ZZS in afvalstoffen
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn gevaarlijke stoffen. Ze zijn kankerverwekkend, giftig voor de voortplanting of hebben andere gevaarlijke eigenschappen (REACH, art.57). ZZS worden in heel veel producten gebruikt en komen dus ook in veel afvalstoffen voor.
Als uit afval nieuwe producten worden gemaakt, moet onaanvaardbare blootstelling aan die gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit wordt steeds belangrijker omdat het beleid ook gericht is op het zoveel mogelijk opnieuw gebruiken van materialen.
Deze twee aspecten samen vragen om specifiek beleid voor afval waarin ZZS zit. Dit beleid is in het CMP in ZZS en overige zorgstoffen beschreven.
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn gevaarlijke stoffen. Ze zijn kankerverwekkend, giftig voor de voortplanting of hebben andere gevaarlijke eigenschappen (REACH art.57). Voor ZZS geldt volgens het stoffenbeleid een minimalisatieplicht voor emissies naar lucht en lozing naar water (zie hiervoor de pagina Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van IPLO). Voor de verwerking van ZZS in afvalstoffen gelden aanvullend hierop de bepalingen in het CMP.
Recycling en blootstelling
ZZS worden in heel veel producten gebruikt en komen dus ook in veel afvalstoffen voor. Als uit dat afval vervolgens weer nieuwe producten worden gemaakt, kan onaanvaardbare blootstelling aan die ZZS optreden. Dit wordt steeds belangrijker omdat het beleid ook gericht is op het zoveel mogelijk opnieuw gebruiken van materialen ter bevordering van de circulaire economie.
Deze twee aspecten samen vragen om specifiek beleid voor afval waarin ZZS zit. Dit is in het CMP in ZZS en overige zorgstoffen, Mengen van afvalstoffen en Afvalstof of niet-afvalstof beschreven.
Afscheiden of vernietigen van ZZS
De informatie in ZZS en overige zorgstoffen is met name van belang voor afvalstoffen die nuttig toegepast moeten worden. Als in een afvalstoffen relatief hoge concentraties ZZS voorkomen, dan moet een bedrijf eerst nagaan of het mogelijk is om die ZZS uit het materiaal af te scheiden of te vernietigen met behoud van het overige materiaal. Voor het verwerken van ZZS-houdend afval is geen risicoanalyse nodig.
Andersom mag een bedrijf een afvalstof met relatief hoge concentraties ZZS niet zomaar in zijn geheel verwijderen. Verwijderen mag pas als nuttige toepassing van het afval door de ZZS niet mogelijk is en de ZZS ook niet uit het afval kan worden afgescheiden of omgezet tot niet-schadelijke stoffen. ‘ZZS en overige zorgstoffen’ beschrijft wanneer sprake is van relatief hoge concentraties ZZS.
Mengen van afval met ZZS
De inhoud van Mengen van afvalstoffen is in de volgende gevallen relevant voor afvalstoffen met ZZS:
- Het mengen van gevaarlijk afval, omdat de concentratiegrenswaarde voor ZZS in een aantal gevallen ook de concentratie is waarbij sprake is van gevaarlijk afval.
- Het mengen van afvalstoffen die PBT- of zPzB-stoffen of stoffen van ‘gelijkwaardige zorg’ bevatten in een concentratie van 0,1% (m/m) of hoger.
- Het mengen van POP-rijke afvalstoffen.
In beginsel moeten gevaarlijke stoffen uit de afvalstof worden afgebroken of afgescheiden, maar in sommige gevallen is mengen ook toegestaan. Meer leest u in Mengen van afvalstoffen’ van het CMP.
Afvalstof of niet-afvalstof
Als een bedrijf na de verwerking een materiaal of product wil verhandelen als niet-afvalstof, moet dit voldoen aan de voorwaarden voor einde-afvalstoffen. Bij die beoordeling wordt ook naar aanwezige ZZS én naar andere zorgstoffen gekeken. Onderdeel is mogelijk een risicoanalyse voor niet-genormeerde stoffen (zie Afvalstof of niet-afvalstof in het CMP).
Overzicht van afvalstoffen met ZZS
Een hulpmiddel bij de identificatie van ZZS is de ZZS in afval Zoeker van het RIVM. Deze databank bevat naar analogie met de ZZS-navigator informatie over de ZZS die in de diverse afvalstoffen aangetroffen kunnen worden. De basis voor deze ZZS in afval Zoeker is het rapport ZZS in afvalstoffen – update 2019 (SGS Intron 2019) aangevuld met informatie uit het Briefrapport ZZS in de ketenplannen (RIVM). Dit hulpmiddel stelt afvalverwerkers én bevoegde gezagen in staat om het risico op aanwezigheid van (bepaalde) ZZS in afvalstoffen beter in te kunnen schatten.
Meer informatie over ZZS
Een lijst van ZZS en informatie per stof is te vinden op de website risico’s van stoffen van het RIVM. Informatie over emissies van ZZS naar water en lucht is te vinden op de pagina Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van IPLO.
REACH regelt of bepaalde ZZS wel of niet in producten mogen zitten en op de markt mogen worden gebracht. Van de circa 1.400 ZZS die bij het RIVM bekend zijn, zijn in het kader van REACH ongeveer 100 stoffen beoordeeld. Deze zijn op de autorisatielijst of de restrictielijst geplaatst. Daarnaast staan ongeveer 170 stoffen op de kandidaatslijst van REACH. Dat betekent dat die stoffen nog in behandeling zijn. Voor nog niet beoordeelde ZZS gelden dus (nog) geen specifieke regels via REACH.
Gelet op de risico’s van ZZS is het belangrijk dat verantwoord wordt omgegaan met afval waarin deze ZZS voorkomen. Daarom is in het CMP in ZZS en overige zorgstoffen hiervoor een specifieke beleidslijn geformuleerd.
De juridische basis voor een beoordeling van verwerking van afval met ZZS is artikel 2.14 lid 1b van de Wabo. Hierin staat bij het verlenen van omgevingsvergunningen, onderdeel milieu, rekening te houden met artikel 10.14 van de Wm en dus met het LAP. Deze verplichting betreft niet alleen de omgevingsvergunningen voor afvalbeheerinrichtingen, maar ook de vergunningen voor bedrijven waar afval vrijkomt.
In ZZS en overige zorgstoffen is opgenomen in welke gevallen een risicobeoordeling moet worden gemaakt. Ook staat er aan welke eisen deze moet voldoen en dat de vergunning niet verleend kan worden als het bevoegd gezag niet overtuigd is dat sprake is van aanvaardbare risico’s.
Op dit moment wordt bezien welke wettelijke aanpassingen nodig zijn om het beleid ten aanzien van een risicobeoordeling van afvalstoffen op ZZS verdergaand juridisch te verankeren, ook bij bedrijven die meldingsplichtig zijn. Ook de aanvraagformulieren van OLO2 en de AIM-module zullen hierop moeten worden aangepast.
Website RIVM:
Op de website ‘risico’s van stoffen’ van het RIVM is een lijst te raadplegen met alle bekende ZZS en de wet- en regelgeving die op deze stoffen betrekking heeft.
ZZS en overige zorgstoffen
In ZZS en overige zorgstoffen van het CMP is de beleidslijn voor het verwerken van afvalstoffen met ZZS geformuleerd. Daarnaast werkt Rijkswaterstaat aan de volgende hulpmiddelen:
Overzicht van afvalstoffen met ZZS:
SGS Intron maakte in opdracht van Rijkswaterstaat een overzicht van afvalstoffen waarin een reële kans bestaat op aanwezigheid van de belangrijkste ZZS. SGS Intron baseert zich in zijn rapport op de autorisatie- en restrictiedossiers van REACH, de eigen database en gesprekken met producenten, brancheorganisaties en andere deskundigen. Dit stelt afvalverwerkers én bevoegde gezagen in staat om het risico op aanwezigheid van ZZS in afvalstoffen beter in te kunnen schatten.
Handreiking risicoanalyse ZZS in afvalstoffen:
Bedrijven en bevoegde gezagen kunnen de Handreiking Risicoanalyse ZZS in afvalstoffen van Rijkswaterstaat raadplegen. Dit hulpmiddel is ondersteunend aan 'ZZS en overige zorgstoffen'. De handreiking helpt bedrijven en vergunningverleners bij de beoordeling of nuttige toepassing van afvalstoffen met ZZS geen onaanvaardbare risico oplevert voor mens en milieu. De basis voor deze handreiking is het 'Advies voor een afwegingskader en handreiking ZZS' van het RIVM.
De Helpdesk Afvalbeheer krijgt meermaals vragen over de classificatie binnen de Eural-codelijst van metaalafval van bouw- en sloopwerkzaamheden dat voorzien is van een corrosiewerende coating of verf die een chroom-VI verbinding bevat.
De concentratie aan chroom-VI bepaalt of dit metaal geclassificeerd moet worden als gevaarlijk afval (euralcode 17 04 09*) of niet. De vraag daarbij is of de concentratie aan chroom-VI beschouwd moet worden in de coating zelf of t.o.v. de totale massa van het metaal waar het op zit. In het eerste geval overschrijdt de concentratie meestal de grenswaarde van 0,1% waarboven sprake is van gevaarlijk afval (op grond van de CLP-verordening), in het laatste geval niet.
Het document waarin de Europese Commissie de classificatie volgens de Eural-codelijst toelicht, de Commission notice on technical guidance on the classification of waste, is op dit punt niet eenduidig. Desgevraagd heeft de Commissie aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aangegeven dat de concentratie chroom-VI in de totale massa van het metaalafval bepalend is voor de classificatie.
Gezien de gevaareigenschappen van chroom-VI verbindingen, die met name optreden bij bewerkingen van met chroom-VI behandeld metaal waarbij de coating als stofdeeltjes in de atmosfeer terechtkomt, is het van belang dat ontdoeners de verwerkers in ieder geval gedegen informeren over de (mogelijke) aanwezigheid van deze gevaarlijke stof. ProRail, Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf hebben in dit licht - met expertise uit de markt – een beheersregime opgesteld voor het werken met chroom-VI. Hierin is voor de gangbare werkzaamheden aan met chroom-VI behandeld metaal vastgelegd welke preventieve beheersmaatregelen moeten worden genomen.