Wat is het CMP?
In 2050 wil Nederland circulair zijn. In een circulaire economie gaan we zuinig en slim om met grondstoffen en producten. Door zuiniger gebruik, meer hergebruik en recycling doen we langer met wat we hebben en worden we minder afhankelijk van andere landen. Hierdoor blijven grondstoffen beschikbaar en betaalbaar voor onze bedrijven. En we dragen zo bij aan het tegengaan van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en milieuvervuiling. Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) beschrijft op welke manieren de Rijksoverheid wil bijdragen aan deze doelen en welke instrumenten hierbij worden ingezet. Het Circulair Materialenplan (CMP) is een belangrijk instrument om een circulaire economie te bereiken.
Het CMP ondersteunt de transitie naar een circulaire economie via kennis en kaders voor overheden en bedrijven voor het gebruik van grondstoffen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. Het helpt bedrijven bij het maken van meer circulaire keuzes in hun bedrijfsvoering. En bevoegde gezagen houden rekening met het CMP bij het nemen van besluiten, het toezicht daarop en de handhaving ervan. Dit alles doet het CMP op een praktische, informatieve én stimulerende manier. Zo is het CMP de brug tussen het beleid en de uitvoeringspraktijk.
Van LAP naar CMP
Het CMP is de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Het LAP heeft vanaf 2003 gezorgd voor een duidelijk overzicht van de nationale regels voor afvalbeheer, zodat er gemakkelijker een uniforme lijn door de verschillende bevoegde gezagen gevolgd kon worden. Het CMP zal dit blijven doen maar heeft ook een bredere blik. We zijn inmiddels alweer ruim 20 jaar verder en midden in de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.
Het zwaartepunt van het LAP lag bij goed afvalbeheer en beschreef met name de verwerking van materialen in de afvalfase. In een circulaire economie wordt de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden en zorgvuldig (her)gebruikt, waardoor het einde van de levensduur van producten en materialen zo lang mogelijk wordt uitgesteld. Wanneer dit einde toch wordt bereikt, worden materialen zo hoogwaardig mogelijk gerecycled en resterende afvalstoffen zorgvuldig verwerkt met inachtneming van risico’s voor mens en milieu. Het verbranden en storten wordt zoveel mogelijk voorkomen, maar blijft mogelijk voor afval dat niet op een andere manier kan worden verwerkt. Met het CMP wordt ook aandacht geschonken aan de fasen voordat een materiaal afval wordt, denk aan het ontwerp, de productie en het (her)gebruik van materialen en producten.
1. Opbouw CMP
Het CMP is opgebouwd uit verschillende delen. In zijn geheel is het CMP informatief en interessant voor iedereen. Op onderdelen geeft het CMP bevoegde gezagen specifieke toetsingskaders. De delen van het CMP zijn:
- Over het CMP
- Onderwerpen
- Materialen
In het deel Over het CMP staat algemene informatie over het CMP, de wettelijke basis van het CMP en hoe het CMP zich in de toekomst zal ontwikkelen.
Bij Onderwerpen vindt u een aantal algemene onderwerpen. Zo geeft het CMP uitgangspunten voor circulair materiaalgebruik en is er een overzicht over de wetgeving die relevant is voor circulaire economie. Aansluitend is beschreven bij welke decentrale regels medeoverheden rekening moeten houden met het CMP en hoe zij daarmee kunnen bijdragen aan een circulaire economie. Daarnaast zijn er kaders voor bijzondere situaties, zoals calamiteiten en proefnemingen. Hier vindt u ook de procedure die bevoegd gezag moet volgen als het van plan is een besluit te nemen dat afwijkt van een toetsingskader van het CMP.
Daarna geeft het CMP voor alle vier de circulariteitsstrategieën uitleg en handvatten voor de uitvoering van wetgeving, zoals voor reparatie en hergebruik of het omgaan met zeer zorgwekkende stoffen (zie paragraaf 3 Bijdrage CMP aan circulaire economie). Overal wordt de doelgroep, het belang voor circulaire economie, en het beleid en wetgeving toegelicht voor dat onderwerp. Indien van toepassing vindt u hier ook de toetsingskaders waarmee bevoegde gezagen rekening moet houden bij besluiten, zoals het verlenen van een omgevingsvergunning of een ontheffing voor activiteiten waarbij afvalstoffen worden verwerkt. Voor diverse onderwerpen zijn ook uitgebreidere toetsingskaders opgesteld voor specifieke onderdelen in downloadbare leidraden. Aan het eind leest u wat de toekomstplannen zijn voor dat onderwerp in het CMP en waar u hulpmiddelen of meer informatie kunt vinden. Bij het CMP zijn bijvoorbeeld ook handreikingen of beslisbomen opgesteld voor bevoegd gezag en bedrijven. De handreikingen en andere hulpmiddelen geven onder andere uitleg over wetgeving of wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan.
In het deel Materialen staan de afvalplannen en ketenplannen voor 60 specifieke materialen. Dit zijn 60 materialen die in Nederland veel als afvalstof vrijkomen en waarvoor behoefte is aan een uniform toetsingskader voor handelingen met die afvalstoffen. In de plannen staat het toetsingskader voor het bevoegd gezag voor het vergunnen van het verwerken van deze afvalstoffen in Nederland. Daarnaast staat hier het toetsingskader voor het toestaan van grensoverschrijdend transport door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Verder bevatten deze plannen ook een toelichting die de inhoud toegankelijk maakt voor iedereen.
2. Instrumentarium voor circulaire economie
Het Rijk heeft verschillende instrumenten tot zijn beschikking waarmee doelen op het terrein van grondstoffengebruik bereikt kunnen worden. Dit zijn verschillende soorten instrumenten, van overkoepelende visies tot zeer specifieke instrumenten. Voor het CMP is het belangrijkste overkoepelende beleidsinstrument het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE). Daarnaast zijn de bepalingen over stoffen, producten en afvalstoffen in de Europese wetgeving, Wet milieubeheer en de Omgevingswet van belang.
Het Nederlandse beleid om te komen tot een circulaire economie staat in het NPCE beschreven. Hierin staan de nationale doelen en de maatregelen die Nederland neemt om in 2050 circulair te zijn. Er wordt ingezet op de volgende vier circulariteitsstrategieën:
- Verminderen van grondstoffengebruik: minder (primaire) grondstoffen gebruiken door af te zien van producten, deze te delen of ze efficiënter te maken;
- Vervangen van grondstoffen: primaire grondstoffen vervangen door secundaire grondstoffen of duurzame biogrondstoffen die zo hoogwaardig mogelijk toegepast worden, of door andere meer algemeen beschikbare grondstoffen met minder milieudruk;
- Verlengen van de levensduur van producten: producten langer gebruiken door hergebruik en reparatie. Dit vertraagt de vraag naar nieuwe grondstoffen;
- Verwerken van materialen, zo hoogwaardig mogelijk: de kringloop sluiten door recycling van materialen en grondstoffen, zodat er minder afval wordt verbrand of gestort én er meer hoogwaardig aanbod van secundaire grondstoffen ontstaat.
De rijksoverheid zet hiervoor in op een mix van beprijzende, stimulerende en normerende maatregelen.
- Voorbeelden van beprijzende maatregelen zijn belastingen of heffingen die milieuschade direct in rekening brengen bij de veroorzaker ervan.
- Stimulerende maatregelen zijn bijvoorbeeld subsidies of vouchers.
- Onder normeren valt wet- en regelgeving. In de Wet milieubeheer (Wm) staan bijvoorbeeld bepalingen over stoffen, producten en afvalstoffen. Hierin staat ook de basis voor het CMP.
Uitgeschreven tekst bij figuur 1
De afbeelding laat een schema zien van het Nationaal Programma Circulaire Economie. Bovenaan staat het programma benoemd. Daaronder zijn drie soorten maatregelen weergegeven die onderdeel uitmaken van dit programma. De eerste categorie is beprijzende maatregelen, met als voorbeelden belastingen en heffingen. De tweede categorie is stimulerende maatregelen, met als voorbeelden subsidies en inkopen. De derde categorie is normerende maatregelen, met als voorbeelden wetgeving en het CMP. Het schema maakt duidelijk dat het programma wordt uitgevoerd via drie typen beleidsinstrumenten, elk met eigen voorbeelden en toepassingen.
Door het inzetten van verschillende instrumenten wordt zo de transitie ondersteund. Een van deze instrumenten is het CMP. Het is onderdeel van de normerende maatregelen, namelijk bij de uitvoering van wetgeving. Het CMP voorziet bedrijven en overheden van praktische kennis over de uitvoering van wetgeving en over circulaire economie. Waar nodig geeft het concrete toetsingskaders voor het nemen van besluiten. Bevoegde gezagen moeten op grond van de Wet milieubeheer (Wm) rekening houden met deze toetsingskaders in het CMP als deze betrekking hebben op afvalstoffen. Het CMP fungeert als de schakel tussen beleid en praktijk.
Het Rijk werkt aan een Circulaire Economie-wet (CE-wet) in de Wm. Dit is een modernisering van de Wm voor wat betreft de artikelen die gaan over stoffen, producten en afvalstoffen. Met de komst van de CE-wet wordt de Wm beter aangesloten op de gedachte, taal en begrippen van de circulaire economie. Bijvoorbeeld door de bepalingen over stoffen, producten en afvalstoffen meer in samenhang te bezien, waardoor de circulaire ketenbenadering naar voren komt.
In Overzicht wetgeving in de keten geeft het CMP bevoegde gezagen en bedrijven inzicht in de verschillende soorten wetgeving die relevant zijn voor circulaire economie. Daarbij wordt telkens ook aangegeven welke instantie bevoegd gezag is voor die regels en waar het CMP een rol speelt.
3. Bijdrage CMP aan circulaire economie
Het Circulair Materialenplan draagt bij aan de vier circulariteitsstrategieën uit het NPCE via kennis en kaders die relevant zijn in de ontwerp-, productie-, gebruiks- en afvalverwerkingsfase. Dit is terug te zien in de opbouw van het CMP; verschillende delen gaan in op de vier circulariteitsstrategieën: verminderen grondstofgebruik, vervangen grondstoffen, verlengen levensduur en verwerken materialen.
De circulariteitsstrategieën spelen in op verschillende fasen in de materialenkringloop en daardoor zijn er steeds andere spelers aan zet, zoals producenten, ontwerpers, gebruiker, reparateurs, refurbishers, sorteerders, recyclers en tenslotte afvalverbrandingsinstallaties en stortplaatsen. In het CMP wordt bij elk onderdeel beschreven voor welke doelgroep het relevant is.
Uitgeschreven tekst bij figuur 2
Een cirkeldiagram bestaande uit de vier strategieën voor circulariteit uit het Circulair Materialenplan (CMP). Het CMP geeft toelichting en praktische handvatten voor de uitvoering van wet- en regelgeving met betrekking tot alle vier deze strategieën. Bij elke strategie staan de onderwerpen die erbij horen.
- Verminderen grondstofgebruik: grondstoffengebruik en afvalpreventie, ketenplannen.
- Vervangen grondstoffen: secundaire grondstoffen, ZZS en overige zorgstoffen, afvalstof of niet-afvalstof, afval- en ketenplannen.
- Verlengen levensduur: reparatie en hergebruik, ketenplannen.
- Verwerken materialen: afvalscheiding, mengen en immobiliseren, hoogwaardige verwerking, thermische afvalverwerking, storten of nuttig toepassen, grensoverschrijdend transport, afval- en ketenplannen.
Het CMP geeft uitleg en handvatten voor de uitvoering van wetgeving voor alle vier de circulariteitsstrategieën. Zo geeft het onderwerp Grondstoffengebruik en afvalpreventie toelichting op bestaande wetgeving over het verminderen van grondstoffengebruik en het voorkomen van afval. Geven de onderwerpen Secundaire grondstoffen, ZZS en overige zorgstoffen en Afvalstof of niet-afvalstof relevante informatie op het gebied van substitutie van grondstoffen. En draagt het onderwerp Reparatie en hergebruik bij aan levensduurverlenging.
Daarnaast helpt het CMP de uitvoering bij het bepalen wat meer of minder bijdraagt aan de circulaire economie. Het onderwerp Circulair materiaalgebruik beschrijft op basis van verschillende uitgangspunten wat circulair ontwerp en circulair materiaalgebruik inhoudt en geeft afwegingen die kunnen worden gemaakt bij het meer circulair toepassen van grondstoffen en materialen in producten.
Tot slot blijft hoogwaardige verwerking van afvalstoffen een essentieel onderdeel van een circulaire economie. Het CMP werkt in Instrumenten voor sturing en Vormen van recycling beoordelen uit wanneer de verwerking van afvalstoffen kan worden aangemerkt als meer of minder hoogwaardig. Het bevat onder andere de uitwerking van de afvalhiërarchie uit de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra; Richtlijn 2008/98/EG). Via de minimumstandaarden in de afval- en ketenplannen onder Materialen wordt voor afvalstoffen een minimaal niveau van hoogwaardigheid vastgelegd waarmee bij vergunningverlening voor afvalverwerking rekening moet worden gehouden. Hoe met het instrument minimumstandaard bij vergunningverlening moet worden omgegaan is uitgewerkt in Minimumstandaard voor verwerking en de Leidraad gebruik minimumstandaard (pdf, 1.3 MB). Daarnaast draagt het CMP ook op andere manieren bij aan een hoogwaardige verwerking. Denk bijvoorbeeld aan Gescheiden inzameling huishoudelijk afval, Mengen van afvalstoffen en Immobilisaat, vulstof of toeslagmateriaal.
4. Wettelijke verplichtingen
Het CMP is zelf geen wetgeving, maar heeft wel een rol in de uitvoering van wet- en regelgeving. Wetgeving geeft aan wat wel of niet mag of onder welke voorwaarden en vervolgens geeft het CMP de kaders die de wetgeving verder invullen. Sommige wetgeving geldt gelijk in alle Europese landen, zoals de wetgeving voor chemische stoffen. Bij sommige wetgeving moet toestemming worden gegeven, bijvoorbeeld via een vergunning. In zo’n geval moet de overheid een afweging maken.
In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bevoegde gezagen bij besluiten voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot afvalstoffen, rekening moeten houden met het CMP. Daarnaast hebben decentrale overheden bevoegdheden om regels op te stellen, bijvoorbeeld het gemeentelijke omgevingsplan. Ook bij het opstellen van die regels moeten zij rekening houden met het CMP voor zover die regels betrekking hebben op het beheer van afvalstoffen.
Uitgeschreven tekst bij figuur 3
Deze figuur toont de samenhang tussen wetgeving en de toetsingskaders van het Circulair Materialenplan (CMP). Aan de linkerkant staan de verschillende lagen van regelgeving: internationale en Europese wetgeving, nationale wetgeving, decentrale regels en besluiten. Internationale en Europese regels werken direct of via nationale wetgeving door. Bij nationale wetgeving, decentrale regels en besluiten moeten overheden rekening houden met de toetsingskaders van het CMP, als deze gaan over afvalstoffen op grond van de Wet milieubeheer of de Omgevingswet.
In Over de toetsingskaders vindt u een nadere uitleg van hoe het CMP doorwerkt in besluiten van bevoegde gezagen. In het onderwerp Afwijken vindt u de procedure die een bevoegd gezag moet volgen als het van plan is af te wijken van het CMP. In het onderwerp Calamiteiten staat de procedure die gevolgd moet worden als een bevoegd gezag door een calamiteit van plan is af te wijken van het CMP.
Het CMP vindt zijn basis in Europese en nationale wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) verplicht lidstaten om éénmaal per zes jaar het afvalbeheerplan te evalueren en waar nodig te herzien (artikel 30 Kra). Het CMP is hier de Nederlandse invulling van. De Kra geeft daarnaast een aantal verplichte onderdelen voor een afvalbeheerplan mee. Bijvoorbeeld dat het plan beleid moet bevatten tot het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen en het beheer van afvalstoffen. Aanvullend schrijft de Wm voor wat er in het CMP moet landen (titel 10.2, artikelen 10.3 tot en met 10.14 van de Wm). Denk aan de verplichting om een afvalpreventieprogramma in het CMP op te nemen. Er zijn ook andere wettelijke eisen voor het CMP, zoals de verplichting om een milieueffectrapport herkenbaar in het CMP weer te geven. In de Bijlage Verplichtingen wetgeving (pdf, 252 kB) vindt u een opsomming van de verplichtingen uit Europese en nationale wetgeving en een toelichting op hoe het CMP hier invulling aan geeft.
5. Ontwikkeling en participatie
Het CMP wordt voortdurend ontwikkeld en aangepast om effectief in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in wetgeving, technologie en praktijkervaringen. Het betrekken van stakeholders bij dit proces is van cruciaal belang, omdat zij vanuit hun praktijkervaring waardevolle input leveren.
5.1 Ontwikkeling
Stakeholders helpen bij het signaleren van relevante ontwikkelingen en knelpunten, waardoor het CMP optimaal afgestemd kan worden op de behoeften van bedrijven en overheden en zo kan bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie. Het CMP is een dynamisch instrument, het moet namelijk kunnen meegaan met de tijd. Het CMP zal dan ook regelmatig worden geactualiseerd.
Nieuwe beleidsintenties, wijzigingen van bestaand beleid of wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen allemaal leiden tot aanpassingen van het CMP. Zo kan nieuwe regelgeving, voortkomend uit onder andere Europese of nationale wetgeving, of nationale programma's zoals het Nationaal Programma Circulaire Economie, worden geïntegreerd in het CMP.
Toekomstplannen
Elk hoofdstuk van het CMP bevat de paragraaf ‘toekomstplannen’. Hier leest u over de relevante ontwikkelingen die mogelijk gevolgen hebben voor het CMP. Deze ontwikkelingen worden wel voorzien, maar zijn nog niet voldragen genoeg om op te nemen in de toetsingskaders van het CMP. Of betreffen bijvoorbeeld aanpassingen in wet- en regelgeving die wel aangekondigd zijn, maar nog niet inwerking zijn getreden. De informatie uit deze paragrafen wordt bij een volgende wijziging in het CMP opgenomen, indien de ontwikkelingen dan voldoende uitgekristalliseerd zijn. De ‘toekomstplannen’ paragraaf wordt bij elke wijziging van het CMP aangepast zodat deze actueel blijft.
Procedure wijzigen CMP
Het proces van wijzigingen bestaat uit signalen die bij het ministerie binnenkomen bijvoorbeeld via de helpdesk of via de afwijkingsprocedure door de verstrekkingsverplichting. Het ministerie onderzoekt die signalen en besluit of dit leidt tot wijziging. Voor wijzigingen worden relevante stakeholders betrokken om informatie op te halen. Vervolgens wordt voor wijzigingen in de toetsingskaders de wettelijke procedure (artikel 10.13 Wm) gevolgd.
5.2 Participatie
Om het CMP verder te ontwikkelen is het onontbeerlijk om signalen, ervaren knelpunten en aangedragen verbetersuggesties uit de praktijk te verzamelen. De gebruikers van het CMP, in de breedste zin van het woord, hebben via diverse kanalen de mogelijkheid om bij te dragen aan deze ontwikkeling. Dit zijn:
- Helpdesk
- Afwijkingen CMP via formulier op website
- Overleggen met bevoegd gezag
- Overleggen met bedrijfsleven
- Nationale Conferentie Circulaire Economie
- Openbare inspraakprocedure bij wijzigingen
Het meest zichtbaar is de CMP-website met de daaraan gekoppelde helpdesk waar stakeholders hun vragen, opmerkingen en signalen kunnen delen. Via deze website ontvangt IenW ook de meldingen over de voorgenomen afwijkingen van het CMP. In wetgeving ligt namelijk vast dat bestuursorganen de minister van Infrastructuur en Waterstaat moeten informeren als ze van de bepalingen die in het CMP staan af willen wijken (artikel 10.14 lid 4 Wm). In Afwijken staat de procedure die bevoegd gezag hierbij moet volgen.
Daarnaast gaat IenW ook graag het gesprek aan met bevoegd gezag over zowel de inhoud van het CMP als de gebruiksvriendelijkheid van het instrument in de praktijk. Deze gesprekken bieden waardevolle inzichten die kunnen leiden tot mogelijke aanpassingen van het CMP. Stakeholders worden bovendien jaarlijks tijdens de Nationale Conferentie Circulaire Economie geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen in het CMP, waar ook de gelegenheid is om met elkaar in gesprek te gaan over wensen tot verbetering.
En uiteraard wordt er gebruik gemaakt van de informatie die wordt aangedragen bij de formele inspraakprocedure voor een wijziging van het CMP en van de signalen die naar voren komen bij tal van reguliere overleggen waar stakeholders in gesprek gaan met het Rijk over bijvoorbeeld specifieke materiaal stromen, afvalinzameling, zorgstoffen of een van de andere vele inhoudelijke thema’s die ook een plek hebben in het CMP.
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.
Recycling
Nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.
Artikel 1.1 lid 1 Wet milieubeheer
Het CMP spreekt van het ‘verwerken’ van afvalstoffen en niet van het ‘bewerken’ van afvalstoffen. Omdat de definitie van recycling letterlijk is ontleend aan de Kra en de Wm, is ervoor gekozen om in tegenstelling tot de rest van het CMP hier ‘bewerken’ als begrip te behouden, maar wordt ook hier ‘verwerken’ bedoeld.