Milieubelastende activiteit

Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet

Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.

Bodemvreemd materiaal

Bodemvreemd materiaal is ander materiaal dan grond, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter.

As received

As received betekent dat de concentratiewaarden waar deze bepaling bij staat gelden voor de afvalstoffen zoals deze zijn ontvangen. Deze waarden zijn niet gecorrigeerd voor het watergehalte en zijn dus geen droge-stof gehalten.

Congeneren

Varianten van bepaalde stoffen met een soortgelijke chemische structuur en meestal soortgelijke eigenschappen, maar soms grote onderlinge verschillen in toxiciteit. Zo zijn er meer dan 200 verschillende gechloreerde dioxines (congeneren), maar ook binnen de PCB’s kennen we meer dan 200 verschillende stoffen (congeneren).

POP-houdend afval

Afval waarin POP’s zitten. Daarbij maken we in het CMP onderscheid tussen POP-rijk en POP-arm afval. In POP-rijk afval zitten POP’s in een concentratie gelijk aan of boven de grenswaarde uit bijlage IV van de POP-verordening. In POP-arm afval zitten POP’s in een concentratie onder deze grenswaarde.

Asbesthoudende grond

Grond is asbesthoudend wanneer:

  • de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, hoger is dan 100 mg/kg droge stof, of
  • deze concentratiegrens weliswaar niet is overschreden, maar wanneer het gaat om grond waaraan opzettelijk asbesthoudende (afval)stoffen zijn toegevoegd.

Overbrenging

Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:

  1. tussen Nederland en een ander land; of
  2. tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
  3. tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
  4. tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
  5. vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
  6. binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
  7. vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.

Niet-materiaaleigen

Betreft componenten in of aan het afval die niet deel uitmaken van de afbakening van de deelstromen waar het keten-of afvalplan betrekking op heeft. Niet-materiaaleigen afval is onbedoeld aanhangend.

ZZS

Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van REACH. Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu.

POP's

POP’s zijn stoffen die onder het Verdrag van Stockholm zijn aangemerkt als persistente organische verontreinigende stof (persistent organic pollutant). Ze zijn in de Europese Unie gereguleerd via de POP-verordening. Zie ZZS en overige zorgstoffen voor meer informatie.

Kennisgeving

Een procedure van voorafgaande schriftelijke toestemming die geldt voor het grensoverschrijdend transport van bepaalde afvalstoffen. Zie Grensoverschrijdend transport voor meer uitleg.

Invoer

Elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip import, waarmee het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 21 Verordening (EU) 2024/1157

Import

Het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland, met uitzondering van doorvoer van afval via Nederlands grondgebied. Dit begrip verschilt van het begrip invoer, waarmee elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie wordt bedoeld.

Uitvoer

Elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip export, waarmee het Nederland doen verlaten van afvalstoffen wordt bedoeld. 
Artikel 3 lid 22 Verordening (EU) 2024/1157

Export

Het Nederland doen verlaten van afvalstoffen, met uitzondering van doorvoer van afvalstoffen via Nederland. Dit begrip verschilt van het begrip uitvoer, waarmee elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie wordt bedoeld.

Zelfvoorziening

Het streven naar beheer van afvalstoffen binnen de Europese Unie (communautaire zelfvoorziening) of binnen de landsgrenzen (nationale zelfvoorziening).

Mengen

Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.

Houder

De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.

Afvalstoffenhouder

Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Bijproduct

Stoffen, mengsels of voorwerpen die het resultaat zijn van een productieproces dat niet in de eerste plaats is bedoeld voor de productie van die stoffen, mengsels of voorwerpen, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 4 Wet milieubeheer.

Zie paragraaf 4.6 Bijproduct van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.

Einde-afvalstof

Afvalstoffen die een behandeling van recycling of andere nuttige toepassing hebben ondergaan, als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 1.1 lid 6 Wet milieubeheer.

Zie paragraaf 4.5 Einde afval van 'Afvalstof of niet-afvalstof' voor meer uitleg bij dit begrip.

Niet-afvalstof

Alle stoffen, mengsels of voorwerpen die geen afvalstof zijn.

REACH

REACH is de Europese verordening (EG) Nr. 1907/2006 over de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen.

POP-verordening

De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.

Kritieke materialen

Natuurlijke metalen en mineralen van significante waarde voor de economie in Europa en een potentieel risico rond de leveringszekerheid. In de Critical Raw Materials Act (CRMA) (Verordening (EU) 2024/1252) is in bijlage II afdeling 1 te vinden welke grondstoffen worden aangemerkt als kritieke grondstoffen. 
Bijlage II afdeling 1 CRMA

PCB-houdend afval

Afval dat PCB's bevat voor zover het gehalte voor één van de afzonderlijke polychloorbifenyl-congeneren 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180 hoger is dan 0,5 mg/kg.

Toetsingskader

Het toetsingskader is het onderdeel van het CMP dat het beleid bevat waar ieder bestuursorgaan rekening mee moet houden bij het uitoefenen van een bevoegdheid, voor zover de bevoegdheid wordt uitgeoefend met betrekking tot afvalstoffen.

Toepasbare en niet-toepasbare grond en baggerspecie

Toepasbare grond in het CMP is grond die valt onder de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen of industrie zoals gedefinieerd in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit. Baggerspecie is voor het CMP toepasbaar op de landbodem als het gaat om baggerspecie die is ingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’ of ‘industrie’. Voor toepassing op waterbodem valt baggerspecie onder de kwaliteitsklasse ‘algemeen toepasbaar’, ‘licht verontreinigd’ of ‘matig verontreinigd’ zoals gedefinieerd in besluit. Andere grond en baggerspecie zijn ‘niet-toepasbaar’ voor het CMP.

Niet-toepasbare grond

Grond is niet-toepasbaar als deze valt onder de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd.

Voorbereiding voor hergebruik

Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Recycling

Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.

Bouwstof

Materiaal dat is bestemd om te worden toegepast, waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium en aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, met uitzondering van vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie.
Artikel 1 lid 1 Besluit bodemkwaliteit

Op grond van de milieubelastende activiteit ‘toepassen als bouwstoffen’ mogen alleen bouwstoffen worden toegepast die voldoen aan de voor bouwstoffen geldende kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit. Deze kwaliteitseisen gelden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving bijvoorbeeld niet voor het toepassen van bouwstoffen binnen een gebouw, als de bouwstoffen zo worden toegepast dat geen contact met hemelwater, oppervlaktewater of grondwater kan optreden.

Nuttige toepassing

Elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt tot welke handelingen in ieder geval behoren handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Onder dit begrip vallen de volgende treden van de afvalhiërarchie: voorbereiden voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassing. Bij nuttige toepassing moeten de afvalstoffen, gelet op het arrest Edilizia van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU van 28 juli 2016, C-147/15, Città Metropolitana di Bari v Edilizia Mastrodonato Srl, ECLI:EU:C:2016:606), volgens de meest recente wetenschappelijke en technische kennis geschikt te zijn voor het vervangen van primaire materialen. Zie de Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie.

Afvalhiërarchie

De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:

  • de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
  • de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.

Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.

Andere nuttige toepassing

Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:

  • hoofdgebruik als brandstof;
  • het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
  • opvulling volgens de definitie in de Kra;
  • stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
  • directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
  • directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
  • detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
  • etc.

Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.

Hoofdgebruik als brandstof

Dit is een vorm van andere nuttige toepassing van afvalstoffen. Deze term wordt gebruikt voor de thermische verwerking (verbranden) van afvalstoffen waarbij de energie wordt teruggewonnen (R1). Wanneer het verwerken van een afvalstof ‘hoofdgebruik als brandstof’ is, is uitgewerkt in Leidraad indelen verwerkingshandelingen. Bij ‘hoofdgebruik als brandstof’ is nog steeds sprake van het verwerken van een afvalstof.

Opvulling

Handeling voor nuttige toepassing waarbij niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor het herstel van uitgegraven terreinen of voor civieltechnische toepassingen bij de landschapsaanleg. Afval dat wordt gebruikt voor opvulling moet dienen ter vervanging van niet-afvalmaterialen, geschikt zijn voor de voornoemde doelen en worden beperkt tot de hoeveelheid die strikt noodzakelijk is om deze doelen te bereiken.
Artikel 3 lid 17 bis Kaderrichtlijn afvalstoffen

Gezien de interpretatie van de definitie door de RvS in arrest ABRvS 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4206, wordt ‘opvulling’ in het CMP alleen gebruikt voor nuttige toepassing van afvalstoffen voor het opvullen van mijnen of groeves die aan de oppervlakte liggen. In andere gevallen kan sprake zijn van andere nuttige toepassing of verwijdering. Zie paragraaf 1.8.4.2 van de Leidraad indelen verwerkingshandelingen en Storten of nuttig toepassen voor meer informatie over dit onderwerp.

Verwijdering

Elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen. Hiertoe behoren in ieder geval de handelingen die zijn genoemd in bijlage I bij de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer

Verbranden

Verbranden kan als vorm van nuttig toepassen en als vorm van verwijderen.

  • Verbranden als vorm van nuttig toepassen: verbranden van afvalstoffen in een elektriciteitscentrale, cementoven, enz. kan als nuttige toepassing wordt aangemerkt, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het verbranden van afvalstoffen heeft als doel de afvalstoffen voornamelijk te gebruiken voor energieopwekking. De afvalstoffen vervullen dan namelijk een nuttige functie doordat zij in de plaats komen van een primaire energiebron die voor deze functie had moeten worden gebruikt.
  • Verbranden als vorm van verwijderen: Het verbranden van afvalstoffen in een installatie die speciaal is gebouwd voor de verbranding van afvalstoffen, zelfs wanneer bij de verbranding de geproduceerde warmte geheel of gedeeltelijk wordt teruggewonnen (bijvoorbeeld in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of een draaitrommeloven (DTO). Uitzondering hierbij is het verbranden van vast stedelijk afval en bepaalde andere afvalstoffen in een AVI die is aangemerkt als installatie voor nuttige toepassing. Zie Leidraad bepalen R1-status voor meer informatie over dit onderwerp.

Zie Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie over het maken van de juiste indeling en de voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing.