Immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal
Afvalstoffen kunnen worden gebruikt in immobilisaten, als vulstof of als toeslagmateriaal (zie ook kader) in vormgegeven bouwstoffen. Dit onderwerp heeft tot doel om voor deze vormen van verwerken en inzet van afvalstoffen duidelijkheid te geven (1) hoe hier vanuit de transitie naar een circulaire economie tegenaan wordt gekeken, en (2) in welke gevallen wel of niet een vergunning mag worden verleend.
Dit onderwerp van het CMP gaat alleen over het inzetten van afvalstoffen in vormgegeven bouwstoffen. Het immobiliseren of conditioneren van afvalstoffen als voorbehandeling voor het storten op een daartoe geschikte stortplaats, valt hier buiten .
Daar waar wordt gesproken over immobilisatie gaat het uitsluitend over koude immobilisatie en niet om thermische immobilisatie.
Uitleg over de inzet als vulstof, toeslagmateriaal en immobilisaat
Vulstoffen en toeslagmaterialen zijn beide anorganische grondstoffen voor het maken van een vormgegeven bouwstof zoals bijvoorbeeld beton of asfalt. Zij zijn beide van invloed op eigenschappen van de bouwstof zoals verwerkbaarheid, dichtheid, druksterkte, thermisch gedrag, slijtweerstand, kleur, etc. en worden ook beide gebruikt om deze eigenschappen te kunnen beïnvloeden. De grens tussen beide is niet scherp maar vulstoffen zijn in het algemeen fijner dan toeslagmateriaal. De korrels zijn in het algemeen kleiner dan 63 μm en vullen vooral de poriën op. Ondanks de naam is de invloed van een vulstof op een bouwstof groter dan alleen het opvullen van poriën.
Toeslagmaterialen worden in het algemeen in grotere hoeveelheden gebruikt dan vulstoffen; tot wel 75% van de bouwstof en meer. Zij worden wel het dragend skelet van de bouwstof genoemd.
Binnen beide categorieën bestaat een grote variëteit.
- Voorbeelden van primaire vulstoffen zijn kalksteenmeel en kwartsmeel. Deze inerte vulstoffen worden toegepast om betonspecies meer samenhang en stabiliteit te geven of om de structuur en de dichtheid van het beton te verbeteren. Er zijn ook vulstoffen met een bindende werking en die voor een deel ook als bindmiddel zijn te beschouwen. Een voorbeeld van het laatste is poederkoolvliegas. Dit laatste is ook een voorbeeld waar een afvalstof als vulstof wordt toegepast en daarmee primaire grondstoffen (vulstof of bindmiddel) vervangt.
- In Nederland bestaat primair toeslagmateriaal in beton meestal uit zand en grind, maar afhankelijk van de prestatie-eisen en de beschikbaarheid van deze materialen, kan ook basalt, graniet, kalksteen of kwarts worden gebruikt. Afvalstoffen kunnen ook als toeslagmaterialen worden ingezet. Een voorbeeld daarvan is het vervangen van de deel van de toeslagmaterialen zand en grind door betongranulaat.
In dit onderwerp van het CMP wordt in meer detail ingegaan op het inzetten van afvalstoffen, en dan met name AVI-reststoffen, als vul- of toeslagmateriaal in bouwstoffen (zoals beton of asfalt).
Naast inzet van afvalstoffen als vulstof of toeslagmateriaal wordt in dit CMP ook gesproken over inzet in, of als, immobilisaat. In het laatste geval wordt de afvalstof niet ingezet ter vervanging van één of meerdere primaire grondstoffen in bijvoorbeeld beton of asfalt. De afvalstof wordt als geheel met een bindmiddel gemengd om de aanwezige verontreinigingen te binden en de afvalstof als geheel om te zetten in een vormgegeven bouwstof. Het kan ook gaan om mengsels van afvalstoffen. Zo bevat immobilisaat van AVI-bodemas ook vaak verontreinigde grond, soms wel enkele tientallen procenten. Ook straalgrit, zeefzand en staalslakken worden wel als afvalstof of als mengsel van een aantal afvalstoffen verwerkt tot immobilisaten.
Bij het gebruik van een afvalstof als vulstof of toeslagmaterieel, is het hoofddoel vooral het vervangen van een natuurlijke vul- of toeslagstof zonder nadelige effecten op de civieltechnische eigenschappen van de geproduceerde bouwstof. In het algemeen maken de afvalstoffen in dat geval tot enkele tientallen procenten uit van de geproduceerde bouwstof. Immobilisaten bestaan overwegend, tot wel meer dan 80%, uit afvalstoffen. Door een goede combinatie van afvalstoffen kunnen de civieltechnische kenmerken van het immobilisaat worden gestuurd. Hoewel ook bij gebruik als vulstof of toeslagstof in bijvoorbeeld beton sprake is van het vastleggen van verontreinigingen, is juist bij immobiliseren het vastleggen van in de afvalstof aanwezige verontreinigingen een belangrijk doel.
Immobilisaten worden veelal toegepast als fundatielagen, taludversteviging en grondkerende constructies. Voor constructieve toepassingen gaat het eerder om inzet als vul- of toeslagstof. In beide gevallen wordt door het gebruik van een afvalstof als (onderdeel van een) bouwstof wel het gebruik van een primaire grondstof vermeden. Dat is immers essentieel om te kunnen spreken van nuttige toepassing.
1. Doelgroep
Het onderwerp 'Immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal' is als eerste van belang voor alle bedrijven die afvalstoffen verwerken in of als een immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal of die dat overwegen.
- Een voorbeeld hiervan zijn bedrijven die afvalstoffen geschikt maken voor gebruik in of als immobilisaat, vulstof, of toeslagmateriaal door ze te verkleinen, zeven of het afscheiden of vernietigen van verontreinigingen.
- Daarnaast zijn dit bedrijven die de geschikt gemaakte afvalstoffen daadwerkelijk toepassen in vormgegeven bouwstoffen (waaronder immobilisaten). Dit kunnen bedrijven zijn die het produceren van immobilisaten uit afvalstoffen als hoofdactiviteit hebben. Het kan ook gaan om als bedrijven die reguliere bouwstoffen maken – denk aan de producenten van bijvoorbeeld beton of asfalt - en die deze afvalstoffen als een alternatieve grondstof zien.
Al deze bedrijven lezen hier wanneer deze activiteiten vanuit de transitie naar een circulaire economie wel of niet voor een vergunning in aanmerking komen. Ook bevat deze tekst een schets van toekomstige ontwikkelingen die voor deze bedrijven van belang kunnen zijn bij het maken van keuzes voor toekomstige bedrijfsactiviteiten.
In het verlengde hiervan is dit onderwerp ook relevant voor vergunningverleners van al deze bedrijven. Specifiek voor hen wordt ook expliciet ingegaan op het al dan niet vergunningplichtig zijn van deze activiteiten en in welke gevallen vergunningen wel of juist niet kunnen worden verleend.
2. Belang voor circulaire economie
Uitgangspunt bij de transitie naar een circulaire economie is zorgen dat grondstoffen zoveel mogelijk behouden blijven voor een volgende toepassing zonder dat hierbij onaanvaardbare risico’s ontstaan voor milieu en volksgezondheid. Dit uitgangspunt komt voort uit de doelstellingen van het afvalbeleid op Europees (Kaderrichtlijn afvalstoffen) en nationaal (Wet milieubeheer) niveau.
Door afvalstoffen in te zetten in en als vormgegeven bouwstoffen, blijven deze materialen in de keten en vermindert het gebruik van primaire materialen. Dit is vanuit een circulaire economie een positief punt en in lijn met efficiënt gebruik van grondstoffen. Aandachtspunt is echter dat met het gebruik van afvalstoffen voor gebruik in en als immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal ook verontreinigingen die in het afval zitten in de bouwstoffen terechtkomen. Dit kan mogelijk leiden tot diffuse verspreiding daarvan en mogelijke risico’s voor het milieu en de volksgezondheid. Ook zou dit in potentie kunnen leiden tot vervuiling van de grondstoffen van de toekomst bij een hernieuwde toepassing. Het is belangrijk dat bij het recyclen en (hernieuwd) toepassen van afvalstoffen het beperken van risico’s voor milieu en volksgezondheid tot een verwaarloosbaar niveau is meegenomen, ook bij de vergunningverlener. Hierop wordt verderop in de tekst nader ingegaan.
3. Beleid en wetgeving
In deze paragraaf wordt (in paragraaf 3.1 Wet- en regelgeving) eerst ingegaan op voor dit onderwerp relevante regelgeving. Hier komt met name aan de orde bij welke handelingen in de keten sprake is van vergunningplicht, omdat het CMP het toetsingskader is voor het verlenen van deze vergunningen. In paragraaf 3.2 Inzet van afvalstoffen als of bij de productie van bouwstoffen wordt het beleid voor het gebruik van afvalstoffen ten behoeve van het toepassen als vul- of toeslagmateriaal in en immobilisatie tot vormgegeven bouwstoffen beschreven.
3.1 Wet- en regelgeving
Onderstaande paragrafen beschrijven relevante aspecten uit de wetgeving in relatie tot bouwstoffen. Achtereenvolgens komen het Besluit bodembescherming, vergunningplicht en de inzet van afvalstoffen voor de productie van bouwstoffen aan bod.
3.1.1 Besluit bodemkwaliteit
Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en bijhorende de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022) stellen voor de bescherming van de bodem kwaliteitseisen aan toe te passen bouwstoffen. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst het toepassen van bouwstoffen (zoals gedefinieerd in het Bbk) aan als een milieubelastende activiteit (artikel 3.48m Bal) en stelt daaraan regels (paragraaf 4.123 Bal). Bouwstoffen, al dan niet gemaakt uit afvalstoffen, mogen op grond van artikel 4.1264 Bal alleen worden toegepast als deze voldoen aan de kwaliteitseisen uit de Rbk2022.
Voor de productie van een bouwstof kunnen ook afvalstoffen worden gebruikt. Daarvoor kan het nodig zijn dat afvalstoffen met andere afvalstoffen, bouwstoffen of materialen worden gemengd. Het Bal wijst mengen van afvalstoffen met afvalstoffen of andere materialen aan als milieubelastende activiteit waarvoor in bepaalde gevallen een vergunning nodig is (zie volgende paragraaf).
3.1.2 Vergunningplicht
Bevoegde gezagen moeten volgens artikel 10.14 van de Wet milieubeheer (Wm) rekening houden met het CMP bij het nemen van besluiten die betrekking hebben op afvalstoffen. Een besluit waarvoor dit ‘rekening houden met’ bijvoorbeeld geldt is het verlenen van vergunningen voor het verwerken of toepassen van afvalstoffen (artikel 8.9 Besluit kwaliteit leefomgeving). Voor het gebruik van afvalstoffen als immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal speelt dit op twee momenten in de keten.
3.1.2.1 Vergunningplicht voor het reinigen van afvalstoffen
Om afvalstoffen geschikt te maken voor immobilisatie of inzet als vul- of toeslagmateriaal is vaak een bewerking nodig om aanwezige verontreinigingen te verwijderen of te vernietigen. Het kan dan gaan om het zogenoemde wassen van de afvalstof, om een thermische behandeling, om het fysisch/mechanisch afscheiden van metalen of niet inerte delen, etc. Al deze handelingen zijn vergunningplichtig (artikel 3:189 Besluit activiteiten leefomgeving). Voor het verlenen van vergunningen voor deze reinigingshandelingen is het CMP dus het toetsingskader. Naast de minimumstandaarden en dit onderwerp over immobiliseren, toeslag- en vulstoffen, moet dan bijvoorbeeld ook rekening worden gehouden met Mengen van afvalstoffen en ZZS en overige zorgstoffen.
3.1.2.2 Vergunningplicht voor het produceren van bouwstoffen
Ook het mengbeleid van het CMP werkt door in vergunningen. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst het mengen van afvalstoffen met andere afvalstoffen of met andere materialen aan als een milieubelastende activiteit. Het mengen van bedrijfsafvalstoffen met niet-afvalstoffen tijdens recycling (zoals mengen met cement en andere materialen voor verwerken in beton) is alleen vergunningplichtig als de opslag van de afvalstoffen vergunningplichtig is (artikel 3.195 lid 3 onder a Bal).
Voor dit onderwerp van het CMP is daarbij van belang belang dat in de toelichting van het Bbk (Staatsblad 2007, 469) bij de afbakening van een bouwstof staat:
"Steenachtig materiaal bedoeld om te worden toegepast in een werk. Het gaat hierbij dus niet om grondstoffen of halffabricaten. Die vallen buiten dit besluit. Ook bouwstoffen die zijn vervaardigd, maar die niet aan de eisen blijken te voldoen en die vervolgens worden afgevoerd, zijn niet bedoeld om te worden toegepast."
Mengen van materialen die niet voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 of, die men om een andere reden niet direct als bouwstof in een werk wil toepassen, is altijd vergunningplichtig. Zonder geschikt of bedoeld te zijn om direct te worden toegepast in een werk vallen ze buiten de uitzonderingen van de vergunningplicht zoals genoemd in artikel 3.185 Bal).
Met dit als basis is in paragraaf 4 Toetsingskaders CMP een kader opgenomen voor het al dan niet verlenen van dergelijke vergunningen.
3.2 Inzet van afvalstoffen als of bij de productie van bouwstoffen
In onderstaande paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaan op de risico’s die komen kijken bij het gebruiken van afvalstoffen als/voor bouwstoffen, de relatie met de toetsingskaders voor het mengen van afvalstoffen en de afzet van secundaire materialen.
3.2.1 Voorkomen van risico’s voor milieu en volksgezondheid
In paragraaf 2 Belang voor een circulaire economie staat het uitgangspunt dat wordt gehanteerd bij de transitie naar een circulaire economie. Het recyclen van afvalstoffen in en als bouwstof wordt vanwege de bijdrage aan het sluiten van materiaalkringlopen ondersteund. Voor de meeste inerte afvalstoffen staat de minimumstandaard in het betreffende afval- en ketenplan deze vorm van recyclen ook toe. In een aantal gevallen worden hieraan toch beperkingen gesteld om risico’s voor milieu en volksgezondheid te voorkomen. Deze beperkingen worden hieronder uitgewerkt en zijn ook terug te vinden in de voor die afvalstoffen geldende afval- of ketenplannen.
Tegen de achtergrond van het voorkomen van risico’s voor milieu en volksgezondheid is in het MER dat voor het CMP (pdf, 12 MB) is opgesteld ook naar inzet van afvalstoffen als of in bouwstoffen gekeken. Specifiek is gekeken naar het immobiliseren van afvalstoffen en het toepassen van een afvalstof als vul- of toeslagmateriaal in een bouwstof. De conclusie is dat opties die uitgaan van alleen immobiliseren of inzetten als vulstof of granulaat/toeslagmateriaal als het materiaal zelf al voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen (granulaat/toeslagmateriaal) of is geproduceerd uit materiaal dat aan die eisen voldoet (vulstof):
- het beste scoren op het vermijden van risico’s op verspreiding van schadelijke stoffen, en
- goed scoren op een bijdrage aan een circulaire economie, maar
- wel leiden tot meer storten van een residu dat ontstaat bij de reiniging.
Gelet op eerdergenoemd uitgangspunt (paragraaf 2 Belang voor circulaire economie) en de uitkomst van het MER zal het terug in de keten brengen van relatief vuile materialen worden beperkt. Wel wordt dit beleid gefaseerd ingevoerd, te beginnen met afvalstoffen waarvoor al beperkingen van toepassing zijn (zie toelichting onder de figuur in de volgende paragraaf), aangevuld met AVI-bodemas. Andere afvalstoffen volgen mogelijk bij een toekomstige wijziging van het CMP.
3.2.2 Relatie met mengen van afvalstoffen
Immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal bouwt voort op het onderwerp ‘Mengen van afvalstoffen’ van het CMP en daarin opgenomen toetsingskader voor Mengen en bouwstoffen. Daarover gaat deze paragraaf.
Basis van mengen en bouwstoffen
Het gebruik van afvalstoffen in of als immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal betekent in praktijk altijd dat deze afvalstoffen worden gemengd met andere afvalstoffen of met niet-afvalstoffen (denk aan bindmiddelen). In Mengen van afvalstoffen is [1] het algemene beleid met betrekking tot het mengen van afvalstoffen beschreven en [2] het algemene uitgangspunt voor het mengen tot een bouwstof. In 'Immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal' is dit laatste aspect verder uitgewerkt tegen de achtergrond van de algemene toetsingskaders die zijn weergegeven in de onderstaande Figuur 1.
Beschrijving afbeelding Beslisboom mengen bouwstoffen
De eerste laag van de beslisboom begint met de vraag:
Bevat de te mengen afvalstof een stof die is gereguleerd in de POP-verordening?
- Ja: Ga naar de volgende vraag
- Nee: Ga naar laag 2.
Is de POP-concentratie hoger dan de waarde in bijlage IV van de POP-verordening?
- Ja: Ga naar de volgende vraag.
- Nee: Ga naar laag 2.
Is voldaan aan het toetsingskader ‘mengen van POP-houdende afvalstoffen?
- Ja: Mengen kan worden vergund.
- Nee: Mengen kan niet worden vergund.
Laag 2 omvat één vraag:
Is voldaan aan het toetsingskader minimumstandaard en mengen (basis)?
- Ja: Ga door naar laag 3.
- Nee: Mengen kan niet worden vergund.
Laag 3 start met de vraag:
Bevat het afval- of ketenplan afwijkende bepalingen?
- Ja: Is aan de bepalingen uit het afval- of ketenplan voldaan?
- Ja: ga door naar laag 4
- Nee: mengen kan niet worden verdung
- Nee: ga door naar laag 4.
Laag 4 start met de vraag:
Bevat de te mengen afvalstof een ZZS (dus een andere dan een POP-stof)?
- Ja: Is de ZZS een PBT-, zPzB-stof of een stof van gelijkwaardige zorg (REACH)?
- Ja: Is voldaan aan het toetsingskader mengen van afvalstoffen die PBT- of zPzB-stoffen of stoffen van gelijkwaardige zorg bevatten?
- Nee: Mengen kan niet worden vergund
- Ja: ga naar laag 5
- Nee: ga naar laag 5.
- Ja: Is voldaan aan het toetsingskader mengen van afvalstoffen die PBT- of zPzB-stoffen of stoffen van gelijkwaardige zorg bevatten?
- Nee: Ga naar laag 5.
Laag 5 start met de vraag:
Is de afvalstof een gevaarlijke afvalstof?
- Ja: Ga naar de volgende vraag.
- Nee: Ga naar laag 6.
Is voldaan aan het toetsingskader ‘mengen van gevaarlijk afval’?
- Nee: Mengen kan niet worden vergund.
- Ja: Bevat het afval- of ketenplan afwijkende bepalingen voor mengen van gevaarlijk afval?
- Ja: Is aan de bepalingen uit het afval- of ketenplan voldaan?
- Nee: Mengen kan niet worden vergund.
- Ja: ga naar laag 6
- Nee: ga naar laag 6
- Ja: Is aan de bepalingen uit het afval- of ketenplan voldaan?
Laag 6 start met de vraag:
Wordt het afval gemengd tot een bouwstof?
- Ja: Ga door naar de volgende vraag.
- Nee: het vervolg van het schema uit ‘Mengen van afvalstoffen’ is voor mengen tot bouwstoffen niet relevant en wordt niet verder getoond.
Is voldaan aan het toetsingskader ‘mengen en bouwstoffen’?
- Ja: Mengen kan worden vergund, tenzij er wettelijke belemmeringen voor het mengen zijn (zie paragraaf 3 van ‘Mengen van afvalstoffen’).
- Nee: Ga door naar de volgende vraag.
Is er een uitzondering toegestaan op basis van ‘Immobilisaat, vulstof en toeslagmateriaal’?
- Ja: Mengen kan worden vergund, tenzij er wettelijke belemmeringen voor het mengen zijn (zie paragraaf 3 van ‘Mengen van afvalstoffen’).
- Nee: Mengen kan niet worden vergund.
Geldigheid van het algemene mengbeleid betekent dat de vergunningverlener:
- eerst toetst of een vergunning voor mengen moet worden geweigerd vanwege de aanwezigheid van POP-stoffen die zijn gereguleerd in de POP-verordening. Zie ook paragraaf 4.2.4 Mengen van POP-houdende afvalstoffen van 'Mengen van afvalstoffen'.
- als tweede toetst of de beoogde handeling met de afvalstof wel in overeenstemming is met de minimumstandaard (zie paragraaf 4.2.1 De minimumstandaard en mengen (basis) van 'Mengen van afvalstoffen' en de van toepassing zijnde afval- of ketenplannen van het CMP).
- Voor een aantal afvalstoffen bevat de minimumstandaard een expliciet verbod op nuttige toepassing wat ook betekent dat mengen met het oog op de productie van een bouwstof niet kan worden vergund. Het betreft:
- residu van extractief reinigen van grond, zeefzand, steenachtig materiaal of baggerspecie,
- residu van het opwerken van AVI-bodemas, verpakkingsglas of grotendeels (>50 gewichtsprocent) uit metalen bestaande vaste afvalstoffen,
- ONO-filterkoek,
- rookgasreinigingsresidu,
- actief kool,
- grond of baggerspecie dat bepaalde organische verontreinigingen bevat in een hoeveelheid van meer dan 120% van de referentiewaarde kwaliteitsklasse 'Industrie'.
Het is toegestaan dat uit deze afvalstoffen metalen worden teruggewonnen ten behoeve van recycling, onder voorwaarde dat via de resterende afvalstoffen niet alsnog diffuse verspreiding van de zware metalen plaatsvindt en de zware metalen ook niet worden verdeeld over een substantieel groter volume.
- Daarnaast is voor opgewerkte AVI-bodemas die zelf niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022:
- opwerken tot vulstof voor of inzet als granulaat/toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen niet toegestaan vanaf het moment dat het CMP in werking treedt.
- immobilisatie tot een vormgegeven bouwstof niet toegestaan vanaf de dag dat het CMP twee jaar in werking is.
Hiermee worden de voorwaarden voor de toepassing van AVI-bodemas als immobilisaat, als vulstof of als toeslagstof in lijn gebracht met de bevindingen van de milieueffectrapportage (MER), namelijk dat reinigen van de afvalstof bijdraagt aan het vermijden van de risico’s voor het verspreiden van schadelijke stoffen en aan de kwaliteit en terugneembaarheid van het secundaire materiaal ten behoeve van een eventuele volgende gebruikscyclus.
- Voor bepaalde zorgstoffen aanwezig in afvalstoffen is in de bijbehorende keten- en afvalplannen expliciet geregeld dat het gebruik als bouwstof niet is toegestaan, ook niet na immobilisatie. Dit geldt in ieder geval voor:
- Asbest(houdend) afval (Afvalplan asbesthoudend afval),
- kwik (tenzij inzet als bouwstof is toegestaan op basis van het Bal en Bbk; Afvalplan kwik en kwikhoudend afval),
- PAK (boven bepaalde grenswaarde; zie onder andere het Afvalplan zeefzand en het Afvalplan asfalt).
- Voor een aantal afvalstoffen bevat de minimumstandaard een expliciet verbod op nuttige toepassing wat ook betekent dat mengen met het oog op de productie van een bouwstof niet kan worden vergund. Het betreft:
- als derde nagaat of een vergunning voor mengen moet worden geweigerd vanwege de aanwezigheid van PBT- of zPzB-stoffen, of stoffen van gelijkwaardige zorg in een gehalte hoger dan 0,1%. Dit betekent dat er ook bij het verwerken van afvalstoffen in of als bouwstoffen altijd een toetsing wordt uitgevoerd aan paragraaf 4.2.3 Mengen van afvalstoffen die PBT- of zPzB-stoffen of stoffen van ‘gelijkwaardige zorg’ bevatten van ‘Mengen van afvalstoffen’.
- als vierde beoordeelt of het gaat om gevaarlijk afval. Is dit het geval, dan volgt uit paragraaf 4.2.2 Mengen van gevaarlijk afval van ‘Mengen van afvalstoffen’ dat het mengen van gevaarlijk afval met niet-afval alleen doelmatig is als de gevaarlijke stoffen worden afgescheiden voor vernietiging, worden omgezet of de hele afvalstof wordt verwijderd. Omdat dat bij inzet in bouwstoffen niet gebeurt, is het verwerken van gevaarlijke afvalstoffen ten behoeve van immobilisaat, vulstof, toeslagmateriaal niet toegestaan.
Hebben voorgaande vier aspecten niet geleid tot de conclusie dat de vergunning voor het mengen van de afvalstof met andere afvalstoffen of niet-afvalstoffen moet worden geweigerd, dan wordt het specifieke beleid voor mengen tot een bouwstof relevant. Het algemene uitgangspunt staat in paragraaf 4.2.6 Mengen en bouwstoffen van 'Mengen van afvalstoffen'. Kort samengevat is dit uitgangspunt:
“Het is niet toegestaan om afvalstoffen die afzonderlijk niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022, via mengen alsnog aan deze kwaliteitseisen te laten voldoen. Bedoeling hiervan is om vanuit een doelmatig beheer van afvalstoffen ongewenst wegmengen van verontreinigingen te voorkomen. Dit is een aanvulling op hetgeen in Besluit bodemkwaliteit is geregeld ten aanzien van de kwaliteit van de eindproducten.”
Voor het mengen ten behoeve van de inzet als of de productie van bouwstoffen wordt echter op twee punten een uitzondering gemaakt.
Uitzondering 1; functionele hoeveelheden als vul- of toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen
In afwijking van het algemene uitgangspunt van paragraaf 4.2.6 Mengen en bouwstoffen van ‘mengen van afvalstoffen’ kunnen afvalstoffen die op zichzelf niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 onder voorwaarden toch worden gebruikt voor de productie van een bouwstof. Het moet dan wel gaan om het vervangen van primaire grondstoffen die anders waren gebruikt om het product (de bouwstof) de voor haar inzet noodzakelijke eigenschappen te geven. Ook moet niet meer van de afvalstof worden gebruikt dan noodzakelijk is om het product (de bouwstof) deze eigenschappen te geven. We spreken dan over functionele hoeveelheden (zie ook kader). Alle voorwaarden waaronder het gebruik van afvalstoffen die op zichzelf niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 toch worden gebruikt voor de productie van een bouwstof staan in paragraaf 4 Toetsingskaders CMP.
Tot slot is het belangrijk te benadrukken dat deze beoordeling van geval tot geval moet plaatsvinden. In de vergunning waarin een dergelijke menghandeling wordt toegestaan zullen de voorwaarden hiertoe moeten zijn geborgd.
Toepassen van ‘functionele hoeveelheden’ verontreinigde afvalstoffen als vul- of toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen
Bij ‘functionele hoeveelheden’ wordt maximaal zoveel materiaal gebruikt als nodig voor een goede werking van het product.
Dit begrip speelt alleen een rol bij de uitzondering om partijen afval (waaronder begrepen vrijkomende grond) die individueel niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 toch in beperkte mate in te zetten als een component (vulstof, toeslagmateriaal) van een te produceren bouwstof. Het speelt dus geen rol bij het mengen van afvalstoffen die ieder apart ook als vrij toepasbare bouwstof geschikt zouden zijn en ook niet bij processen, gericht op het door reiniging geschikt maken van dergelijke partijen afval.
Met de beperking tot het inzetten van 'functionele hoeveelheden' wordt beoogd om enerzijds de toepassing van afvalstoffen mogelijk te maken die eigenlijk te verontreinigd zijn, maar anderzijds te voorkomen dat hiermee een route ontstaat om dergelijke vervuilde afvalstoffen op een eenvoudige en goedkope manier weg te mengen en af te zetten.
Van belang is dat toepassen van ‘functionele hoeveelheden’ verontreinigde afvalstoffen pas aan de orde kan zijn wanneer aan eerdergenoemde aspecten A) t/m D) is voldaan.
Uitzondering 2; mengen ten behoeve van de productie van immobilisaten (vormgegeven bouwstof)
In afwijking van het algemene uitgangspunt van paragraaf 4.2.6 Mengen en bouwstoffen van ‘mengen van afvalstoffen’ mogen ook afvalstoffen die afzonderlijk niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 - in een aantal gevallen - toch gerecycled worden tot een vormgegeven bouwstof via immobilisatie. Dit kan bijdragen aan de doelstelling om afval zoveel als mogelijk nuttig toe te passen en om storten te verminderen. Een aandachtspunt hierbij is dat hiermee ook verontreinigingen die in het afval zitten mogelijk terugkeren in de keten en kunnen leiden tot diffuse verspreiding daarvan. Juist hierom is er voor AVI-bodemas nu voor gekozen om vanaf de onder B) genoemde termijn de inzet als of in bouwstoffen niet meer toe te staan als het materiaal te veel verontreinigingen bevat om als een niet vormgegeven bouwstof te worden toegepast. Voor andere afvalstoffen volgt dit mogelijk later.
Voor deze andere afvalstoffen kan het bevoegd gezag verder alleen een vergunning verlenen voor het maken van immobilisaten van afvalstoffen die zelf niet voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022, wanneer dat op basis van de toetsing aan de algemene uitgangspunten van het mengbeleid (zie punten A t/m D onder Figuur 1) niet is verboden.
Voorbeelden mengen van 'functionele hoeveelheden' als vul- of toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen en ten behoeve van de productie van immobilisaten
Wat wel en niet is toegestaan ten aanzien van mengen bij de productie van een (grondstof voor een) bouwstof roept soms vragen op. Daarom wordt het beleid met een aantal voorbeelden geïllustreerd (zie kader).
Voorbeelden van mengen t.b.v. de productie van bouwstoffen
Voorbeeld 1
Een partij sterk uitlogende afvalstoffen:
- mag niet door immobilisatie geschikt gemaakt worden om als bouwstof te worden ingezet wanneer het gaat om [1] afvalstoffen waarvoor dit expliciet in de minimumstandaard is beperkt of uitgesloten, of [2] opgewerkte AVI-bodemas die niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022.
N.B.: De afvalstoffen waar het bij [1] om gaat staan genoemd onder punt B) in deze paragraaf. - mag wel door immobilisatie geschikt gemaakt worden om als bouwstof te worden ingezet wanneer het gaat om andere afvalstoffen. Het gaat om de verwerking van een verontreinigde afvalstof op zich met een bindmiddel en niet om het mengen van een kleine hoeveelheid van een verontreinigde afvalstof met een grotere hoeveelheid minder verontreinigde afvalstof om zo primair materiaal uit te sparen. De vraag welke hoeveelheden hier 'functioneel' zijn, is daarom hier niet aan de orde.
Voorbeeld 2
Bij de productie van asfalt of beton kan een deel van het normaal daarvoor gebruikte primair gewonnen zand of grind worden vervangen door (in bepaalde mate verontreinigde) uit afvalstoffen teruggewonnen materialen.
- Betreft het stromen die zelf als bouwstof voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022, dan gelden verder geen beperkingen qua in te zetten hoeveelheden.
- Betreft het [1] afvalstoffen waarvoor dit expliciet in de minimumstandaard is beperkt of uitgesloten, of [2] opgewerkte AVI-bodemas die niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 dan is dit niet toegestaan.
N.B.: De afvalstoffen waar het bij [1] om gaat staan genoemd onder punt B) in deze paragraaf.
- Inzet van andere meer verontreinigde materialen is in beginsel toegestaan tenzij de aanwezigheid van [1] gereguleerde POP-stoffen, [2] PBT- of zPzB-stoffen in een gehalte hoger dan 0,1% of [3] zorgwekkende stoffen die leiden tot de kwalificatie als gevaarlijk afval dit in de weg staan. Van geval tot geval moet in het kader van vergunningverlening worden beoordeeld hoeveel primair materiaal normaal wordt ingezet en wat dat betekent voor de hoeveelheden verontreinigd materiaal die als 'functioneel' kunnen worden aangemerkt. Dit hoeft niet zondermeer één op één te zijn, maar gebruik van onnodig veel van de verontreinigde stromen is niet toegestaan.
Voorbeeld 3
Poederkoolvliegas[1] wordt ingezet bij de productie van beton en composietcementen. Ook wordt poederkoolvliegas gebruikt voor de productie van portlandklinker. Hierdoor worden primaire grondstoffen uitgespaard.
- Bij het verwerken van poederkoolvliegas in cement of beton, is geen sprake van immobilisatie (al kan hier sprake zijn van een immobiliserend effect), maar van gebruik als vul- of toeslagmateriaal.
- Voor poederkoolvliegassen die voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit het de Regeling bodemkwaliteit 2022 gelden op dit punt geen beperkingen qua in te zetten hoeveelheden.
- Partijen die niet aan deze kwaliteitseisen voldoen, kunnen 'in functionele hoeveelheden' in de productie van cement worden ingezet. Hierbij moet worden beoordeeld hoeveel primaire vulstoffen daarmee worden bespaard en hoeveel poederkoolvliegas een vergelijkbare functie heeft. Dit hoeft niet zonder meer één op één te zijn, maar gebruik van onnodig veel vliegas is ongewenst.
3.2.3 Afzet van secundaire materialen
In een circulaire economie is het van belang dat er afzet is van secundaire materialen die veilig zijn voor milieu en volksgezondheid.
- Lokale effecten van het toepassen van secundaire bouwstoffen zijn ter beoordeling van het lokale gezag. Bevoegde gezagen kunnen als maatwerk lokale regelgeving maken waarin zij beperkingen opleggen aan het gebruik van secundaire bouwstoffen.
Lokale overheden moeten zich hierbij wel conformeren aan nationale regelgeving. De kwaliteitseisen voor bouwstoffen in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn er voor de bescherming van het milieu. Ze bieden een voldoende generiek beschermingsniveau. Daarom is maatwerk alleen aan de orde in specifieke situaties waar bijzondere bescherming nodig is.
Een generieke beperking voor gebruik van secundaire materialen die voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 (bouwstoffen) of van een bij de toepassing passende kwaliteitsklasse (grond) past hier niet bij. Die belemmert de noodzakelijke afzet van secundair materiaal en leidt bovendien tot een ongelijk speelveld binnen Nederland. - Voor opgewerkte AVI-bodemas die niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 is zowel [1] opwerken tot vulstof voor of inzet als granulaat/toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen als [2] immobilisatie tot een vormgegeven bouwstof niet toegestaan (zie paragraaf 3.2.1 Voorkomen van risico’s voor milieu en volksgezondheid). Marktpartijen hebben echter enige tijd nodig om alle bodemas te kunnen reinigen tot een kwaliteit die voldoet aan deze kwaliteitseisen. Ook is immobilisatie nu een belangrijke afzetroute en kost het enige tijd om voldoende alternatieven te vinden. Om die reden is specifiek voor immobilisatie van AVI-bodemas die niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 een overgangstermijn opgenomen in paragraaf 4 Toetsingskaders CMP. Hierbij wordt uitgegaan van een overgangstermijn van 2 jaar.
- Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) is het proces waarbij bij inkoop van producten, diensten en werken door bedrijven, overheden en andere organisaties structureel rekening wordt gehouden met sociale, ecologische en economische impact. Door het inkoopvolume kan MVI door de overheid een krachtig instrument zijn om de markt voor bepaalde recyclaten te vergroten.
Circulair inkopen is een concrete invulling of onderdeel van MVI, gericht op het minimaliseren van grondstofgebruik en het sluiten van kringlopen. Bij circulair inkopen borgt de inkopende partij dat de producten of materialen aan het einde van de levens- of gebruiksduur weer optimaal in een nieuwe cyclus worden ingezet. Cruciaal hierbij is waardebehoud van producten en materialen: waardevernietiging door recycling van het oorspronkelijke functionele materiaal in een niet gelijke of vergelijkbare toepassing moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Door middel van MVI worden leveranciers aangemoedigd en/of uitgenodigd om zo duurzaam mogelijke producten en diensten te leveren. In onderstaande kader een voorbeeld hoe het gebruik van recyclaat wordt meegewogen bij aanbestedingen van bouwprojecten.
Het gebruik van de Milieu-Kosten-Indicator (MKI)
Bij het aanbesteden van bouwprojecten wordt vaak gebruik gemaakt van de Milieu-Kosten-Indicator (MKI). De MKI is gebaseerd op de methodiek van de levenscyclusanalyse (LCA). In deze methode worden diverse mogelijkheden voor een meer duurzame uitvoering van het project betrokken. Denk hierbij aan de keuze voor specifieke bouwmaterialen, logistieke optimalisatie, reductie energie- en waterverbruik, ontwerp met minder materialen, minder afvalproductie en hergebruik/recycling aan het einde levensduur. De MKI resulteert uiteindelijk in een score uitgedrukt in euro’s die bij aanbestedingen kan worden betrokken.
Over het algemeen geeft het toepassen van secundaire grondstoffen in de productie of bouwfase een lagere MKI dan wanneer bij het project primaire grondstoffen worden ingezet. Hiermee kan een aannemer dus voordeel bij de aanbesteding behalen door het gebruik van meer gerecyclede materialen. Zo heeft bij het gebruik als ophoogmateriaal gewassen AVI-bodemas bijvoorbeeld een lagere MKI dan primair zand of klei. Ook gereinigde grond scoort bijvoorbeeld beter dan deze primaire ophoogmaterialen. Hierbij is er gerekend met forfaitaire of standaardtansportafstanden. Per specifieke situatie kan de feitelijke transportafstand voor secundaire materialen en de daardoor uitgespaarde primaire materialen leiden tot een ander resultaat.
Hoewel het gebruik van de MKI op het moment van publicatie van het CMP niet verplicht is, is het kabinet voornemens om het gebruik van de MKI te verplichten voor bepaalde situaties (zie onder II.A. van de Kamerbrief met toelichting op circulair klimaatbeleid. Zo is het voornemen om voor infrastructurele werken (GWW) een MKI-eis in te stellen voor beton, staal en asfalt, en wordt van publieke opdrachtgevers verwacht dat de MKI in grote infrastructurele aanbestedingsprojecten meegewogen wordt. Momenteel wordt in Nederland bij overheidsaanbestedingen in de bouw- en infrasector steeds vaker de MKI als criterium gebruikt. Dit betekent dat aannemers en ontwikkelaars bij hun inschrijvingen moeten aantonen wat de milieukosten van hun project zijn, uitgedrukt in de MKI. Dit helpt overheden bij het maken van duurzame keuzes en het minimaliseren van de milieueffecten van hun projecten. Voor nieuwbouwprojecten is het in Nederland reeds verplicht om de milieuprestatie van gebouwen te berekenen, waarbij de MKI een belangrijke rol speelt. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) is een instrument dat de milieueffecten van een gebouw gedurende de hele levenscyclus beoordeelt en uitdrukt in een score. Deze score moet onder een bepaalde grenswaarde blijven om aan de regelgeving te voldoen. Voor de GWW-sector zal regelgeving dus volgen.
4. Toetsingskaders CMP
Hieronder worden de toetsingskaders voor dit onderwerp uiteengezet. Voor immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal gelden onderstaande toetsingskaders voor vergunningen.
- Voor vergunnen van mengen ten behoeve van de productie van of inzet in een vormgegeven bouwstof van afvalstoffen die zelf niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 met-niet afvalstoffen wordt in ieder geval ook getoetst aan het toetsingskader uit Mengen van afvalstoffen van het CMP. Het betreft dan beperkingen die volgen uit de aanwezigheid van [1] gereguleerde POP-stoffen, [2] PBT of zPzB in een gehalte hoger dan 0,1% of [3] stoffen die leiden tot de kwalificatie als gevaarlijk afval.
- Vergunnen van mengen ten behoeve van de productie van of inzet in een vormgegeven bouwstof van afvalstoffen die zelf niet voldoen aan de kwaliteitskwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 met niet-afvalstoffen is niet toegestaan wanneer de minimumstandaard nuttige toepassing, waaronder productie van een bouwstof al dan niet via immobilisatie, voor die afvalstof expliciet uitsluit.
- Vergunningen voor het mengen van AVI-bodemas met niet-afvalstoffen met als doel de productie van vulstof voor of inzet als granulaat in vormgegeven bouwstoffen worden niet verleend wanneer de AVI-bodemas niet voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022.
- Voor gebruik van AVI-bodemas als vul- of granulaat/toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen gaat dit direct met inwerkingtreden van het CMP in (zie ook het Afvalplan assen van AVI’s en het Ketenplan beton van het CMP).
- Vergunningen voor het mengen van AVI-bodemas met niet-afvalstoffen met als doel de bodemas als immobilisaat in te zetten worden verleend met een maximale geldigheidsduur tot de dag dat het CMP twee jaar in werking is.
Beide beperkingen gelden niet voor gereinigde AVI-bodemas die voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022.
- Vergunningen voor het mengen afvalstoffen met niet-afvalstoffen met als doel de productie van vormgegeven bouwstoffen worden niet verleend voor:
- residu van extractief reinigen van grond, zeefzand, steenachtig materiaal of baggerspecie,
- residu van het opwerken van AVI-bodemas, verpakkingsglas of grotendeels (>50 gewichtsprocent) uit metalen bestaande vaste afvalstoffen,
- ONO-filterkoek,
- rookgasreinigingsresidu,
- actief kool,
- bepaalde kwikhoudende afvalstoffen,
- PAK-rijke en asbesthoudende afvalstoffen en
- grond of baggerspecie die bepaalde organische verontreinigingen bevat in een hoeveelheid van meer dan 120% van de referentiewaarde kwaliteitsklasse 'Industrie'.
Zie de betreffende afvalplannen voor details.
- Vergunningen voor het mengen van andere dan in punt 4 genoemde afvalstoffen met niet-afvalstoffen met als doel gebruik van deze afvalstoffen als vul- of toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen worden uitsluitend verleend wanneer cumulatief:
- De inzet draagt bij aan de voor het product en zijn functie noodzakelijke eigenschappen;
Dit betekent dat het inzetten van de afvalstof dus bij moet dragen aan de voor de betreffende bouwstof en beoogde inzet daarvan noodzakelijke eigenschappen als druksterkte, vormvastheid etc. - Door de inzet van de afvalstof wordt de inzet van primaire grondstoffen die anders zouden zijn gebruikt om het product de betreffende eigenschappen te geven verminderd;
- Bijmenging van de afvalstof blijft beperkt tot functionele hoeveelheden;
Dit betekent dat bij het proces maximaal zoveel materiaal wordt gebruikt als nodig voor een goede werking van het product – toepassen van meer afvalstof dan nodig is om de geproduceerde bouwstof aan de kwaliteitseisen te laten voldoen is niet toegestaan. - Bij het proces ontstaan geen ongewenste reacties tussen de verschillende afvalstoffen en gebruikte materialen; en
- Het product dat het resultaat is van het mengen voldoet aan de geldende kwaliteitseisen om als bouwstof te worden toegepast.
- De inzet draagt bij aan de voor het product en zijn functie noodzakelijke eigenschappen;
- Punt 5 geldt niet voor afvalstoffen die voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit het de Regeling bodemkwaliteit 2022.
- Vergunningen voor het immobiliseren van andere dan in punt 4 genoemde afvalstoffen die zelf niet voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 tot vormgegeven bouwstoffen mogen alleen worden verleend wanneer dat op basis van de toetsing aan de algemene toetsingskaders van Mengen van afvalstoffen (zie punten A t/m D onder Figuur 1) niet is verboden.
- Bij lokale regelgeving met beperkingen aan het gebruik van secundaire bouwstoffen nemen bevoegde gezagen geen generieke beperkingen op voor materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022. Lokale regelgeving waarin dit wel gebeurt wordt binnen een jaar na inwerkingtreding van het CMP aangepast.
5. Toekomstplannen
Het beleid en de kennis over circulaire economie is in ontwikkeling. Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Het CMP wordt daarom regelmatig geactualiseerd.
In het CMP is een verplichting opgenomen voor het reinigen van AVI-bodemas tot materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Afvalplan assen van AVI’s). Ook zijn beperkingen opgenomen voor het toepassen in/als vormgegeven bouwstof van AVI-bodemas die niet aan deze kwaliteitseisen voldoet (dit hoofdstuk van het CMP). Overwogen wordt om dit bij toekomstige wijzigingen van het CMP ook voor andere afvalstoffen te gaan doen. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan reinigbare grond, reinigbaar straalgrit, zeefzand en staalslakken. Voor die afvalstoffen wordt eerst nog beter in kaart gebracht in welke mate sprake is van reinigbaarheid en tot hoeveel te storten niet reinigbare partijen en reinigingsresiduen dit kan leiden.
Meer informatie over de ontwikkeling van het CMP en hoe stakeholders daarbij worden betrokken leest u in Wat is het CMP.
6. Hulpmiddelen en meer informatie
Bekijk voor meer informatie:
- RoyalHaskoningDHV (2021). Feitenonderzoek Immobilisaten.
- MER dat voor het CMP is opgesteld (pdf, 12 MB)
- Twee ILT-signaalrapportages over bodemas (2019 en 2022)
- Brief aan de Tweede Kamer van 11 december 2018 over de Visie op duurzaam hergebruik van grond.
Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Minimumstandaard
De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid van de menselijke gezondheid en het milieu, en vormt op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 4 en 13 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
Voetnoot 1
Poederkoolvliegas wat uit Nederlandse kolengestookte e-centrales vrijkomt is vaak een bijproduct en geen afvalstof voor zover voldaan wordt aan de daarvoor geldende voorwaarden gesteld in artikel 1.1 lid 4 Wm.
Secundaire bouwstof
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen die voldoet aan de eisen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 en is bestemd om te worden toegepast als bouwstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.
Immobilisaten
Het product van immobilisatie van een afvalstof.
Vormgegeven bouwstof
Een vormgegeven bouwstof is een bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft.
Artikel 1.1 lid 1 Regeling bodemkwaliteit 2022
Voorbeelden zijn asfalt, natuursteen of beton.
Immobilisatie (voor productie van een bouwstof)
Technologische ingreep waarbij de fysische en/of chemische eigenschappen van een afvalstof worden gewijzigd, zodanig dat de kans op verspreiding van milieuverontreinigende stoffen door uitloging, erosie of verstuiving op de korte en lange termijn wordt verminderd.
Koude immobilisatie
Immobilisatie waarbij de fixatie van verontreinigingen plaatsvindt door toevoeging van bindmiddelen, eventueel in combinatie met specifieke toeslagstoffen. Het kan daarbij zowel gaan om een pure afvalstof als om een mengsel van afvalstoffen die/dat wordt gemengd met een bindmiddel om verontreinigingen te binden.
Thermische immobilisatie
Immobilisatie waarbij de fixatie van verontreinigingen plaatsvindt door verhitting, waarbij de afvalstof of een mengsel van afvalstoffen in meer of mindere mate smelt, en daarna weer afkoelt en de verontreinigingen in een verglaasde matrix worden gebonden.
Milieubelastende activiteit
Een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.
Bijlage A Omgevingswet
Zie Dit is een milieubelastende activiteit op de IPLO-website voor meer informatie bij dit begrip.
Minimumstandaard
De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid van de menselijke gezondheid en het milieu, en vormt op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 4 en 13 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
POP-verordening
De POP-verordening is de Europese verordening (EU) 2019/2021 die als doel heeft om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen Persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde stoffen te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
Voetnoot 1
Poederkoolvliegas wat uit Nederlandse kolengestookte e-centrales vrijkomt is vaak een bijproduct en geen afvalstof voor zover voldaan wordt aan de daarvoor geldende voorwaarden gesteld in artikel 1.1 lid 4 Wm.
Secundaire bouwstof
Stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen die voldoet aan de eisen van de Regeling bodemkwaliteit 2022 en is bestemd om te worden toegepast als bouwstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afvalstof als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.