Ga naar de inhoud
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Home
  • Over het CMP
  • Onderwerpen
  • Materialen
  • Doelgroepen
  1. Home ›
  2. Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen


Hier vindt u vragen en antwoorden over het CMP in het algemeen en over enkele specifieke onderwerpen in het bijzonder.

Veelgestelde vragen over het CMP

Wat is het verschil tussen het LAP3 en CMP?

Het zwaartepunt van het LAP lag bij goed afvalbeheer en beschreef met name de verwerking van materialen in de afvalfase. Met het CMP wordt meer aandacht geschonken aan de fasen voordat een materiaal afval wordt, denk aan het ontwerp, de productie en het (her)gebruik van materialen en producten.

Het CMP bevat nieuwe onderdelen ten opzichte van LAP3, zoals over grondstoffengebruik en afvalpreventie en de ketenplannen. Daarnaast zijn er ook wijzigingen in bestaande onderwerpen, bijvoorbeeld voor het mengen van afvalstoffen en de inzet van AVI-bodemas. Bekijk hiervoor de pagina Wat verandert er met het CMP?

Daarnaast geldt een nieuwe wettelijke verplichting als een bestuursorgaan afwijkt van de toetsingskaders van het CMP. Deze wettelijke informatieverplichting – ook wel verstrekkingsverplichting genoemd – is nieuw ten opzichte van de procedure die moest worden gevolgd om af te wijken van het LAP. Lees meer hierover in het onderwerp Afwijken.

Wat is de rol van het CMP in het circulaire economie beleid?

Het Nederlandse beleid staat in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE). Hierin staan de nationale doelen en de maatregelen die Nederland neemt om in 2050 circulair te zijn. De rijksoverheid zet hiervoor in op een mix van beprijzende, stimulerende en normerende maatregelen.

Het CMP is onderdeel van de normerende maatregelen, namelijk bij de uitvoering van wetgeving. Het CMP voorziet bedrijven en overheden van praktische kennis over de uitvoering van wetgeving en over circulaire economie. Waar nodig geeft het concrete toetsingskaders voor het nemen van besluiten. Bevoegde gezagen moeten op grond van de Wet milieubeheer (Wm) rekening houden met deze toetsingskaders in het CMP als deze betrekking hebben op afvalstoffen. Het CMP fungeert zo als de schakel tussen beleid en uitvoeringspraktijk.

Lees meer in Wat is het CMP?

Hoe worden stakeholders betrokken bij het CMP?

Om het CMP verder te ontwikkelen is het onontbeerlijk om signalen, ervaren knelpunten en aangedragen verbetersuggesties uit de praktijk te verzamelen. De gebruikers van het CMP, in de breedste zin van het woord, hebben via diverse kanalen de mogelijkheid om bij te dragen aan deze ontwikkeling. Dit zijn:

  • Helpdesk
  • Afwijkingen CMP via formulier op website
  • Overleggen met bevoegd gezag
  • Overleggen met bedrijfsleven
  • Nationale Conferentie Circulaire Economie
  • Openbare inspraakprocedure bij wijzigingen

Lees meer in Wat is het CMP?

Is het CMP wetgeving?

Nee, het CMP is geen wetgeving. Het speelt een belangrijke rol in de toepassing van wet- en regelgeving. Wet- en regelgeving bepaalt wat wel of niet is toegestaan en onder welke voorwaarden. Het CMP geeft waar nodig een toelichting op deze wet- en regelgeving. In sommige gevallen biedt het CMP ook kaders om bepaalde wetgeving verder in te vullen. Sommige wet- en regelgeving geldt direct, maar het kan voorkomen dat medeoverheden eerst een afweging moeten maken. Bijvoorbeeld via een vergunning. Het CMP voorziet bevoegde gezagen in die gevallen van concrete toetsingskaders voor het nemen van de besluiten.

In de Wet milieubeheer (Wm) is vastgelegd dat bevoegde gezagen verplicht rekening moeten houden met het CMP wanneer zij besluiten nemen over afvalstoffen. Daarnaast hebben decentrale overheden bevoegdheden om regels op te stellen, bijvoorbeeld in het omgevingsplan of de afvalstoffenverordening. Ook bij het opstellen van die regels moeten zij rekening houden met het CMP voor zover die regels betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen.

Waar vind ik de leidraden en handreikingen van het CMP?

Het CMP geeft voor een aantal specifieke onderwerpen leidraden, handreikingen of andere hulpmiddelen in aparte documenten. Waar deze gebruikt moeten worden, vindt u een link naar de download bij de betreffende onderwerpen en plannen. De documenten zijn ook te vinden in de Bibliotheek op de CMP website (zie onderaan elke pagina, onder Direct naar).

Veelgestelde vragen over de inspraakprocedure en ingediende zienswijzen

Wat is er met de zienswijzen of inspraak gedaan?

De zienswijzen (ook wel inspraakreacties) zijn door het ministerie van IenW gebundeld en beoordeeld. Alle zienswijzen zijn bekeken op de mogelijkheid om het CMP te verbeteren. In de reactienota is aangegeven welke zienswijzen leiden tot aanpassing van de toetsingskaders van het CMP en hoe hier invulling aan wordt gegeven. Als de zienswijze niet heeft geleid tot aanpassing van het CMP, dan staat hier ook waarom dat zo is. Alle aanpassingen zijn in het definitieve CMP verwerkt.

Op de pagina Wat verandert er met het CMP? kunt u de reactienota vinden en  een overzicht van de veranderingen van LAP3 naar CMP.

Waar vind ik de reactie op mijn ingediende zienswijzen?

De ingebrachte zienswijzen (ook wel inspraakreacties genoemd) zijn van een reactie voorzien in de bijlage bij de reactienota (pdf, 15 MB).

Hoe vind ik snel mijn zienswijzen terug?

In de bijlage van de reactienota (pdf, 15 MB) staat een lijst met alle insprekers die een zienswijze hebben ingediend. Ieder heeft een nummer gekregen. Met uw nummer vindt u via zoeken in het bestand snel al uw zienswijzen en de reactie van het ministerie.

Veelgestelde vragen over het scheiden van bedrijfsafval

Waarom moet een bedrijf of organisatie afval scheiden?

Bedrijven en organisaties moeten hun afval scheiden, zodat het op de juiste manier verwerkt kan worden. Hoe afval verwerkt moet worden staat in het CMP. We willen dat zoveel mogelijk afval gerecycled wordt. Soms moet afval vanwege de eigenschappen juist gestort worden, zoals asbest. In beide gevallen moet het afval gescheiden worden.

Hoe weet ik welk afval een bedrijf moet scheiden?

Samen met de Kamer van Koophandel en Ondernemersplein heeft Rijkswaterstaat de tool Afvalwijzer voor bedrijven ontwikkeld. Hiermee kunt u als bedrijf bepalen welk afval u moeten scheiden.

Voor wie geldt de wetgeving?

De regels over het gescheiden houden van afval gelden voor alle bedrijven die afval produceren. De regels voor bedrijfsafval staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Veelgestelde vragen over het scheiden van bedrijfsafval

Veelgestelde vragen over zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

Waarom is beleid voor het verwerken van afval met ZZS nodig?

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn gevaarlijke stoffen. Ze zijn kankerverwekkend, giftig voor de voortplanting of hebben andere gevaarlijke eigenschappen (REACH, art.57). ZZS worden in heel veel producten gebruikt en komen dus ook in veel afvalstoffen voor.

Als uit afval nieuwe producten worden gemaakt,  moet  onaanvaardbare blootstelling aan die gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit wordt steeds belangrijker omdat het beleid ook gericht is op het zoveel mogelijk opnieuw gebruiken van materialen.

Deze twee aspecten samen vragen om specifiek beleid voor afval waarin ZZS zit. Dit beleid is in het CMP in ZZS en overige zorgstoffen beschreven.

Waar vind ik meer info over ZZS in afval?

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn gevaarlijke stoffen. Ze zijn kankerverwekkend, giftig voor de voortplanting of hebben andere gevaarlijke eigenschappen (REACH art.57). Voor ZZS geldt volgens het stoffenbeleid een minimalisatieplicht voor emissies naar lucht en lozing naar water (zie hiervoor de pagina Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van IPLO). Voor de verwerking van ZZS in afvalstoffen gelden aanvullend hierop de bepalingen in het CMP.

Recycling en blootstelling

ZZS worden in heel veel producten gebruikt en komen dus ook in veel afvalstoffen voor. Als uit dat afval vervolgens weer nieuwe producten worden gemaakt, kan onaanvaardbare blootstelling aan die ZZS optreden. Dit wordt steeds belangrijker omdat het beleid ook gericht is op het zoveel mogelijk opnieuw gebruiken van materialen ter bevordering van de circulaire economie.

Deze twee aspecten samen vragen om specifiek beleid voor afval waarin ZZS zit. Dit is in het CMP in ZZS en overige zorgstoffen, Mengen van afvalstoffen en Afvalstof of niet-afvalstof beschreven.

Afscheiden of vernietigen van ZZS

De informatie in ZZS en overige zorgstoffen is met name van belang voor afvalstoffen die nuttig toegepast moeten worden. Als in een afvalstoffen relatief hoge concentraties ZZS voorkomen, dan moet een bedrijf eerst nagaan of het mogelijk is om die ZZS uit het materiaal af te scheiden of te vernietigen met behoud van het overige materiaal. Voor het verwerken van ZZS-houdend afval is geen risicoanalyse nodig.

Andersom mag een bedrijf een afvalstof met relatief hoge concentraties ZZS niet zomaar in zijn geheel verwijderen. Verwijderen mag pas als nuttige toepassing van het afval door de ZZS niet mogelijk is en de ZZS ook niet uit het afval kan worden afgescheiden of omgezet tot niet-schadelijke stoffen. ‘ZZS en overige zorgstoffen’ beschrijft wanneer sprake is van relatief hoge concentraties ZZS.

Mengen van afval met ZZS

De inhoud van Mengen van afvalstoffen is in de volgende gevallen relevant voor afvalstoffen met ZZS:

  1. Het mengen van gevaarlijk afval, omdat de concentratiegrenswaarde voor ZZS in een aantal gevallen ook de concentratie is waarbij sprake is van gevaarlijk afval.
  2. Het mengen van afvalstoffen die PBT- of zPzB-stoffen of stoffen van ‘gelijkwaardige zorg’ bevatten in een concentratie van 0,1% (m/m) of hoger.
  3. Het mengen van POP-rijke afvalstoffen.

In beginsel moeten gevaarlijke stoffen uit de afvalstof worden afgebroken of afgescheiden, maar in sommige gevallen is mengen ook toegestaan. Meer leest u in Mengen van afvalstoffen’ van het CMP.

Afvalstof of niet-afvalstof

Als een bedrijf na de verwerking een materiaal of product wil verhandelen als niet-afvalstof, moet dit voldoen aan de voorwaarden voor einde-afvalstoffen. Bij die beoordeling wordt ook naar aanwezige ZZS én naar andere zorgstoffen gekeken. Onderdeel is mogelijk een risicoanalyse voor niet-genormeerde stoffen (zie Afvalstof of niet-afvalstof in het CMP).

Overzicht van afvalstoffen met ZZS

Een hulpmiddel bij de identificatie van ZZS is de ZZS in afval Zoeker van het RIVM. Deze databank bevat naar analogie met de ZZS-navigator informatie over de ZZS die in de diverse afvalstoffen aangetroffen kunnen worden. De basis voor deze ZZS in afval Zoeker is het rapport ZZS in afvalstoffen – update 2019 (SGS Intron 2019) aangevuld met informatie uit het Briefrapport ZZS in de ketenplannen (RIVM). Dit hulpmiddel stelt afvalverwerkers én bevoegde gezagen in staat om het risico op aanwezigheid van (bepaalde) ZZS in afvalstoffen beter in te kunnen schatten.

Meer informatie over ZZS

Een lijst van ZZS en informatie per stof is te vinden op de website risico’s van stoffen van het RIVM. Informatie over emissies van ZZS naar water en lucht is te vinden op de pagina Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van IPLO.

Waarom is de stoffenwetgeving van REACH niet voldoende?

REACH regelt of bepaalde ZZS wel of niet in producten mogen zitten en op de markt mogen worden gebracht. Van de circa 1.400 ZZS die bij het RIVM bekend zijn, zijn in het kader van REACH ongeveer 100 stoffen beoordeeld. Deze zijn op de autorisatielijst of de restrictielijst geplaatst. Daarnaast staan ongeveer 170 stoffen op de kandidaatslijst van REACH. Dat betekent dat die stoffen nog in behandeling zijn. Voor nog niet beoordeelde ZZS gelden dus (nog) geen specifieke regels via REACH.

Gelet op de risico’s van ZZS is het belangrijk dat verantwoord wordt omgegaan met afval waarin deze ZZS voorkomen. Daarom is in het CMP in  ZZS en overige zorgstoffen hiervoor een specifieke beleidslijn geformuleerd.

Veelgestelde vragen over zeer zorgwekkende stoffen

Veelgestelde vragen over ZZS en Besluit melden

Wat is de juridische status van de 'Handreiking voor de uitvoering van de informatieverplichting over ZZS in afvalstoffen in het Besluit melden'?

De ‘Handreiking voor de uitvoering van de informatieverplichting over ZZS in afvalstoffen in het Besluit melden’ van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geeft een manier van uitvoeren weer die volgens het ministerie een goede invulling geeft aan de bedoeling van de nieuwe informatieverplichting ZZS in het Besluit melden (het tegengaan van verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in het milieu). De handreiking is niet juridisch bindend, maar in geval van een juridisch geschil over de uitvoering (tussen een bedrijf en zijn bevoegd gezag of tussen bedrijven onderling), kan de handreiking behulpzaam zijn om een afweging te maken. Een partij die een andere uitvoering verlangt dan staat aangegeven in de handreiking van het ministerie dat voor de wetgeving verantwoordelijk is, kan van de rechter de vraag verwachten om te motiveren waarom die een andere afweging maakt.

De handreiking biedt ook steun aan een afvalverwerker die van een ontdoener ZZS-namen verstrekt krijgt zonder nadere toelichting over de feitelijke aanwezigheid van de ZZS. De handreiking geeft namelijk aan dat het belangrijk is dat de ontdoener nagaat welke van de ZZS die genoemd staan in zijn milieuvergunning en/of VRP feitelijk wel en niet in de afvalstof te verwachten zijn (aan de afvalstof “te relateren” zijn). Dit kan de ontdoener doen volgens de handreiking (nagaan of de genoemde ZZS gebruikt wordt, gemaakt wordt, ontstaat of door andere oorzaak aanwezig is in het bedrijfsonderdeel waaruit de afvalstof afkomstig is) en/of door een chemische analyse te laten uitvoeren. Een ontdoener die dit verzuimt, schiet volgens de handreiking tekort in het voldoen aan zijn verplichting om de ontvanger van zijn afvalstof adequaat te informeren.

Als een bedrijf en zijn bevoegd gezag overeenstemming hebben over een bepaalde manier van afwijken van de handreiking, kan dat.

Moet ik aan mijn afvalverwerkers elke naam verstrekken van elke ZZS die in mijn afvalstof aanwezig kan zijn?

Het Besluit melden zegt dat u de benaming van de ZZS moet verstrekken:

(i) zoals opgenomen in uw omgevingsvergunning;

(ii) zoals opgenomen in de informatie die u aan uw bevoegd gezag verstrekt heeft over de emissies van die stoffen naar de lucht of het water.

De documenten bedoeld onder (ii) zullen in praktijk zijn: het vermijdings- en reductieprogramma en eventuele andere stukken die u in dat kader aan uw bevoegd gezag heeft verstrekt.

De Handreiking informatieverplichting ZZS Besluit melden geeft aanvullende aanwijzingen om te voorkomen dat u namen verstrekt van ZZS die feitelijk niet in de afvalstof te verwachten zijn.

Als in de documenten bedoeld onder (i) en (ii) een onder de ZZS vallende stofgroep met een verzamelnaam staat aangeduid (bijv. “PFAS” of een bepaalde subgroep van PFAS), zonder dat individuele leden van die stofgroep staan uitgeschreven, voldoet u aan de verplichting van het Besluit melden als u de verzamelnaam verstrekt aan uw afvalverwerkers.

Als er wel namen van individuele stoffen van de stofgroep staan uitgeschreven, moet u die individuele stofnamen ook verstrekken aan uw afvalverwerker(s), tenzij voor bepaalde individuele stoffen is vastgesteld dat ze geen ZZS zijn.

Wat moet ik doen met ZZS waarvan ik weet dat ze in mijn inrichting aanwezig zijn, mogelijk ook in het afval, maar die niet genoemd zijn in de vergunning of het vermijdings- en reductieprogramma?

Dan verplicht het Besluit melden er niet toe dat u uw afvalverwerkers over deze ZZS informeert.

Wel kan het niet-noemen van aanwezigheid van ZZS, terwijl uw bedrijf beschikt over informatie waaruit volgt dat deze ZZS schade toebrengt aan het milieu/de volksgezondheid, een schending opleveren van de zorgvuldigheidsnorm genoemd in artikel 6:162 Burgerlijk wetboek. (Zie hiervoor de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake de civiele aansprakelijkheid van Chemours jegens vijf gemeenten in het tijdvak 1984-1998, onder meer overweging 6.17 en 6.22.)

Ook kunnen bepalingen in uw contract met uw afvalverwerker vereisen dat u hem informatie over aanwezige ZZS verstrekt, ook als dat niet hoeft op grond van het Besluit melden.

U kunt tenslotte ook uit eigen beweging, vanuit uw beleid voor milieu-verantwoord ondernemen en omwille van een goede relatie met de verwerker(s) van het betreffende afval, ervoor kiezen om de informatie te delen.

Veelgestelde vragen over ZZS en Besluit melden

Vragen of opmerkingen

Voor vragen over het CMP kunnen overheden en bedrijven contact opnemen met de Helpdesk Afvalbeheer.

Contactformulier

Samen werken aan een circulair Nederland

Het Circulair Materialenplan (CMP) ondersteunt de transitie naar een circulaire economie. Het is de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP).  Met het CMP biedt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat praktische kennis en kaders aan overheden en bedrijven.

Meer over het CMP

Direct naar

  • Contact
  • Veelgestelde vragen
  • Begrippenlijst
  • Bibliotheek

Over deze site

  • Persoonsgegevens
  • Toegankelijkheid
  • Persvoorlichting
  • Archief
  • Cookies
  • Kwetsbaarheid melden