Begrippenlijst
Voor een goed begrip van het CMP is een juiste interpretatie van de gehanteerde begrippen belangrijk. In de begrippenlijst zijn alle gebruikte begrippen en hun specifieke betekenis in het kader van het CMP weergegeven. Waar mogelijk maken we gebruik van definities uit wet- en regelgeving.
Waar begrippen niet in wet- en regelgeving zijn gedefinieerd, maken we gebruik van beleidsinformatie zoals het Nationaal Programma Circulaire Economie. Bij alle overige begrippen is er sprake van een CMP-eigen invulling.
Aardvochtig beton
Ontstaat uit een mengsel van grondstoffen met de consistentie van vochtige aarde. Dit relatief droge mengsel wordt vervolgens onder druk in een vorm geperst.
Abiotisch
Grondstoffen gewonnen uit niet-levende bronnen (mineralen, inclusief metalen, en fossiel).
Bijlage 1 ICER 2023.
Actualiseringsplicht
De actualiseringsplicht houdt in dat het bevoegd gezag bij de inwerkingtreding van een nieuw of gewijzigd CMP moet controleren of de omgevingsvergunning en de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften nog voldoen aan de vereisten zoals beschreven in het CMP. Als dat niet zo is, moet het bevoegd gezag de omgevingsvergunning bezien en/of de voorschriften wijzigen.
Artikel 8.98 lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 8.99 lid 2 onder b Bkl
Afgewerkte olie
Alle soorten minerale of synthetische smeerolie of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor zij oorspronkelijk bestemd was, zoals gebruikte olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsmede smeerolie, olie voor turbines en hydraulische oliën.
Bijlage I Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1 lid 1 onder b Besluit inzamelen afvalstoffen
Afgifte
Door afgifte van een afvalstof krijgt een andere rechtspersoon of natuurlijk persoon het bezit van de afvalstof. De eigendomsverhoudingen in goederenrechtelijke zin ten aanzien van de afvalstof zijn daarbij irrelevant, tenzij in de betreffende tekst van het CMP anders is bepaald. Ook als sprake is van dezelfde rechtspersoon (of natuurlijke persoon) kan sprake zijn van het afgeven van afvalstoffen.
Dit volgt uit artikel 1.1 lid 3 sub b van de Wet milieubeheer. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.1.1.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB).
Afgifteplicht
Verplichting voor bedrijven om bepaalde afgedankte elektrische en elektronische apparaten af te geven aan correcte inzamelfaciliteiten.
Afvalbeheerbijdrage
Bijdrage in de kosten van het beheer van een afvalstof.
Artikel 15.35 Wet milieubeheer
Een afvalbeheerbijdrage is de financiële bijdrage die producenten betalen aan een producentenorganisatie, die namens hen de verplichtingen uit een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt. De hoogte en berekening van de afvalbeheerbijdrage wordt door producenten en de producentenorganisatie vastgelegd in een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage.
Afvalcategorie
Categorieën van afvalstoffen zoals opgenomen in bijlage II van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Afvalhiërarchie
De afvalhiërarchie wordt als prioriteitsvolgorde gehanteerd bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen. De afvalhiërarchie is de hoeksteen van het beleid en de wetgeving van de Europese Unie (EU) op het gebied van afval, en is vastgelegd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG). Het doel van de afvalhiërarchie is tweeledig:
- de negatieve gevolgen van de productie en het beheer van afvalstoffen tot een minimum beperken, en
- de hulpbronnenefficiëntie verbeteren.
Zie paragraaf 3.3 van Instrumenten voor sturing voor uitleg hoe de afvalhiërarchie in het CMP wordt toegepast.
Afvalmining
Het terugwinnen van gestort materiaal uit gesloten stortplaatsen of -vakken met als doel een deel hiervan te recyclen of anderszins opnieuw toe te passen als materiaal/grondstof.
Hoofdstuk 4 Werkprogramma Storten 2024 - 2029
Afvalstoffen of afval
Alle stoffen, mengsels of voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afvalstoffenhouder
Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afvalstoffenmakelaar
Natuurlijke of rechtspersoon die ten behoeve van anderen bedrijfsmatig de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van de natuurlijke of rechtspersonen die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben. Zie ook paragraaf 2.2 van de Leidraad vergunningverlening afvalverwerking (pdf, 853 kB) voor uitleg over de activiteit bemiddelen in afval.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afvalstoffenproducent
Natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen of die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die leiden tot een wijziging in de aard of de samenstelling van die afvalstoffen.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Afvalverbrandingsinstallatie (AVI)
Een AVI is een afvalverbrandingsinstallatie die primair is opgericht voor het verbranden van 'vast stedelijk afval' (Zowel R1 als D10 installaties). AVI’s verbranden in hoofdzaak huishoudelijk restafval, met huishoudelijk restafval vergelijkbaar bedrijfsafval en gemengde fracties of sorteerresiduen uit het bewerken van deze stromen of uit het bewerken van bouw- en sloopafval. In praktijk gaat het om de 12 installaties die worden genoemd in Capaciteit van AVI’s. Dit zijn ook de 12 installaties die in aanmerking kunnen komen voor de R1-status op basis van de voetnoot bij de R1-handeling van bijlage II van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
Afvalwaterstromen met organische verontreinigingen
Dit zijn de afvalwaterstromen en baden waarvoor minimumstandaard b van het Afvalplan sterk verontreinigde afvalwaterstromen en baden geldt:
- Afvalwaterstromen met stoffen die niet aantoonbaar aanwezig mogen zijn.
- Niet snel afbreekbare afvalwaterstromen met organische verontreinigingen die worden aangemerkt als zeer zorgwekkende stoffen.
- Overige afvalwaterstromen met gehalogeneerde, organische verontreinigingen.
Afvalwaterstromen met stoffen die niet aantoonbaar aanwezig mogen zijn
Dit zijn afvalwaterstromen en baden met PCB’s, dioxines (‘dirty 17’), bestrijdingsmiddelen, organotinverbindingen en/of gebromeerde difenylethers in concentraties die tenminste gelijk zijn aan de rapportagegrens.
Algemeen verbindend verklaring (AVV)
Een besluit als bedoeld in artikel 15.36 lid 1 Wet milieubeheer. Met een ‘algemeen verbindend verklaring van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage’ (AVV) worden de afspraken die een belangrijke meerderheid van producenten van een bepaalde productgroep onderling hebben gemaakt over de uitvoering van een UPV, algemeen verbindend verklaard. Dit betekent dat de minister op verzoek van die meerderheid bepaalt dat de overeenkomst voor iedereen geldt die de producten als eerste op de Nederlandse markt aanbiedt. Dus ook als ze de AVV-aanvraag niet hebben gesteund. Hierdoor betalen alle producenten mee aan het UPV-systeem van de meerderheid.
Andere milieubelastende installatie
Vaste technische eenheid waarin een milieubelastende activiteit, anders dan een activiteit als bedoeld in bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies, wordt verricht en ook andere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die met die activiteit rechtstreeks samenhangen, in technisch verband staan en gevolgen kunnen hebben voor de emissies en verontreiniging.
Bijlage A Omgevingswet
Andere nuttige toepassing
Nuttige toepassing niet zijnde voorbereiding voor hergebruik of recycling. Voorbeelden (niet limitatief en niet in hiërarchische volgorde) zijn:
- hoofdgebruik als brandstof;
- het verwerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof;
- opvulling volgens de definitie in de Kra;
- stabiliseren van ondergrondse ruimten d.m.v. vullen met afvalstoffen; de voorwaarden wanneer sprake is van ‘nuttige toepassing’ in plaats van storten zijn beschreven in Storten of nuttig toepassen;
- directe inzet van een afvalstof als reductiemiddel in hoogovens mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- directe inzet van een afvalstof als flocculatiemiddel of als DeNOx-middel mits inzet van primair materiaal voor die toepassing wordt vermeden;
- detoneren mits inzet van andere explosieven wordt vermeden - komt voor in mijnbouw;
- etc.
Essentieel om te spreken van 'recycling' is de voorwaarde dat sprake is van een bewerking en dat die bewerking leidt tot een materiaal dat beschikbaar blijft voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Daarom vallen toepassingen waarbij het materiaal direct (zonder bewerking) kan worden toegepast en gedurende de toepassing wordt verbruikt niet onder recycling maar wel onder andere nuttige toepassing.
- 1
- ...
- 11
- volgende pagina
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.