inzameling te duur is. Als het antwoord op deze twee vragen ja is, dan leiden ze naar het derde blok rechts. In dit blok staat dat afwijken van het gescheiden inzamelen van bioafval in deze twee gevallen is toegestaan.
Om af te mogen wijken van gescheiden inzameling van bioafval, moet de gemeente eerst voldoen aan het basisvoorzieningenniveau (zie figuur 2). Het basisvoorzieningenniveau bestaat uit een lijst met inspanningen die de gemeente moet plegen om afvalscheiding door inwoners makkelijker te maken. Is een onderdeel nog niet op dit niveau, dan moet dat eerst verbeterd worden, voordat besloten kan worden dat bioafval niet gescheiden wordt ingezameld.
Voldoet de gemeente aan het basisvoorzieningenniveau dan kan op de basis van de volgende gronden worden afgeweken van gescheiden inzameling:
- Het gescheiden inzamelde bioafval is van onvoldoende kwaliteit. Voldoet een gemeente aan het basisvoorzieningenniveau, maar is het gescheiden ingezamelde bioafval van onvoldoende kwaliteit (teveel afkeur) waardoor compostering niet mogelijk is, dan mag de gemeente afwijken van gescheiden inzameling. Door nieuwe verwerkingsmogelijkheden kan bioafval van lagere kwaliteit mogelijk ook worden verwerkt. Afwijken op basis van deze grond zal in de toekomst daarom wellicht minder relevant zijn.
- Gescheiden inzamelen van bioafval is te duur. Het kostenniveau van de gescheiden verwerking van bioafval kan een reden zijn om af te zien van bronscheiding. Als de meerkosten voor gescheiden inzameling en verwerking hoger zijn dan €265 euro per ton, mag worden afgeweken. In dit geval gaat het om het verschil tussen de kosten voor het inzamelen bij bron- of nascheiding ten opzichte van de kosten voor ongescheiden inzameling. Het gaat hier alleen om meerkosten die direct samenhangen met het feitelijke gescheiden inzamelen zoals extra inzamelmiddelen, extra routes, extra overslag, etc. Kosten om te voldoen aan het basisvoorzieningenniveau blijven hierbij buiten beschouwing.
Onderdeel van het basisvoorzieningenniveau is het gebruiken van de Wel/niet-lijst gft van huishoudens (pdf, 244 kB). Daarin staat beschreven welke afvalstromen wel en niet behoren tot bioafval. Voor een uniforme gescheiden inzameling van bioafval van huishoudens is het belangrijk dat iedere gemeente deze wel/niet-lijst hanteert.
Leeswijzer bij onderstaande figuur 2: de uitwerking onder de hoofdcriteria 1, 2 en 3 in subcriteria 1.1 t/m 1.5, 2.1 t/m 2.3 en 3.1 t/m 3.3 is bedoeld als voorbeelden van middelen waarmee voldaan kan worden aan deze hoofdcriteria. Om af te kunnen zien van gescheiden inzameling van bioafval van huishoudens moet een gemeente aantonen dat is voldaan aan deze hoofdcriteria. Voor hoofdcriteria 4 en 5 geldt dat om af te kunnen zien van gescheiden inzameling van bioafval van huishoudens aantoonbaar zowel aan de hoofcriteria als aan alle sub-criteria (4.1 en 5.1 t/m 5.4) voldaan moet worden. Gemeenten hebben wel de vrijheid om zelf te bepalen met welke middelen aan de subcriteria wordt voldaan.
Figuur 2: Basisvoorzieningenniveau voor gescheiden houden van bioafval
Uitgeschreven tekst Figuur 2
- De bewoner weet wat verwacht wordt
1.1 Informeren van inwoners
Toelichting: Jaarlijks informeren, bijvoorbeeld met een brief vanuit de gemeente. Hierin aangeven dat afval scheiden de norm is, waar informatie gevonden kan worden (site, app). Combineren met aanbod van beknopte afvalwijzer/kaart, aanbieden van informatie over hulpmiddel in huis/keuken en overzicht van containerlocaties.
1.2 Gemeentelijke afval-site
Toelichting: Met informatie over het waarom, wat, hoe en waar van afval scheiden. Mogelijkheid tot aanvraag van beknopte afvalwijzer.
1.3 Voorlichtingspakket, in meerdere talen
Toelichting: Standaard te verstrekken aan nieuwe inwoners, inclusief beknopte afvalwijzer.
1.4 Deur-tot-deur actie
Toelichting: Voor speciale gebieden, zoals binnenstad en hoogbouw. Inwoners actief informeren over waarom, wat, hoe en waar van afval scheiden. Dit combineren met aanbieden beknopte afvalwijzer en hulpmiddel voor in huis/keuken. Eenmaal per jaar.
1.5 Campagne
Toelichting: Gemeentebreed eenmaal per jaar informeren van inwoners over waarom, wat, hoe en waar van afval scheiden, via de (sociale) media.
- De bewoner weet wat waar bij hoort (scheidingskennis)
2.1 Beknopte afvalwijzer/wel-niet-lijst sturen, voor op prikbord, koelkast, lade
Toelichting: Eén of twee A4 met informatie over wat, hoe en waar van afvalscheiding. Op stevig karton, voor robuust gebruik en bewaren.
2.2 Scheidingsinfo op de bakken
Toelichting: Containers in de buitenruimte (minicontainers, verzamelcontainers, al of niet ondergronds) zijn voorzien van kleuren, pictogrammen en teksten die aangeven voor welke afvalstroom ze bedoeld zijn en wat daaronder verstaan wordt.
2.3 Gemeentelijke site en eventuele app
Toelichting: Op de gemeentelijke website is informatie te vinden over het waarom, wat, hoe en waar van afval scheiden. Hier kan ook een beknopte afvalwijzer worden aangevraagd.
- De bewoner weet wat van het waarom, nut van afvalscheiding
3.1 Via voorlichtingspakket
Toelichting: Bewoners kunnen bij de gemeente een voorlichtingspakket opvragen over afvalscheiding. Nieuwe bewoners ontvangen dit automatisch.
3.2 Verspreiden infographics, filmpjes, social media
Toelichting: Op de gemeentelijke website staan visuals met informatie over hoe de verschillende afvalstromen ingezameld en verwerkt worden. Deze visuals worden ook verspreid via (sociale) media.
3.3 Campagne
Toelichting: Gemeenteraad eenmaal per jaar informeren en motiveren van inwoners over waarom, wat, hoe en waar van afvalscheiding, via de (sociale) media.
- De bewoner weet waar/hoe/wanneer men het kwijt kan
4.1 Voorlichting over inzamelsysteem, halen en brengen, locaties van containers, inzameldagen, milieustraat voor grof huishoudelijk afval, extra inzamelpunt voor bepaalde stromen bij winkel bouwmarkten e.d.
Toelichting: Op de gemeentelijke website is een afvalwijzer te vinden met informatie over het inzamelsysteem van de gemeente voor de verschillende afvalstromen. Deze informatie is ook onderdeel van het voorlichtingspakket en kan op verzoek op papier worden toegestuurd. De burger wordt hiermee geïnformeerd over de verschillende soorten huishoudelijk afval en hoe deze worden aangeboden.
- De verzamelcontainers en voorzieningen zijn goed (gelegenheid)
5.1 Schoon en verzorgd
Toelichting: Afvalvoorzieningen in de openbare ruimte en de directe omgeving worden actief schoongehouden. Ook worden beschadigingen en graffiti snel hersteld.
5.2 Goed bereikbaar
Toelichting: Afvalvoorzieningen in de openbare ruimte zijn goed bereikbaar voor iedereen. Er is een oprit en voldoende ruimte voor rolstoelen. Obstakels, zoals bijgeplaatst (grof) afval, worden snel verwijderd.
5.3 Werkend, beschikbaar, niet vol
Toelichting: Afvalvoorzieningen kunnen gebruikt worden. Technische storingen worden snel verholpen. Volle containers worden voorkomen door voldoende capaciteit en tijdige lediging.
5.4 Voorzien van goede info en pictogrammen
Toelichting: Containers in de buitenruimte zijn voorzien van kleuren, pictogrammen en teksten die aangeven voor welke afvalstroom ze bedoeld zijn en wat daaronder verstaan wordt. De burger krijgt duidelijke informatie over wat er wel en niet in elke inzamelmiddel mag worden gedeponeerd.
4.2 Voorwaarden voor afwijken van gescheiden inzameling metaal, kunststof of glas
Gemeenten kunnen voor metaal (inclusief blik), kunststof (plastic en drinkpakken) en glas met bepaalde vormen van nascheiding in veel gevallen een vergelijkbaar resultaat met bronscheiding behalen. De keuze voor nascheiding is alleen toegestaan als dit vergelijkbare niveau inderdaad wordt bereikt. In tabel 3 staat welke vormen van nascheiding hiervoor in aanmerking komen.
Voor metaal mag een gemeente ook afzien van gescheiden inzameling wanneer de gemeente kan aantonen dat bij de verwerking van het gemengde afval de metalen worden teruggewonnen ten behoeve van recycling. Dat is in ieder geval het geval wanneer het restafval wordt verbrand in een Nederlandse AVI omdat afscheiden van metalen uit de bodemas daar verplicht is.
Glas mag niet worden nagescheiden uit het restafval ter vervanging van bronscheiding. Nascheiding in aanvulling op bronscheiding is wel toegestaan, maar dit mag nooit ter vervanging van bronscheiding gebeuren. Gemeenten mogen glas ook in combinatie met metalen inzamelen, mits het wordt gevolgd door nascheiding.
| Afvalstof | Nascheiding uit restafval toegestaan | Gecombineerde inzameling van droge componenten gevolgd door nascheiding toegestaan? |
|---|---|---|
| Metaal | Ja | Ja, de volgende combinaties: Plastic, Metaal, Drinkpakken (PMD) Plastic, Drinkpakken (PD) Metaal, Glas (MG) |
| Kunststof (plastic en drinkpakken) | Ja | Ja, de volgende combinaties: Plastic, Metaal, Drinkpakken (PMD) Plastic, Drinkpakken (PD) |
| Glas | Nee | Ja, de volgende combinatie: Metaal, Glas (MG) |
4.3 Effectief beheer van de milieustraat
Het beheer van de milieustraat moet gericht zijn op een zo effectief mogelijke uitvoering (toelichting op artikel 4.623 Bal). Een effectief beheer van de milieustraat zorgt voor het naleven van de regels beschreven in artikel 4.623 Bal. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat afvalstoffen in het restafval belanden terwijl daar specifieke voorzieningen voor aanwezig zijn. De volgende richtlijnen gelden voor een effectief beheer van de milieustraat:
- Het is voor de burger duidelijk welke inzamelvoorziening waarvoor is bedoeld. De inrichting van de milieustraat ondersteunt een juist gebruik van de verschillende inzamelvoorzieningen.
- Er is gekwalificeerd personeel aanwezig om vragen van burgers te beantwoorden en toezicht te houden op een juist gebruik van de verschillende opslagvoorzieningen.
- Bij de inrichting en het beheer van de milieustraat is aandacht besteed aan toegankelijkheid en laagdrempeligheid voor de burger. Dit omvat niet alleen fysieke bereikbaarheid, maar ook het beperken van wachttijden en administratieve procedures. Daarom wordt aanbevolen om te zorgen:
- voor een snelle toegangscontrole en betalingshandelingen aan de poort (indien van deze handelingen sprake is) door bijvoorbeeld gebruik te maken van een uniek toegangspasje, saldokaart, knipkaart of contactloos betalen;
- dat de containers de routering voor het publiek niet belemmeren en er voldoende ruimte is om stilstaande auto’s te kunnen passeren op de locatie;
- dat de containers waar over het algemeen veel gebruik van wordt gemaakt niet meteen vooraan staan bij de ingang/opgang (met risico’s op blokkades bij de ingang) maar meer naar achteren en verspreid zodat het bezoek zich beter verdeelt;
- dat de perscontainers in beperkte mate worden gebruikt; weliswaar kan voor sommige afvalsoorten meer afval in een container geperst worden, maar persen van afval kost tijd waardoor een vlotte doorstroming op de milieustraat in het geding komt. Ook is de inwerpopening van de pers (de trechter) beperkt waardoor hier een bottleneck kan ontstaan.
5. Toekomstplannen
Het beleid en de kennis over circulaire economie is in ontwikkeling. Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Het CMP wordt daarom regelmatig geactualiseerd.
Het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval stimuleert en helpt gemeenten bij het invoeren of verbeteren van afvalscheiding in hun gemeente. Het ministerie van IenW voert een verkenning uit naar de standaardisatie van de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen in Nederland. Indien uit deze verkenning blijkt dat meer standaardisatie nodig of wenselijk is, zal deze informatie daarop worden aangepast.
Om hergebruik en herbestemming op milieustraten te stimuleren is de Handreiking voortgezet gebruik op milieustraten opgesteld. Hierin staan praktische tips en de wettelijke kaders omtrent voortgezet gebruik. In de toekomst wordt bekeken of aan bepaalde onderdelen van deze gids een meer verplichtend karakter te geven. Relevante belanghebbenden zullen worden geconsulteerd indien deze verkenning wordt opgestart.
Meer informatie over de ontwikkeling van het CMP en hoe stakeholders daarbij worden betrokken leest u in Wat is het CMP.
6. Hulpmiddelen en meer informatie
Voor hulpmiddelen en meer informatie:
- Over het Uitvoeringsprogramma VANG - Huishoudelijk Afval en hulpmiddelen voor gemeenten om gescheiden inzameling te verbeteren, zie: www.vang-hha.nl.
- Over hoe u bewoners stimuleert afval te scheiden, zie: Gids: hoe stimuleer je bewoners hun afval te scheiden? | Milieu Centraal.
- Over de Wel/niet-lijsten voor gft van huishoudens, textiel en KCA, zie: Wel/niet-lijsten afvalscheiding (pdf, 244 kB).
Ontdoener
Degene die zich ontdoet van de afvalstoffen.
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.
Ontdoener
Degene die zich ontdoet van de afvalstoffen.
Voortgezet gebruik
Het gebruik, hergebruik of op een andere manier gebruiken van materialen die niet-afvalstoffen zijn. Zie paragraaf 4.7 Voortgezet gebruik van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De gehele of gedeeltelijke financiële of organisatorische verantwoordelijkheid van degenen die stoffen, mengsels of producten in de handel brengen voor het beheer van de van die stoffen, mengsels of producten overgebleven afvalstoffen.