Einde-afvalstof
Afvalstoffen die een behandeling van recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 6 Wet milieubeheer.
Zie paragraaf 4.5 Einde afval van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Opbulken
Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling en concentraties vergelijkbaar zijn. Dit in tegenstelling tot mengen dat het samenvoegen van afvalstoffen betreft die qua aard, samenstelling en concentraties niet vergelijkbaar zijn.
Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Beste beschikbare technieken
Het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de emissie grenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden te vormen is aangetoond. Met het doel emissies en effecten op het milieu in zijn geheel te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken.
Bijlage A Omgevingswet
Het gaat hier om zowel de toegepaste technieken, als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.
Thermisch verwerken van afvalstoffen
Verzamelterm voor verbranden, vergassen en pyrolyse van afvalstoffen. Bij verbranden gaat het hierbij zowel om verbranden in afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) als om verbranden van in specifiek voor bepaalde afvalstoffen (ziekenhuisafval, zuiveringsslib, biomassa) ontworpen installaties en ook om bij- en meestook in cementovens, kolencentrales, etc.
Andere ‘thermische’ technieken zoals thermische reiniging, thermische immobilisatie (bijv. verglazen), of roosten van biomassa (torrefactie) vallen binnen het CMP niet onder de verzamelterm ‘thermisch verwerken van afvalstoffen’.
Solvolyse
Het oplossen van een polymeer waarbij polymeerketens worden gesplitst in kleinere moleculen (monomeren of oligomeren) waarna die in zuivere vorm weer opnieuw kunnen worden ingezet in materialen/producten. Dit is ook een vorm van chemische recycling.
Chemische recycling
Proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen, al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Hieronder vallen in ieder geval chemische recycling via basischemicaliën, monomeer chemische recycling en dissolutie.
Chemische recycling via basischemicaliën
Het afbreken van polymeren tot eenvoudige chemische moleculen als CO, H2, etheen en dergelijke met als doel deze vervolgens te gebruiken als basischemicaliën voor de productie van nieuwe materialen/producten. Het basisproces om het ingangsmateriaal af te breken is in deze gevallen in het algemeen pyrolyse of vergassen.
Monomeer chemische recycling
Het afbreken van polymeren in de oorspronkelijke monomeren (vinylchloride [monomeer van PVC], BHET [= grondstof voor PET], propeen [monomeer van PP], etc.) die vervolgens weer dienen als grondstof voor de productie van nieuwe materialen/producten. Voorbeelden zijn ‘solvolyse’ of thermische-drukhydrolyse.
Dissolutie
Een fysisch proces waarbij een kunststof oplost in een oplosmiddel zonder dat de polymeerketen chemisch verandert met als doel onzuiverheden (zoals kleurstoffen, vulstoffen, additieven) te scheiden. Daarna wordt de kunststof weer uit het oplosmiddel teruggewonnen door precipitatie (uitvlokken of kristallisatie). Dit is een vorm van chemische recycling.
Nascheiding
Wijze van afvalscheiding waarbij na inzameling deelstromen worden gescheiden. Een andere vorm van afvalscheiding is bronscheiding.
Bronscheiding
Wijze van afvalscheiding waarbij door de ontdoener deelstromen gescheiden worden ingezameld op de plaats waar de afvalstoffen zijn ontstaan. Een andere vorm van afvalscheiding is nascheiding.
Bron
Rapport van RoyalHaskoning DHV ‘Concretiseren omstandigheden die recycling als minimumstandaard verhinderen’ d.d. 13 april 2022
Minimumstandaard
De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid van de menselijke gezondheid en het milieu, en vormt op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 4 en 13 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Mengen
Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.
Opslaan
Alle handelingen waarbij afvalstoffen voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch worden gehouden. Verplaatsen, stapelen, etc. kan hier onder vallen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (opbulken, sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc.) valt hier niet onder. Onder opslaan valt ook het overslaan van afvalstoffen.
Inzameling
Verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bij het inzamelen worden afvalstoffen opgehaald en verliest de ontdoener het eigendom van de afvalstoffen op het moment van afgifte als de ontdoener een andere persoon is. Zie verder hoofdstuk 3 ‘Inzamelen, vervoeren of bemiddelen van afvalstoffen of handelen in afvalstoffen’ van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking.
Storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
ZZS
Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.
Actualiseringsplicht
De actualiseringsplicht houdt in dat het bevoegd gezag bij de inwerkingtreding van een nieuw of gewijzigd CMP moet controleren of de omgevingsvergunning en de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften nog voldoen aan de vereisten zoals beschreven in het CMP. Als dat niet zo is, moet het bevoegd gezag de omgevingsvergunning bezien en/of de voorschriften wijzigen.
Artikel 8.98 lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 8.99 lid 2 onder b Bkl
Niet-afvalstof
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen die geen afvalstof zijn.
Beheer van afvalstoffen
Inzameling, vervoer, nuttige toepassing, met inbegrip van sortering, en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afvalhiërarchie
De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:
- de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
- de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.
Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.
REACH
REACH is de Europese verordening (EG) Nr. 1907/2006 over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
Verstrekkingsverplichting
Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het CMP bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden met betrekking tot afvalstoffen (artikel 10.14 lid 1 Wet milieubeheer). Als een bestuursorgaan afwijkt van het CMP moeten ze het ontwerpbesluit en/of het definitieve besluit waarin wordt afgeweken van het CMP verstrekken aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit is de verstrekkingsverplichting.
Artikel 10.14 lid 4 Wet milieubeheer
Besluit
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Artikel 1:3 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
VIHB-registratie
Registratie door bedrijven die op Nederlands grondgebied bedrijfsafval of gevaarlijke afvalstoffen inzamelen, vervoeren, verhandelen en/of hierin bemiddelen op de landelijke lijst van Vervoerders, Inzamelaars, Handelaars en Bemiddelaars (VIHB-lijst).
niwo.nl
Handelaar in afvalstoffen
Natuurlijke of rechtspersoon die als verantwoordelijke optreedt bij het bedrijfsmatig aankopen en vervolgens verkopen van afvalstoffen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Zie ook paragraaf 2.2. van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking voor uitleg over de activiteit handelen in afval.
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Afvalverbrandingsinstallatie (AVI)
Een AVI is een afvalverbrandingsinstallatie die primair is opgericht voor het verbranden van 'vast stedelijk afval' (Zowel R1 als D10 installaties). AVI’s verbranden in hoofdzaak huishoudelijk restafval, met huishoudelijk restafval vergelijkbaar bedrijfsafval en gemengde fracties of sorteerresiduen uit het bewerken van deze stromen of uit het bewerken van bouw- en sloopafval. In praktijk gaat het om de 12 installaties die worden genoemd in Capaciteit van AVI’s. Dit zijn ook de 12 installaties die in aanmerking kunnen komen voor de R1-status op basis van de voetnoot bij de R1-handeling van bijlage II van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.