Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Mengen
Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.
Asbesthoudend afval
- Een afvalstof is asbesthoudend als de concentratie aan serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, hoger is dan 100 milligram per kilogram droge stof.
- Een afvalstof wordt ook als asbesthoudend beschouwd wanneer de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, lager of gelijk is aan 100 milligram per kilogram droge stof, maar deze lage(re) waarde is door het (bewust) mengen van asbesthoudende afvalstoffen met andere (afval)stoffen bereikt.
Laagwaardiger
Met ‘laagwaardiger’ wordt hier een lagere trede op de afvalhiërarchie bedoeld. Met hoogwaardiger wordt hier een hogere trede op de afvalhiërarchie bedoeld.
Uitleg over de afvalhiërarchie staat in paragraaf 3.3 'De afvalhiërarchie in het CMP' van Instrumenten voor sturing. Ook binnen de trede ‘recycling’ van de afvalhiërarchie kan sprake zijn van hoogwaardige recycling. Daarmee wordt de vorm van recycling bedoeld waarbij het materiaal zoveel mogelijk en met een zo hoog mogelijke kwaliteit over zoveel mogelijk cycli in een materiaal of productketen wordt gehouden.
Zie voor meer informatie over hoogwaardige recycling het onderwerp Vormen van recycling beoordelen.
Overbrenging
Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:
- tussen Nederland en een ander land; of
- tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
- tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
- tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
- vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
- binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
- vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.
Invoer
Elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip import, waarmee het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 21 Verordening (EU) 2024/1157
Uitvoer
Elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip export, waarmee het Nederland doen verlaten van afvalstoffen wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 22 Verordening (EU) 2024/1157
Zelfvoorziening
Het streven naar beheer van afvalstoffen binnen de Europese Unie (communautaire zelfvoorziening) of binnen de landsgrenzen (nationale zelfvoorziening).
Bouwwerk
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Bijlage A Omgevingswet
Asbesthoudende grond
Grond is asbesthoudend wanneer:
- de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, hoger is dan 100 mg/kg droge stof, of
- deze concentratiegrens weliswaar niet is overschreden, maar wanneer het gaat om grond waaraan opzettelijk asbesthoudende (afval)stoffen zijn toegevoegd.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Verbranden
Verbranden kan als vorm van nuttig toepassen en als vorm van verwijderen.
- Verbranden als vorm van nuttig toepassen: verbranden van afvalstoffen in een elektriciteitscentrale, cementoven, enz. kan als nuttige toepassing wordt aangemerkt, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het verbranden van afvalstoffen heeft als doel de afvalstoffen voornamelijk te gebruiken voor energieopwekking. De afvalstoffen vervullen dan namelijk een nuttige functie doordat zij in de plaats komen van een primaire energiebron die voor deze functie had moeten worden gebruikt.
- Verbranden als vorm van verwijderen: Het verbranden van afvalstoffen in een installatie die speciaal is gebouwd voor de verbranding van afvalstoffen, zelfs wanneer bij de verbranding de geproduceerde warmte geheel of gedeeltelijk wordt teruggewonnen (bijvoorbeeld in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of een draaitrommeloven (DTO). Uitzondering hierbij is het verbranden van vast stedelijk afval en bepaalde andere afvalstoffen in een AVI die is aangemerkt als installatie voor nuttige toepassing. Zie Leidraad bepalen R1-status (pdf, 684 kB) voor meer informatie over dit onderwerp.
Zie Leidraad indelen verwerkingshandelingen (pdf, 1.7 MB) voor meer informatie over het maken van de juiste indeling en de voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing.
Storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bron
- SGS Intron, 2019, ZZS in afvalstoffen – update 2019.
Houder
De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.
Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Mengen
Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aan aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Mengen is ook het samenvoegen van afvalstoffen met stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn. Zie Mengen van afvalstoffen voor meer uitleg bij dit begrip.
Asbesthoudend afval
- Een afvalstof is asbesthoudend als de concentratie aan serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, hoger is dan 100 milligram per kilogram droge stof.
- Een afvalstof wordt ook als asbesthoudend beschouwd wanneer de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, lager of gelijk is aan 100 milligram per kilogram droge stof, maar deze lage(re) waarde is door het (bewust) mengen van asbesthoudende afvalstoffen met andere (afval)stoffen bereikt.
Laagwaardiger
Met ‘laagwaardiger’ wordt hier een lagere trede op de afvalhiërarchie bedoeld. Met hoogwaardiger wordt hier een hogere trede op de afvalhiërarchie bedoeld.
Uitleg over de afvalhiërarchie staat in paragraaf 3.3 'De afvalhiërarchie in het CMP' van Instrumenten voor sturing. Ook binnen de trede ‘recycling’ van de afvalhiërarchie kan sprake zijn van hoogwaardige recycling. Daarmee wordt de vorm van recycling bedoeld waarbij het materiaal zoveel mogelijk en met een zo hoog mogelijke kwaliteit over zoveel mogelijk cycli in een materiaal of productketen wordt gehouden.
Zie voor meer informatie over hoogwaardige recycling het onderwerp Vormen van recycling beoordelen.
Overbrenging
Het vervoer van afvalstoffen dat plaatsvindt:
- tussen Nederland en een ander land; of
- tussen Nederland en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van Nederland staan; of
- tussen Nederland en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of
- tussen Nederland en het Zuidpoolgebied; of
- vanuit Nederland doorheen één van de bovengenoemde gebieden; of
- binnen Nederland doorheen één van bovengenoemde gebieden en dat in Nederland vertrekt en eindigt; of
- vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar Nederland.
Invoer
Elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip import, waarmee het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 21 Verordening (EU) 2024/1157
Uitvoer
Elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie, met uitzondering van doorvoer door de Unie. Dit begrip verschilt van het begrip export, waarmee het Nederland doen verlaten van afvalstoffen wordt bedoeld.
Artikel 3 lid 22 Verordening (EU) 2024/1157
Zelfvoorziening
Het streven naar beheer van afvalstoffen binnen de Europese Unie (communautaire zelfvoorziening) of binnen de landsgrenzen (nationale zelfvoorziening).
Bouwwerk
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Bijlage A Omgevingswet
Asbesthoudende grond
Grond is asbesthoudend wanneer:
- de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest, hoger is dan 100 mg/kg droge stof, of
- deze concentratiegrens weliswaar niet is overschreden, maar wanneer het gaat om grond waaraan opzettelijk asbesthoudende (afval)stoffen zijn toegevoegd.
Voorbereiding voor hergebruik
Nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Verbranden
Verbranden kan als vorm van nuttig toepassen en als vorm van verwijderen.
- Verbranden als vorm van nuttig toepassen: verbranden van afvalstoffen in een elektriciteitscentrale, cementoven, enz. kan als nuttige toepassing wordt aangemerkt, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Het verbranden van afvalstoffen heeft als doel de afvalstoffen voornamelijk te gebruiken voor energieopwekking. De afvalstoffen vervullen dan namelijk een nuttige functie doordat zij in de plaats komen van een primaire energiebron die voor deze functie had moeten worden gebruikt.
- Verbranden als vorm van verwijderen: Het verbranden van afvalstoffen in een installatie die speciaal is gebouwd voor de verbranding van afvalstoffen, zelfs wanneer bij de verbranding de geproduceerde warmte geheel of gedeeltelijk wordt teruggewonnen (bijvoorbeeld in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI) of een draaitrommeloven (DTO). Uitzondering hierbij is het verbranden van vast stedelijk afval en bepaalde andere afvalstoffen in een AVI die is aangemerkt als installatie voor nuttige toepassing. Zie Leidraad bepalen R1-status voor meer informatie over dit onderwerp.
Zie Leidraad indelen verwerkingshandelingen voor meer informatie over het maken van de juiste indeling en de voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing.
Storten
Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen, al dan niet verpakt, om deze stoffen daar te laten. Storten is een vorm van verwijdering.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Bron
- SGS Intron, 2019, ZZS in afvalstoffen – update 2019.
Houder
De natuurlijke of rechtspersoon die de materialen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de materialen te hebben). Een oordeel of de materialen afvalstof of niet-afvalstof zijn is bij gebruik van dit begrip in het midden gelaten. Is de houder een houder van afvalstoffen, dan spreken we van een afvalstoffenhouder.
Import
Het binnenbrengen van afvalstoffen naar Nederland, met uitzondering van doorvoer van afval via Nederlands grondgebied. Dit begrip verschilt van het begrip invoer, waarmee elke binnenkomst van afvalstoffen in de Unie wordt bedoeld.
Export
Het Nederland doen verlaten van afvalstoffen, met uitzondering van doorvoer van afvalstoffen via Nederland. Dit begrip verschilt van het begrip uitvoer, waarmee elke uitgang van afvalstoffen uit de Unie wordt bedoeld.
Afvalstoffenhouder
Afvalstoffenproducent dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen fysiek in zijn bezit heeft (let op: de houder hoeft niet het eigendom van de afvalstoffen te hebben).
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer