Overbrenging

Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:

  1. tussen Nederland en een ander land; of
  2. tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
  3. tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
  4. tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
  5. vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
  6. binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
  7. vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.

Niet-materiaaleigen

Betreft componenten in of aan het afval die niet deel uitmaken van de afbakening van de deelstromen waar het keten-of afvalplan betrekking op heeft. Niet-materiaaleigen afval is onbedoeld aanhangend.

ZZS

Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.

POP's

POP’s zijn stoffen die onder het Verdrag van Stockholm zijn aangemerkt als persistente organische verontreinigende stof (persistent organic pollutant). Ze zijn in de Europese Unie gereguleerd via de POP-verordening. Zie ZZS en overige zorgstoffen voor meer informatie.

POP-verordening

De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.

Kennisgeving

Een procedure van voorafgaande schriftelijke toestemming die geldt voor het grensoverschrijdend transport van bepaalde afvalstoffen. Zie Grensoverschrijdend transport voor meer uitleg.

Invoer

Elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip import, waarmee het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 21 Verordening (EU) 2024/1157

Import

Het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland, met uitzondering van doorvoer van afval via Nederlands grondgebied. Dit begrip verschilt van het begrip invoer, waarmee elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie wordt bedoeld.

Uitvoer

Elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip export, waarmee het Nederland doen verlaten van afvalstoffen wordt bedoeld. 
Artikel 3 lid 22 Verordening (EU) 2024/1157

Export

Het Nederland doen verlaten van afvalstoffen, met uitzondering van doorvoer van afvalstoffen via Nederland. Dit begrip verschilt van het begrip uitvoer, waarmee elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie wordt bedoeld.

Zelfvoorziening

Het streven naar beheer van afvalstoffen binnen de Europese Unie (communautaire zelfvoorziening) of binnen de landsgrenzen (nationale zelfvoorziening).

Mengen

Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.

Houder

De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.

Afvalstoffenhouder

Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Verbranden

Verbranden kan als vorm van nuttig toepassen en als vorm van verwijderen.

  • Verbranden als vorm van nuttig toepassen: verbranden van afvalstoffen in een elektriciteitscentrale, cementoven, enz. kan als nuttige toepassing wordt aangemerkt, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het verbranden van afvalstoffen heeft als doel de afvalstoffen voornamelijk te gebruiken voor energieopwekking. De afvalstoffen vervullen dan namelijk een nuttige functie doordat zij in de plaats komen van een primaire energiebron die voor deze functie had moeten worden gebruikt.
  • Verbranden als vorm van verwijderen: Het verbranden van afvalstoffen in een installatie die speciaal is gebouwd voor de verbranding van afvalstoffen, zelfs wanneer bij de verbranding de geproduceerde warmte geheel of gedeeltelijk wordt teruggewonnen (bijvoorbeeld in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of een draaitrommeloven (DTO). Uitzondering hierbij is het verbranden van vast stedelijk afval en bepaalde andere afvalstoffen in een AVI die is aangemerkt als installatie voor nuttige toepassing. Zie Leidraad bepalen R1-status voor meer informatie over dit onderwerp.

Zie Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie over het maken van de juiste indeling en de voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing.

Bron

  • SGS Intron, 2019, ZZS in afvalstoffen – update 2019.

Sturingsvoorschrift

Een voorschrift dat het bevoegd gezag in de vergunning opneemt om te borgen dat de afvalstoffen na afgifte conform het toetsingskader hoogwaardige verwerking wordt verwerkt. Zie Leidraad gebruik minimumstandaard voor uitleg hoe sturingsvoorschriften moeten worden toegepast.

Recycling

Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.

Pyrolyse

Chemische omzetting of ontleding van organische afvalcomponenten door verhitting bij afwezigheid van vrije zuurstof of voldoende vrije zuurstof.

Vergassen

Omzetting van vaste brandstoffen in een energetisch laagwaardig gas, door reactie bij gloeitemperatuur met lucht, zuurstof, stoom of andere reactieve gassen of mengsels hiervan.

Thermisch verwerken van afvalstoffen

Verzamelterm voor verbranden, vergassen en pyrolyse van afvalstoffen. Bij verbranden gaat het hierbij zowel om verbranden in afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) als om verbranden van in specifiek voor bepaalde afvalstoffen (ziekenhuisafval, zuiveringsslib, biomassa) ontworpen installaties en ook om bij- en meestook in cementovens, kolencentrales, etc.

Andere ‘thermische’ technieken zoals thermische reiniging, thermische immobilisatie (bijv. verglazen), of roosten van biomassa (torrefactie) vallen binnen het CMP niet onder de verzamelterm ‘thermisch verwerken van afvalstoffen’.

mLCA

mLCA staat voor multi-cyclus Life Cycle Analysis. Dit is een studie waarin meerdere vormen van een systeem – bijvoorbeeld het systeem afvalverwerking - met elkaar worden vergeleken,

  • door het betrekken van alle emissies, gebuikte of geleverde energie, gebruikte grondstoffen, etc. over de hele levenscyclus van een materiaal,
  • waarbij waar mogelijk meerdere cycli in de analyse worden betrokken, en
  • uitgevoerd en gerapporteerd volgens Leidraad maken van mLCA.

PAK's

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen, waarbij in het CMP wordt uitgegaan van de zogenaamde PAK10 van VROM, te weten antraceen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen, benzo(k)fluoranteen, chryseen, fenantreen, fluoranteen, indeno(1,2,3cd)pyreen en naftaleen.

Afvalverbrandingsinstallatie (AVI)

Een AVI is een afvalverbrandingsinstallatie die primair is opgericht voor het verbranden van 'vast stedelijk afval' (Zowel R1 als D10 installaties). AVI’s verbranden in hoofdzaak huishoudelijk restafval, met huishoudelijk restafval vergelijkbaar bedrijfsafval en gemengde fracties of sorteerresiduen uit het bewerken van deze stromen of uit het bewerken van bouw- en sloopafval. In praktijk gaat het om de 12 installaties die worden genoemd in Capaciteit van AVI’s. Dit zijn ook de 12 installaties die in aanmerking kunnen komen voor de R1-status op basis van de voetnoot bij de R1-handeling van bijlage II van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Storten

Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Beste beschikbare technieken

Het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de emissie grenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden te vormen is aangetoond. Met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken.
Bijlage A Omgevingswet

Het gaat hier om zowel de toegepaste technieken, als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.